Kinderklimhal

De tweede vakantiedag bracht wederom het druilerige weer van de afgelopen twee weken. Omdat vrijwel alle vaste binnen-activiteiten al ondernomen waren verplaatsten de nog enigszins vermoeide docent en zijn zoon (+- 3,5) zich per auto naar een recentelijk in een naburige industrieloods opgepopte kinderklimhal.

Zij die tussen de 20 en 30 zijn en nog geen kinderen hebben en zij die ouder dan 50 zijn en wier kinderen wellicht al richting eindexamen of studie gaan, weten waarschijnlijk nog van niks, maar er lijkt sinds enige tijd sprake van een ware wildgroei aan speelparadijzen zoals de eerdergenoemde. Waar je als ouder voorheen veroordeeld was tot het dumpen van je kroost in de ballenbak van de Ikea kun je tegenwoordig in ieder willekeurig dorp wel zo’n vermaak-loods vinden.

Ik had had op deze plek graag een smakelijk of misschien zelfs onsmakelijk roman-achtig verslag geschreven, waarin sexy jonge moeders met de uitgebluste antiheld flirtten en kinderen elkaar met wapens te lijf gaan in een met uitwerpselen en etensresten besmeurd klimdoolhof, maar de eerlijk gebiedt mij gewoonweg te sterk om het anders te verwoorden. Zo’n klimhal is echt een uitkomst op een regenachtige dag.

Je kind vindt het fijn dat ie in een dynamische omgeving met andere kinderen allerlei nieuwe vaardigheden kan ontwikkelen en ontdekkingen kan doen (‘durf ik nu eindelijk van de blauwe kronkelglijbaan of nog steeds niet?’) en jij als ouder vindt het fijn dat het eindelijk iets te doen heeft en dan ook nog iets waar hij moe genoeg van wordt om niet eindeloos te willen opblijven ’s avonds. Dat de tosti ham-kaas en pistolet met brie, walnoten en honing iets langer op zich laten wachten omdat de uitbaters nogal verrast waren (!!?!) waren met de vakantiedrukte en slechts één persoon in de keuken hadden geplaatst, neem je dan graag op de koop toe.

Morgen al richting schoonouders voor de kerstviering aldaar, dus voorlopig geen kinderklimhallen nodig.

kinderklimhal

Figuur 1A: voorbeeld van een kinderklimhal. Let vooral ook even op de uitgekiende plaatsing van de tafeltjes en stoeltjes: vanuit iedere hoek kunnen alle toestellen in de gaten gehouden worden, zodat u ongestoord kunt genieten van allerhande schrans- en zuipgebeuren, onderwijl uw smartphone en/of laptop beloerend.

 

De slimste mens

Het blijft een fijn programma. Al was het maar omdat:

  1. met louter het geluid (dus geen beeld!) op de achtergrond je er nog steeds prima nakijkwerk bij kunt verrichten

    en

  2. Philip Freriks waarschijnlijk de enige presentator ter wereld is die het woord ‘plasseks’ kan uitspreken zonder dat ook maar iemand zich er ongemakkelijk bij voelt.

(NB de betreffende vraag ging natuurlijk over Patty Brard)
(NB2 ik beloof dat dit de enige vermelding van Patty Brard zal zijn op dit weblog)

 

Leraar zijn

Ik weet het, ik heb er zelf ooit voor gekozen en was destijds volledig toerekeningsvatbaar.

Ik klaag zelden tot nooit over het lage salaris.

’s Avonds laat nog nakijken, lessen voorbereiden tot je een ons weegt: het hoort erbij en als je die dingen stom vindt, moet je wat anders gaan doen.

Oudergesprekken, rapporten schrijven, speeches bedenken voor diploma-uitreikingen, Engelstalige pop-hits uit de jaren ’70 voorzien van een eigentijds Nederlands jasje en in een snikhete lerarenkamer op een godvergeten laatste dag van het schooljaar met heel je ziel en zaligheid op een gitaar vertolken, slechts bijgestaan door een paar verpieterde collega’s die er net zo weinig zin in hebben als jij: er zijn veel en veel ergere dingen te bedenken die voor levensvervulling moeten doorgaan (glastuinbouwer zijn in Novosibirsk bijvoorbeeld).

Maar waarom, oh waarom voelt het alsof mijn lijf steevast twee weken voorafgaand aan de kerstvakantie met slechts een paar touwtjes aan elkaar hangt?

Feminist(e)

Een feministe
werd datatypiste
en vond dat typerend noch typisch
ik denk:
moet zij eig’lijk niet tweemaal een ‘IST’ zijn
of was deze vrouw niet zo kritisch?

Noot: Ik luisterde vanochtend naar het programma OVT op radio 1 en hoorde een van de gasten daadwerkelijk de zin ‘Ik was destijds typiste’ uitspreken.

1984

Iedereen moet het toch wel kennen: het gevoel dat je kan overvallen als je door oude fotoalbums bladert. Een onbeschrijflijk verlangen naar iets wat zich zo dichtbij in je ziel lijkt te bevinden dat je het aan wil raken, maar uiteindelijk kun je er net niet bij. Bij het zien van een foto van een oude kamer in het huis van opa en oma denk je de geur van die kamer bijna weer te kunnen ruiken. Volgens mij was ik nog heel jong toen ik aan mijn vader vroeg wat ‘nostalgie’ betekende en vervolgens begreep ik zijn uitleg zo goed, dat ik gedoemd was om me voor altijd nostalgisch te voelen.

Een fotoalbum ‘oud’ noemen is natuurlijk vaak niet helemaal correct. Ik heb onlangs van mijn vader een nieuw album gekregen met daarin oude foto’s, maar toch blijf je geneigd om zoiets een ‘oud fotoalbum’ te noemen.

Hoe het ook zij, het betreft hier een prachtige verzameling foto’s uit het illustere jaar 1984. Nadat ik het album had weggelegd drong eigenlijk pas weer de eeuwige gedachte aan Orwell zich aan me op. Ik grap ook wel eens tegen mijn vriendin dat ze in het Orwelliaanse jaar is geboren, maar ik geloof niet dat ze veel met dat boek heeft, want eigenlijk reageert ze er nooit op.

In 1984 was de wereld niet veranderd in een onheilspellende totalitaire puinhoop, maar liepen mensen wel rond in pasteltinten en Doe Maar-kleuren, droegen jongens hun coupe soleil-haar als George Michael en toupeerden meiden het als Madonna. Mijzelf in het bijzijn van deze mensen op foto’s zien staan voelt bijna onwerkelijk. Alsof je met terugwerkende kracht als vierjarig jochie in een 80’s-clipt bent gefotoshopt.

Helemaal achterin het album lees ik in een bijschrift iets wat me nog gekkere nostalgische kriebels bezorgt: er zou op de plek waar zolang als ik me kan herinneren al een parkeerplaats is – links van mijn ouderlijk huis – ooit een dubbele villa met rieten dak hebben gestaan. Alleen de gedachte daaraan al voelt onwerkelijk. Ik app meteen mijn vader erover en vraag of er nog foto’s van het betreffende huis zijn. Hij antwoordt bevestigend maar ik krijg zo gauw nog geen bewijzen voor zijn opmerkingen via de app binnen. Ik besluit naar het adres in kwestie te googelen (het huisnummer van mijn ouderlijk huis min twee), maar tevergeefs. Die hits die ik op mijn scherm te zien krijg hebben weinig tot niets meer te maken met het verlangen naar vroeger dat me zo-even nog overviel. Dat er bepaalde huizen aan de straat onlangs verkocht zijn of juist te koop zijn gezet boeit me allerminst, maar van berichten uit 2016 en 2012 over berovingen en in elkaar geslagen mensen in de straat waar ik geboren ben word ik al helemaal niet vrolijk.

Ik besluit Google te laten voor wat het is en berg het album op op de studeerkamer boven. Gelukkig kan ik mijn zieleroerselen aan mijn blog toevertrouwen, want het is een eenzame, weerbarstige herfstavond, en het is nog niet eens officieel herfst.

Hoe je je hoofd draagt

Throwback thursday, en een stukje autobiografisch gemijmer.

Platen, platen, platen. In de 90’s had je muziek die je de ellende van de puberteit liet overleven. In de 00’s was er muziek die hetzelfde deed voor je studententijd. In 2003 besloot ik na vier jaar hbo me toch nog maar in te schrijven voor een universitaire studie in een andere stad. Ik had in de betreffende stad inmiddels een kamer gevonden, maar moest daar from scratch beginnen: nul vrienden, nul bekenden, geen bijbaantje, geen hobby’s. De zomer was verwarrend en heet, maar gelukkig was daar plotseling een plaat die alles goed maakte. De band Nada Surf had ergens in de 90’s een hitje met het nummer Popular. Het nummer deed me niet veel en ik liet de band verder links liggen, maar in de hete zomer van 2003 kwam ineens het album Let Go uitwat mij betreft nog steeds een van de beste rock-albums van de jaren nul. Ik geloof dat ze een akoestische live-sessie voor VPRO-radio deden en dat ik op die manier het album ‘ontdekte’. Of misschien draaiden ze gewoon onderstaande single, met die fantastische zin uit het refrein (die niet toevallig ook de titel bevat) Don’t push me or I’ll fall in love with the way you wear your head. Dat er alleen een schimmig, blokkerig, weinig bekeken clipje te vinden is maakt het eigenlijk alleen maar mooier.

 

Hieronder nog een andere ‘single’ van het album: