Beste schrijvers: David Mitchell – Utopia Avenue


Misschien is het je ontgaan, maar afgelopen zomer bracht de beste Engelstalige schrijver van de afgelopen twintig jaar, David Mitchell, weer eens een boek uit. Het prachtige Utopia Avenue volgt maar liefst 576 pagina’s lang de ‘beste 60’s rockband waar je nog nooit van gehoord hebt’: Utopia Avenue. Je voelt bij het lezen ervan aan alles: de schrijver van dit boek is behalve een fantastische schrijver een zeer gepassioneerd muziekliefhebber.

De tijd waarin de roman zich afspeelt is zeer specifiek: de jaren 1967 en 1968. Het zijn jaren die de schrijver zelf niet meegemaakt heeft, of het moet in de baarmoeder zijn geweest: hij is geboren op 12 januari 1969. En toch weet hij alle details van die tijd – of het nu gaat om liedjes, artiesten, kleding, plaatsen in bekende grote wereldsteden, sferen – zó precies te beschrijven, dat het lijkt dat je er als lezer zelf bij bent.

Boven alles is Utopia Avenue een boek over de vreugde van samen musiceren, over de magie van het lied: waar komt het vandaan, hoe ontstaat het, hoe verandert het van iets ultra-persoonlijks in het hoofd van de liedjesschrijver in iets wat hele volksstammen in hun ziel verankerd hebben en op elk gewenst moment kunnen meeneuriën, -zingen of -blèren? Hoe kan het dat een lied iedere keer dat het uitgevoerd wordt voor een publiek anders is, een eigen leven en een eigen ziel lijkt te hebben, zélfs voor de maker en uitvoerder ervan? Ik had tot nu nooit eerder een boek gelezen waarin de schrijver (en dat zeg ik als iemand die al +- 45 jaar gitaarspeelt en gedurende 25 jaar deel uitmaakte van talloze bandjes), het gevoel van het samen muziek bedenken en uitvoeren, zó goed weet over te brengen.

Als je geen Engelstalige boeken leest, heb je nog niet de kans gehad om van deze fantastische roman te genieten; Utopia Avenue verschijnt namelijk pas op 29 september in het Nederlands. Houd je van fantasierijke boeken en/of ben je een muziekliefhebber? Doe jezelf dan een lol en zorg ervoor dat je die datum met dikke letters in je agenda zet.

Veertig

Een paar dagen geleden ben ik veertig geworden. Dat leek me altijd een enorme mijlpaal, maar nu ik hem eenmaal bereikt heb, valt dat eigenlijk bar tegen. Of eigenlijk valt het juist enorm mee, het is maar hoe je er tegenaan kijkt.

Mijn dertigste verjaardag was eigenlijk veel spannender. In de zomervakantie die aan die verjaardag voorafging, besloot ik out-of-the-blue (zoals alleen nog-net-twintigers dat kunnen, iets out-of-the-blue besluiten) om in een paar dagen om het IJsselmeer heen te gaan fietsen. Tegen de klok in, voor de nieuwsgierigen onder jullie.

Een geschikte fiets had ik helaas niet. Veel geld ook niet, dus moest de bedevaart maar geschieden op een voor een prikkie gekochte, verrotte oude kinder-mountainbike met vier versnellingen, waarvan maar twee het daadwerkelijk deden. Het hoofddoel van mijn tocht was het nadenken over een onlangs in de kroeg opgedane scharrel die maar niet uit mijn hoofd wilde. Nu, tien jaar later, is die scharrel er nog steeds en mogen we ons de trotse bezitters van een zoon, een huis, een Toyota Prius en een Babboe-bakfiets noemen.

Met die kinder-mountainbike liep het trouwens veel slechter af. Hij bleek niet meer op de plek te staan waar ik hem achtergelaten dacht te hebben. Toen ik het sleuteltje ook nergens meer kon vinden, wist ik wel hoe laat het was.

Gerrie Kraai for president

Ja sorry hoor, ben nog steeds aan de muzikantenquarantaine-filmpjes, en deze was te mooi om te laten liggen. Ik vind: als je met je 50+ geblondeerde haren, zonnebril op je harses, in een verwassen Stones-shirt voor je paard(enstal) gaat staan pompen op de mooiste kersenrode basgitaar die ik ooit heb gezien, dan mag je van mij de volgende (minister-)president worden van Nederland. Of de VS. Of van wélk land dan ook. Amen.

Nep

Ik had al zo’n vermoeden en dat vermoeden werd vanochtend door een oplettende stukjesschrijver op de achterpagina van de Volkskrant bevestigd: er zit (soms) neppubliek bij coronawedstrijden uit de verschillende hervatte voetbalcompetities. Ik zapte toevallig onlangs langs een verslag van zo’n wedstrijd en tot mijn verbazing hoorde én zag ik publiek. Dat kan niet waar zijn, dacht ik, en dat blijkt dus te kloppen: het ís niet waar. Om de kijker niet te deprimeren met de aanblik en oorverdovende stilte van een leeg stadion hebben tv-makers ervoor gekozen om beide hier en daar te vervangen door eerder opgenomen geluid en (listig gephotoshopt) publiek. Zíe je wel! Dacht ik het niet!

Maar even serieus. Zelf ben ik ook niet brandschoon op dat gebied. Hoeveel lessen heb ik de afgelopen tijd niet eenzaam en alleen zitten geven, op mijn tot werkkamer gebombardeerde overloop? En bij hoeveel van die lessen was daadwerkelijk mijn tot werkkamer gebombardeerde overloop te zien, inclusief armetierig wegkwijnende zebraplant (‘Waarom doét ie nou toch nergens goed in dit nieuwe huis??!’), gedateerd meisjeskamer-logeerbed (jaren ’80) en rommelhoek met gootsteentje en kraantje? Misschien drie keer, en meestal loste ik deze pijnlijke inkijk in mijn privéleven dan alsnog snel op door er een fake klaslokaal, fake zandstrand of fake Super Mario-landschap in te gooien. Nee, zolang we technologie gebruiken, zal de nepheid (ik lees: nèhfeit) voor een ieder in de 21ste eeuw binnen handbereik blijven, en zelfs de meest sceptische blogger gaat niet vrijuit.

Afbeelding: de bekende virtuele achtergrondjes die te gebruiken zijn bij beeldbellen

Jacq. Bel

Zit ik een tijdschrift over taal te lezen, kom ik er ineens achter dat er een hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde is die de welluidende naam Jacqueline Bel mag dragen. Zouden haar ouders fans zijn?

De zachte dwang van het algoritme

Hoewel ik op deze plek wel eens Spotify-linkjes post, gebruik ik het medium zelf eigenlijk zelden tot nooit. Maar ja, alles is de afgelopen weken anders, en veel aan huis gekluisterd zijn, resulteert erin dat je zoiets toch maar eens een kans gaat geven.

Ik heb er nogal moeite mee om me te voegen naar de zachte dwang van het algoritme. Ik weet het en heb het al zo vaak van muziekliefhebbers gehoord: als je je mee laat voeren door wat het algoritme je aan muziek-waarvan-de-computer-heeft-vastgesteld-dat-ze-in-jouw-straatje-past voorschotelt, zal dat ‘je leven voorgoed veranderen’. Maar mijn brein heeft altijd moeite om Spotify z’n gang te laten gaan.

Zodra je playlist is afgelopen, staat ie automatisch op die algoritme-stand en hoor je dus liedjes langskomen die je nooit eerder gehoord hebt. Maar het probleem is dat ik tegen die tijd allang een ander liedje in mijn hoofd heb, dat daar op een of andere manier terecht is gekomen, meestal vanuit een associatie die ik had bij voorgaande lied. En eigenlijk wil dus meteen toegeven aan die associatie en dát liedje metéén horen.

Laat dat nou juist een lastige handeling zijn voor Spotify-leken: een liedje zoeken en toevoegen aan de huidige speellijst. Tegen de tijd dat ik dat voor elkaar heb gekregen heeft het algoritme met alweer op twee of drie nummers getrakteerd die me alleen maar in verwarring brengen: waarom nu juist dít lied? Wat is in hemelsnaam de link tussen déze artiest en de bands waar ik normaal gesproken naar luister? En tegen die tijd ben ik het meestal alweer zat, of heeft mijn oude Samsung-tablet besloten dat ie Spotify laat crashen. Frustrerend.

Nou ja, om toch een positieve draai aan dit verhaal te geven: er kwam in een uur luistertijd vanochtend welgeteld één tof nummer langs. Het is van een band die luistert naar de naam Shopping, een activiteit die er – o ironie – nu juist niet even in zit voor ons allen. Volgens Wikipedia is het een Brits (Schots/Engels) postpunk-trio. Ze schijnen nieuw en hip te zijn en ik moet toegeven dat ze lekker klinken.

Ooit, in een lang vervlogen pre-Corona tijdperk, heeft Shopping aangekondigd het heilige podiumpje van het Utrechtse Ekko te betreden (8 mei 2020 zou dit gaan gebeuren). Gaat vast niet door, dus doe het maar even met de clip hieronder.

Shopping – Initiative