Bilderbuch – Softpower

Ik heb een zwak voor meertaligheid in popmuziek. Toch ken ik niet zoveel voorbeelden van liedjes met songteksten in meer dan één taal. Eigenlijk schiet me er zo gauw maar één te binnen: Oude Maasweg van de Rotterdamse band The Amazing Stroopwafels. Een aantal jaar geleden hoorde ik het op een onchristelijk uur op de radio. Ergens halverwege schakelt het ineens onverwacht van het Engels naar het Nederands. Het lied (uit 1983!!) geniet een zekere cultstatus bij muziekkenners en is daardoor al jaren niet weg te slaan uit de top 2000.

Toen ik afgelopen week in een streamingslijstje op het nummer Softpower van de band Bilderbuch stuitte was ik aanvankelijk in de war. Ik meende een Duitstalige songtekst te horen. Of was het toch Engels. Ik twijfelde, en twijfel is over het algemeen een goed teken, bij het ondergaan van kunst. Een tijdje later – ik had het nummer inmiddels een paar keer gedraaid en hoog in een playlistje voor de herfstvakantie gezet – googelde ik de tekst en wat bleek? Duits én Engels. Yes!!! De band blijkt overigens uit Oostenrijk te komen.

Genoeg geluld, luisteren maar!!!

Galant

Op een druilerige donderdag in de grote vakantie (waarop de zomer ver te zoeken was) stonden vader en moeder in de kinderkamer, omsingeld door losse onderdelen van een vergeten verleden. Het Galant-bureau, waarvan de naam ooit een belofte van elegantie in zich droeg, had zijn intrede gedaan in hun levens.

Er kwamen geen nostalgische gevoelens bovendrijven bij de aanblik van het oude bureau, eerder het besef dat dit een tijdrovend en frustrerend karwei zou worden. Het bureau was destijds van de zus van de moeder, die het gebruikte tijdens haar studie in Enschede, maar een galante indruk maakte het nu niet meer.

Vastberaden begon de vader aan de uitdaging om het bureau weer in elkaar te zetten. Maar net toen hij dacht dat hij de controle had, bemoeide hun zevenjarige kind zich met het schouwspel. Nieuwsgierigheid en opwinding straalden van diens gezicht af terwijl hij een zware, metalen cilinder vasthield.

“Kijk, papa, dit lijkt op een poot!” riep het kind uit.

“Ja, dat is waar,” zuchtte de vader, enigszins afgeleid door de onverwachte hulp. “Laten we het samen proberen.”

Maar de betovering duurde niet lang. Het kind raakte afgeleid en rende weg om zijn speelgoed te halen, waardoor vader en moeder achterbleven met alle losse onderdelen. De poten bleken keurig op het onderstel gemonteerd te kunnen worden – de schroeven voor die montagestap zitten immers netjes in de bovenkant van de poot verwerkt. Maar waar waren de schroeven voor het bevestigen van het onderstel aan het loodzware bureaublad? Foetsjie!

“Heeft mijn zus ons echt niet alle schroeven meegegeven?” vroeg de moeder geïrriteerd.

“Nee, er zal nog wel ergens een zakje rondzwerven in die oude garage van je ouders” antwoordde de vader, die zich begon te realiseren dat het bureau niet zomaar in elkaar gezet kon worden.

“Hoe kan ze dat nou vergeten?” klaagde de moeder terwijl ze de handleiding doorbladerde. “Nu moeten we waarschijnlijk weer naar de Hubo.”

En zo gebeurde het dat de vader, gewapend met een boodschappenlijstje van schroeven, opnieuw op pad moest. Eerst met de bakfiets met zoonlief, later nog eens met zijn racefiets (want waarom bakfiets mee als zoonlief er niet in hoeft te zitten?), toen bleek dat de kopjes van de schroeven te klein waren voor de gaatjes in het onderstel en dus niet genoeg klemmen en er dus ringetjes gehaald moesten worden bij de Hubo.

Terug thuis, na een lange zoektocht, slaagden vader en moeder er eindelijk in om het bureau in elkaar te zetten. Maar er was geen gevoel van triomf, eerder een gevoel van opluchting dat het karwei geklaard was.

“Kijk, het is gelukt,” zei de vader tegen de moeder terwijl hij naar het resultaat keek.

“Ja, eindelijk,” mompelde de moeder, terwijl ze haar ergernis probeerde te verbergen.

Het kind keek vol verwondering naar het bureau, zich niet bewust van het oponthoud en de frustraties die ermee gepaard gingen.

Op die druilerige donderdag smeedde het gezin een onvergetelijke herinnering. Maar het Galant-bureau zou nooit een geliefd familiestuk worden. Het bleef een herinnering aan een tijd die niet de hunne was, een bureau dat ooit galant was, maar nu slechts een stille getuige van hun pogingen tot samenwerking en geduld.

Balsem voor de ziel

Zou de uitdrukking ‘als balsem voor de ziel’ ooit nog gemeengoed kunnen worden? Ik hoop het eigenlijk van niet. Je moet er toch niet aan denken dat bijvoorbeeld elk willekeurig reality-tv-programma op deze manier wordt aangeprezen: “Kijkers, bereid u voor op een weergaloze dosis sensatie, drama en intriges. Onze nieuwste show is als balsem voor de ziel!” Nee, liever niet. Sommige uitdrukkingen behouden hun kracht juist door hun spaarzaamheid en bijzondere toepassingen.

Dat gezegd hebbende lijkt het me ook ergens wel weer geestig om bij een willekeurige supermarkt als aanprijzing boven een aanbiedingenposter te lezen: ‘Onze nieuwste kortingsactie is als balsem voor de ziel.’

Of stel je voor dat op het etiket van een bepaald type crème bij de drogist echt de naam ‘Balsem voor de ziel’ prijkt? Meten kopen! Maar waar smeer je dat dan, dat goedje?

Ik wens u een fijne zomer toe met regelmatig smeren van de ziel, óók in tijden van veel regen en slechts af en toe zon!

Rijk

Ik droomde vannacht dat ik superrijk was

Ik was de ruimte ingeschoten,
ingevroren,
ontdooid,
in een mini-onderzeeër naar diepste zeebodem gezonken,
geteleporteerd naar een andere dimensie…

Been there, done that.

Ik droomde vannacht dat ik superrijk was
Het was geen leuke droom

Géé Péé Téé

Het was een tijdje stil op De Schots. Iets met drukte op het werk en met hobby’s (muziek, muziek en voetbal) en het gezin enzo. En geen zin (hmm, onbedoeld poëtisch dit? –> ‘gezin’, ‘geen zin’) om iets te verzinnen, want ja, dat zou AI natuurlijk ook voor me kunnen doen. Hoe doen jullie – lezers en ongetwijfeld ook schrijvers – dat allemaal? Zijn er onder jullie bloggers bij die de chatbot inmiddels al helemaal omarmd hebben en zo ja, hoe voelt dat dan? Ik weet dit natuurlijk allemaal niet omdat ik geen sociale media-gebruiker ben. Ik ben meer van de asociale media. Ik schrijf af en toe wat op mijn blogje – het hier voor u openstaande vehikel – en soms, heel af en toe, reageert daar iemand – een mens van vlees en bloed, naar ik aanneem – op, en dan mag ik even in mijn handjes knijpen, zo gelukkig als ik dan ben.

Maar goed, de chatbot. Ik heb ermee gestoeid, vooral op artistiek vlak. Ik had songetksten nodig voor nog te schrijven songs. En laat ik daar nou net een bloedhekel aan hebben, het schrijven van die dingen. Een melodietje, een gitaarloopje, een coupletje, refreintje, verdwaalde brug, solo-stukje; ik draai er doorgaans mijn hand niet voor om. Maar ja, in popmuziek is het wel leuk als er ook iets gezongen wordt en dat moeten dan weer begrijpelijke woorden en zinnen zijn, die ook nog een beetje leuk klinken en rijmen enzo, en die in een straks metrum staan, want ja, anders blijven ze niet hangen in het hoofd van de luisteraar en dát is nou juist precíes wat je wilt!

En, tevreden? Mwoa, ik ben er nog niet helemaal uit. Ik schreef en recordde onlangs voor het eerst sinds tijden een liedje waarop ik oprecht trots ben. Maar écht. (vergeef me mijn hippe 2023-taalgebruik en hardnekkige gewoonte om enerzijds asociaal mediumgebruiker te zijn, en er anderzijds overduidelijk bij te willen horen). Maar hoe ging het uiteindelijk met de songtekst van dat zo-goed-gelukte liedje? Een beetje met ups en downs, qua AI-hulp. Eerst had ik amper tekst en de tekst díe ik had was schrikbarend slecht (waarom een liedje over de liefde van je zoontje voor de kat van de achterburen maken als je die kat vervolgens als een volwassen vrouw bezingt en zelfs aangeeft dat je ooit met haar hoopt te trouwen??!?) Dat moest dus anders. Beter.

Ik liet de chatbot aanvankelijk een tekst maken ‘uit de losse digitale pols’. Gewoon, met een korte omschrijving – een paar zinnetjes – van waar ik vond dat het heen moest gaan, wat de centrale strekking (centrale strekking??!) moest zijn. Vervolgens gebeurde er…..niks. Ik keek twee weken niet naar de songtekst die de bot had gemaakt. Ondertussen bleven de deuntjes en, welja, hier en daar ook tekstflardjes, door mijn hoofd spoken. Maar een couplet om dat geweldige refrein gezelschap te gaan houden/te sandwichen, of ook maar iets wat daar op leek, wilde zich na weken nog steeds niet laten verzinnen. Tot het daar dan toch ineens was, in mijn hoofd, met mijn 42-jarige benen dartelend over het kunstgrasveld in een tochtige uithoek van de grote stad. Zo herinnerde ik mij de voetbalwedstrijden van vroeger ook: eindeloos over de grasmat heen en weer schietend, achter ballen aan hollend, ballen aan de voet krijgend om er iets leuks mee proberen te doen, terwijl in mijn hoofd, op de achtergrond, een eindeloze soundtrack van de meest uiteenlopende top 40-nummers (circa 1987 – 1991) werd afgespeeld.

Maar nu was die soundtrack dus ineens het affe liedje, dat zich klip en klaar, alsof het er altijd al was geweest, aan mij presenteerde: ‘Hier ben ik! Onthoud mij! Voicerecord mij op de smartphone! Werk mij uit achter piano en laptop!’ En dat deed ik. Maar ik kwam een paar zinnetjes tekort hier en daar. Misschien drie of vier in totaal en alleen voor de coupletten, want die kwamen als laatste en waren meer versiering dan kernboodschap. Dus ja, de chatbot deed de rest en deed dat best goed en ik ben dus best tevreden, maar ook niet meer dan dat.

O ja, de titel van dit stuk. Die moet je zo Hollands mogelijk uitspreken, met een harde G en een lange EE (dus géén Engelse DZJ en IE!). Ik ergerde me vroeger al mateloos aan het taalgebruik van mijn hipste middelbare schoolvriend. Die sprak alles wat maar enigszins met computers te maken had op z’n Amerikaans-Engels uit. Dus niet Windoos, maar Oe-in-doows, niet EMMES Dos, maar Ehm Ehs Dahs, en hij presteerde het zelfs om, godbetert, Puhrsuhnohl Kampjoedduhr te zeggen in plaats van Pee See. Dezelfde woede voelde ik opkomen toen iemand in mijn verder niet al te Engels-minnende deel van de familie mijn TsjetGeePeeTee een paar maanden geleden verbeterde door er Chat-Dzjie-Pieh-Tieh van te maken. En daar ben ik nu nog steeds niet helemaal overheen. Dus. Vandaar dit blogje.

B.C. Camplight

Jullie weten het: ik heb er een handje van (meestal eigenzinnige) nieuwe muziek te delen op de Schots, en vandaag luisterde ik weer eens naar een nieuw nummer van een of andere artiest die de afgelopen drie jaar zo nu en dan ineens in een playlistje van me stond en waarvan ik dan steeds dacht: ‘Dít is maf! Dít is goed! Maar dit is ook maf! en toch ook goed! Ik moét gewoon een keer opzoeken wie of wat deze muziek gemaakt heeft!’ En zoals dat dan gaat met je kunstbeleving in de 21e eeuw komt het er vervolgens never nooit meer van dat je daadwerkelijk iets over de betreffende artiest opzoekt, om over het delen van deze kostbare info via je blog nog maar te zwijgen. Tot nu, dames en heren!

Vandaag luisterde ik naar Kicking up a Fuzz, een gloednieuwe single (want hij popte in Tidal bij mij op bij ‘aangeraden nieuwe nummers’) van de Amerikaanse singer-songwriter B.C. Camplight, nom de plume van de 41-jarige uit Philadelphia afkomstige Brian Christinzio. In 2020 bracht hij het album Shortly after Takeoff uit, met daarop de fantastische openingstrack en single I Only Drink when I’m Drunk. In 2021 volgde een drie nummers tellende EP met daarop het fantastische titelnummer I’m Alright in this World. Beide nummers vond ik fantastisch, maar ook niet te plaatsen qua stijl en referenties (zoveel kon je erin herkennen) en beide zeer van elkaar verschillend.

En vandaag luisterde ik dus ineens naar Kicking up a Fuzz, alweer de derde single van het nog te verschijnen album The Last Rotation of Earth. Als je het nummer aanzet denk je eerst ‘Ik hoor Morrissey!’, maar dan ook echt behoorlijk goed nagedaan, inclusief de zwierige ironie in zowel stemgebruik als schrijfstijl. Overigens wel over allerlei corny 80’s-keyboardjes die The Smiths nou juist zelden tot nooit in hun repertoire gebruikten. ‘Connect me with the manager, please!’ luidt de fantastische openingszin trouwens.

Het nummer kabbelt een beetje op z’n eigen manier (weird dus) voort tot ongeveer 2 minuut 20. Dan breekt er ineens een groots refrein, inclusief falsetstem, open waarin je zowel TalkTalk, maar vooral later ook Beach Boys (!!) terughoort. En dan zitten er ineens ingenieuze klassieke akkoordprogressies in het lied. Allemaal tamelijk ongrijpbaar, maar ook tamelijk briljant.

Op 3:15 vraagt een stem in de achtergrond met een zeurderige, Amerikaanse stem ‘What do you want me to do? Start a Doo-Whop band and sing…’ en vervolgens hoor je dan ook echt een Doo-Whop band ‘Doo-Doo-Doo-Doo’ zingen, wat perfect aansluit op die Beach Boys-referentie van een minuut daarvoor.

Geniaal allemaal. Maar goed, sommige mensen vinden dat je niet over muziek moet lullen, maar ernaar moet luisteren. Of kijken. Ik ga maar weer ’s stoppen dus.

Toki Pona (2): Jan Hanlo – De mus

Vorig jaar schreef ik voor het eerst iets over de kunsttaal Toki Pona. Ik weet nog exact op welke dag dat was, want een dag na mijn post viel een of andere idiote president zijn vele malen kleinere buurland binnen. Hoe dan ook, Toki Pona bleef in de periode daarna bij vlagen in mijn gedachten terugkeren. Totdat ik besloot om het officiële Toki Pona-woordenboek te bestellen. De wachttijd bedroeg een week of zes. Een opvallend lange tijd. Zou het boek heel populair zijn, waardoor de vraag groter is dan het aanbod? Of is Toki Pona maar bij zo’n kleine groep populair dat er überhaupt maar heel weinig van die woordenboeken gedrukt worden? Ik heb geen idee, en dat vergroot het mysterie rond deze rare taal eigenlijk alleen nog maar meer.

Moet ik nog dingen uitleggen over Toki Pona? Beter van niet, want ik wil jullie zometeen op mijn eerste vertaling van een Nederlands gedicht naar het Toki Pona trakteren. Maar niet voordat ik gewezen heb op het uitstekende stuk van Marco van Oostendorp op Neerlandistiek.nl.

Grappig weetje: ‘Jan’ betekent in Toki Pona zoveel als ‘iemand’, ‘persoon’, ‘mens’. Jan Hanlo heet in Toki Pona dus eigenlijk Iemand Hanlo

Jan Hanlo – Waso pi kule ma

Moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma – moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma

Moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma – moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma

Moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma moo waso pi kule ma

Moo waso pi kule ma

Awen ale pake

Benteluitje

Raar: dan regent het voor het eerst in tijden eens een tijdje niet, komt er ineens een prachtige, Brandt Corstius-achtige (de oude, Hugo dus) woordomdraaiing in me op van het woord lentebuitje: benteluitje. Je zou dit woord natuurlijk ook écht kunnen gebruiken, bijvoorbeeld in een situatie als deze, op kantoor:

Chef: ‘Xaverius, heb je nou eindelijk eens een keer die dossiers van firma Hazeldonk op orde gekregen?’

Kantoormedewerker Xaverius (enigszins in verlegenheid gebracht) : ‘Uuuuh, nee. Ik deed gisteravond even een ben-te-lui’tje, op de bank. Ik ga er meteen mee aan de gang!’

Madonnar of ‘de Engelse verbindings-R’

Ok, dit wordt een verhaal over zowel taal als muziek. In dit geval over een fenomeen dat ik niet in de Nederlandse, maar de Engelse taal ontdekte. Ik noem het hier maar even ‘de Engelse verbindings-R’.

Het viel me vroeger al op als ik MTV keek (en daar begon ik vroeg mee): soms spraken de – veelal Britse – presentatoren de naam Madonna niet gewoon uit als ‘Madonna’, maar meer als ‘Madonnar’. Aanvankelijk snapte ik niet waarom ze dit deden, maar na jaren begon er iets te dagen dat het te maken had met het woord dat in de zin achter de naam Madonna kwam. Als dat woord, net als het einde van de naam Madonna, begon met een klinker werd de kans groter dat er aan het einde van de naam Madonna ineens een ‘R’ opdook. Dat klonk als volgt: ‘MadonnaR is the big winner at the MTV Awards’. Alsof die Britten het gewoon niet voor elkaar krijgen om de woorden ‘Madonna’ en ‘is’ na elkaar uit te spreken, alsof er iets is wat die ‘R’ tussen die twee woorden aan hun uitspraak opdringt, zeg maar.

Waarom ik hier vandaag ineens aan dacht? Ik luisterde een mooi nieuw liedje dat ik vond in Indie Britain – een van mijn favoriete playlists op Tidal (een geweldige streamingsdienst, want top-audiokwaliteit) – en de zanger van het betreffende nummer heeft het in de tekst eindeloos over ‘LolaR in the Morning’, terwijl de titel van het nummer toch echt ‘Lola, in the Morning’ is, zonder die ‘R’ dus. Geloof je me niet? Luister zelf maar (= geen straf, want goed nummer, zoals gezegd). De band heet trouwens The Dream Machine, maar daar houd ik het verder bij, want dit zou geen feitjes-blogje worden.