Find the river

Het is de ochtend van eerste kerstdag en het weer is goed genoeg (fris – maar niet té fris – en droog) voor een hardlooptochtje in de omgeving van het schoonouderlijk huis. Halverwege  het kleine rondje kom ik langs een Anton Pieck-achtige kasteelruïne en een prachtige nieuwe houten brug over de rivier. Ik hoop op een langsscherend ijsvogeltje, wellicht tegen beter weten in. Alsof hij me wakker wil schudden uit mijn droom (‘vergeet het maar mannetje!’) is het de groene specht die vanuit de hoge boom zijn eerste, keiharde kluklukluklukluk van de dag laat horen. Ook goedemorgen.

Een paar mensen groeten me tijdens mijn rondje. Als ze net als ik ‘hallo’ zeggen is er niks aan de hand, maar iedere groet met een een ‘g’ erin zet onze verschillen op scherp. Mijn ‘g’ zal nooit zo overtuigend zacht worden dat ik ze zou kunnen doen geloven dat ik een van hen ben of ook maar kan worden. En misschien klinkt mijn ‘hallo’ daar ook wel veel te randstedelijk voor, trouwens.

Thuis komt de geur van warme broodjes me tegemoet en zingt Michael Stipe vanuit de onderste regionen in de Top 2000 een liedje over een rivier:

The privileged and weary eyes
Of river poet search naivete
Pick up here and chase the ride
The river empties to the tide
All of this is coming your way

Kinderklimhal

De tweede vakantiedag bracht wederom het druilerige weer van de afgelopen twee weken. Omdat vrijwel alle vaste binnen-activiteiten al ondernomen waren verplaatsten de nog enigszins vermoeide docent en zijn zoon (+- 3,5) zich per auto naar een recentelijk in een naburige industrieloods opgepopte kinderklimhal.

Zij die tussen de 20 en 30 zijn en nog geen kinderen hebben en zij die ouder dan 50 zijn en wier kinderen wellicht al richting eindexamen of studie gaan, weten waarschijnlijk nog van niks, maar er lijkt sinds enige tijd sprake van een ware wildgroei aan speelparadijzen zoals de eerdergenoemde. Waar je als ouder voorheen veroordeeld was tot het dumpen van je kroost in de ballenbak van de Ikea kun je tegenwoordig in ieder willekeurig dorp wel zo’n vermaak-loods vinden.

Ik had had op deze plek graag een smakelijk of misschien zelfs onsmakelijk roman-achtig verslag geschreven, waarin sexy jonge moeders met de uitgebluste antiheld flirtten en kinderen elkaar met wapens te lijf gaan in een met uitwerpselen en etensresten besmeurd klimdoolhof, maar de eerlijk gebiedt mij gewoonweg te sterk om het anders te verwoorden. Zo’n klimhal is echt een uitkomst op een regenachtige dag.

Je kind vindt het fijn dat ie in een dynamische omgeving met andere kinderen allerlei nieuwe vaardigheden kan ontwikkelen en ontdekkingen kan doen (‘durf ik nu eindelijk van de blauwe kronkelglijbaan of nog steeds niet?’) en jij als ouder vindt het fijn dat het eindelijk iets te doen heeft en dan ook nog iets waar hij moe genoeg van wordt om niet eindeloos te willen opblijven ’s avonds. Dat de tosti ham-kaas en pistolet met brie, walnoten en honing iets langer op zich laten wachten omdat de uitbaters nogal verrast waren (!!?!) waren met de vakantiedrukte en slechts één persoon in de keuken hadden geplaatst, neem je dan graag op de koop toe.

Morgen al richting schoonouders voor de kerstviering aldaar, dus voorlopig geen kinderklimhallen nodig.

kinderklimhal

Figuur 1A: voorbeeld van een kinderklimhal. Let vooral ook even op de uitgekiende plaatsing van de tafeltjes en stoeltjes: vanuit iedere hoek kunnen alle toestellen in de gaten gehouden worden, zodat u ongestoord kunt genieten van allerhande schrans- en zuipgebeuren, onderwijl uw smartphone en/of laptop beloerend.

 

Kerstvakantie

En dan is het ineens kerstvakantie en mag je zomaar even een dagje de stad in. Wat doe je dan met die onverwachte weelde? Heel veel twijfelen, zeker als je net bezig bent in Nooit meer te druk, het bekende zelfhulpboek van Tony Crabbe. Die schrijft dat je zoveel mogelijk moet voorkomen dat je constant aan het werk bent.

Maar ja, wat als je nou juist in de vakantie nog een belangrijke deadline hebt en je heel blij bent als je op de eerste dag even helemaal weg kan, zodat je dan al even je tanden kan zetten in het werk dat toch ergens in die twee-weken-durende ‘zee van vrijheid’ af moet? Dan probeer je zo goed en kwaad als het gaat maar eens wat Crabbe-wijsheden met elkaar te combineren. Dus wél een boek mee, zodat je ergens op een rustig plekje lekker uren kan lezen en de tijd vergeten, maar toch ook maar die laptop (sorry, Tony!) in de rugzak, omdat ieder café tegenwoordig wifi heeft, en het ook wel lekker is om dat eerder genoemde beginnetje aan het deadlinewerk vast te maken. Daartegenover kan dan weer het – na een kwartier tobben bij de kassa (sorry, Tony, het moést gewoon weer beredeneerd, betwijfeld en afgewogen worden!) – gekochte bioscoopkaartje gesteld worden, dat straks anderhalf uur niet werken (maar daarmee helaas niet gegarandeerd anderhalf uur lang niet aan werk denken) zal opleveren.

Sorry voor dit vre-se-lijk saaie 2018-blogje, maar wat vakantie mij dus ook oplevert: zin om te bloggen én tegelijkertijd de lichte stress van ‘dus-nu-moet-er-iedere-dag-wel-een-blogje-vanaf-kunnen’.

Mocht ik na vandaag bovengenoemde streven nog hebben, dan is de kop er in elk geval af!

De film in kwestie is trouwens Bohemian Rhapsody; alle andere films die draaiden hadden iets melodramatisch in het verhaal en hoewel het verhaal over de rockband Queen en zijn inmiddels overleden frontman dat ongetwijfeld ook heeft, kun je bij niets zo lekker wegdromen als bij muziek.

 

nooitmeertedruk

bohemian rhapsody film

Frenkie de Jong

ducks_back

Verschijnt met dat eeuwig jongensachtige, een tikke sluw lachje van hem voor de camera en vat droogjes in drie of vier zinnen de hele wedstrijd samen. Of het hem op zo’n moment iets doet dat hij er met een verkeerde pass in de voeten van een tegenstander eigenlijk mede voor zorgde dat zijn team de overwinning uit handen gaf? Vast niet. Hem niet. Frenkie niet. Alles druipt van hem af. Like water off a duck’s back.

 

De slimste mens

Het blijft een fijn programma. Al was het maar omdat:

  1. met louter het geluid (dus geen beeld!) op de achtergrond je er nog steeds prima nakijkwerk bij kunt verrichten

    en

  2. Philip Freriks waarschijnlijk de enige presentator ter wereld is die het woord ‘plasseks’ kan uitspreken zonder dat ook maar iemand zich er ongemakkelijk bij voelt.

(NB de betreffende vraag ging natuurlijk over Patty Brard)
(NB2 ik beloof dat dit de enige vermelding van Patty Brard zal zijn op dit weblog)

 

Leraar zijn

Ik weet het, ik heb er zelf ooit voor gekozen en was destijds volledig toerekeningsvatbaar.

Ik klaag zelden tot nooit over het lage salaris.

’s Avonds laat nog nakijken, lessen voorbereiden tot je een ons weegt: het hoort erbij en als je die dingen stom vindt, moet je wat anders gaan doen.

Oudergesprekken, rapporten schrijven, speeches bedenken voor diploma-uitreikingen, Engelstalige pop-hits uit de jaren ’70 voorzien van een eigentijds Nederlands jasje en in een snikhete lerarenkamer op een godvergeten laatste dag van het schooljaar met heel je ziel en zaligheid op een gitaar vertolken, slechts bijgestaan door een paar verpieterde collega’s die er net zo weinig zin in hebben als jij: er zijn veel en veel ergere dingen te bedenken die voor levensvervulling moeten doorgaan (glastuinbouwer zijn in Novosibirsk bijvoorbeeld).

Maar waarom, oh waarom voelt het alsof mijn lijf steevast twee weken voorafgaand aan de kerstvakantie met slechts een paar touwtjes aan elkaar hangt?

Seks en dood

Wanderlust

Je hebt goede kunst over seks, je hebt goede kunst over de dood en je hebt heel goede kunst waarin beide thema’s optimaal samenkomen. De Engelse zesdelige serie Wanderlust valt wat mij betreft in die laatste categorie. Ok, een hoop van wat deze serie te bieden heeft, heb je al duizend keer gezien (uitgeblust vijftigers-echtpaar met puber- en post-puberkinderen probeert zijn huwelijk nieuw leven in te blazen door met elkaars medeweten met ‘derden’ te vozen), maar op haar beste momenten weet ze je tot aardig ver in je ziel te raken.

Twee originele aspecten wil ik daarbij in het bijzonder aanstippen.

  1. Maar al te vaak zijn dialogen in series en films nogal onrealistisch lineair van aard. We weten allemaal dat we in het dagelijks leven zo duidelijk niet met elkaar communiceren. Menigeen breekt in een conversatie de ene na de andere zin al af alvorens die goed en wel beëindigd is. Zo niet de personages in Wanderlust. Die praten bij vlagen hakkelend, raadselachtig en schurend, vooral op de momenten dat ze emotioneel met elkaar en zichzelf in de knoop zitten.

    Dit dialoog-realisme komt in de voorlaatste aflevering tot zijn hoogtepunt, als de vrouwelijke hoofdpersoon van de serie (zelf relatietherapeut van beroep) in een 50-minuten durende sessie met haar eigen therapeut er de ene raadselachtige halfzin na de andere uitgooit. De manier waarop die therapeut er vervolgens chocola van maakt, wekt bij de kijker zowel bewondering als verbazing op.

  2. Naast het genoemde personage van de therapeut-van-de-therapeut komt een flink aantal andere ‘bijfiguren’ in deze serie uitstekend uit de verf. Zo zijn daar de vrouwelijke collega-docent op wie de mannelijke hoofdpersoon verliefd wordt, de jeugdliefde van zijn echtgenote, de passief-agressieve knappe jonge client van de relatietherapeut (die iets krijgt met haar oudste dochter, die zelf eveneens een intrigerend personage is) en niet te vergeten de puberzoon en de -net-geen-puber-meer lesbische middelste dochter.

Zoals bij zoveel goede eerste series hink je ook na het zien van deze weer op twee gedachten:
– ik hoop dat ze er nog één maken!
en
– het is precies goed zo; maak er asjeblieft niet nog één!