ei bakvorm pistool

Lieve lezer,

Graag had ik op deze plek iets leuks, geks, grappigs of vrolijks geschreven, zoals jullie dat (dacht ik toch) van mij gewend zijn. De laatste keer dat ik het checkte was ik in elk geval geen negatieve, fulminerende, spammende web-troll. Die zelfkennis heb ik dan toch ook nog wel.

Er komt echter een moment dat zelfs een blije dodo als ik in de verleiding komt om zich tot bovengenoemd gedrag te verlagen. Dat moment leek even aan te breken toen ik in een niet nader te noemen winkel het onderstaande voorwerp zag hangen:

Ik weet niet wat ik stuitender vind: dat we na duizenden jaren beschaving tot de conclusie zijn gekomen dat we dít, een compleet nutteloos en overbodig voorwerp, dan maar de wereld in moeten slingeren, óf dat het ons kennelijk niet lukt om ons aan een paar simpele, basale taalregels te houden.

Om dan toch maar op dat laatste – mijn stokpaardje, per slot van rekening – in te gaan: waarom staan er in hemelsnaam twee spaties in de naam van dit product, waar het toch óverduidelijk is dat die als één woord geschreven zou moeten worden??! Want dan zou ik in elk geval nog kunnen overwegen om erin mee te gaan. Als dit gewoon een eibakvormpistool was, een pistool dat tevens een bakvorm is om een ei in te bakken, dan was er een heeeeeeeeel, maar dan ook echt een miniem klein kansje geweest dat ik hier vrede mee zou kunnen hebben. Maar nee, nu is het niet minder dan een affront, een gotspe. Meer kan ik er niet van maken. Of…..?????

____________________________________________

Ei.

Bakvorm.

Pistool.

_____________________________________________

Zet het onder elkaar met punten erachter en je hebt toch nog iets poëtisch. Nou goed, daar moeten we het dan maar mee doen.

‘We can come an end’

Wat kan het Dunglish (een andere naam voor de rare mengelmoes tussen ‘Dutch’ en ‘English’) toch een schitterende, bijna poëtische frasen opleveren, mits gebruikt door de juiste personen. De welbekende keuzeheer van het Nederlands heren-voetbalteam L. van Gaal ís zo’n persoon.

Natuurlijk kun je zelf Dunglish verzinnen. Je gaat mij niet vertellen dat iedere zinnetje (sinnetje) uit het beroemde en bijzonder grappige boekje I always get my Sin daadwerkelijk is opgetekend uit waargebeurde gesprekken. Op de middelbare school schiepen mijn beste vriend en ik er gigantisch veel plezier in om zelf de raarste, letterlijk in het Engels vertaalde Nederlandse uitdrukkingen te verzinnen. Ik kan me niet voorstellen dat niet anderen (de schrijver van het genoemde boekje incluis) ook bevangen zijn door het ‘letterlijk-vertaal-virus’.

Bij mij en mijn beste vriend resulteerde dit virus uiteindelijk in de legendarische bandnaam Donkey Bridge. Het gebeurde in een saaie wiskundeles, ik denk toen we in de 5e of 6e klas van het middelbaar zaten. Onze docent had zojuist een ezelsbruggetje uitgelegd om een bepaald soort ingewikkelde vergelijking op te lossen. Op dat moment zaten wij, pubers als we waren, de les al ruim een half uur op te leuken door zo’n beetje alles wat er gezegd werd letterlijk in het Engels te vertalen (alleen voor onszelf hoor, de andere leerlingen hadden geen last van ons; zó puberaal waren we nou ook weer niet!) Nou ja, en een ezelsbrug wordt dan natuurlijk al snel een Donkey Bridge.

Nog jarenlang zouden we, tot viertal aangevuld met een andere klasgenoot en mijn broer, onder deze naam de jeugdhonken en poppodiummetjes van onze regio onveilig maken met onze eclectische, bevreemdende muziek (stukken van 8 minuten waarin we 4 keer van muziekstijl wisselden waren geen uitzondering in ons repertoire).

Terug naar Van Gaal. Hij heeft al een hoop geniale (L. van Geniaal is hij ook al eens genoemd, meen ik) frasen in het Dunglish geschapen. ‘We are running after the facts’ en ‘That’s another cook’ behoren tot mijn persoonlijke favorieten. In onderstaande filmpje zitten trouwens ook nog een paar andere prachtige vondsten, waarvan ‘The dead of the gladioles’ hier niet onvermeld mag blijven.

Edward van de Vendel en Wisse Beets

Ze hebben waarschijnlijk nog nooit samen in één blogje gestaan, maar voor alles moet een eerste keer zijn.

Hierbij dank ik zowel Edward van de Vendel als Wisse Beets uit de grond van mijn hart, omdat zij mij de afgelopen jaren zoveel taalplezier hebben bezorgd. Van de Vendel als de fantastische vertaler van de Waanzinnige Boomhut-serie (én zijn eigen meesterlijke dichtbundel Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt én de vertaling van de kortgeleden door ons ontdekte serie over De verschrikkelijke meneer Gom) en Beets als het meesterbrein achter het Woordgraptogram, dat iedere maandag achterop de V-bijlage van de Volkskrant staat en dat ik, als het even meezit, iedere week probeer te maken. De ene keer met meer succes dan de andere; dat dan weer wel.

Hulde aan Edward en Wisse!

Illusies

Ik vroeg me laatst iets af over illusies: word je ze armer, of rijker? Het verwarrende zit hem in het feit dat niet helemaal duidelijk is wat er gebeurt als je een illusie hebt. In principe is een illusie natuurlijk iets wat er eigenlijk sowieso niet is. Het is immers een waanbeeld, iets wat je droomt; je kunt het niet aanraken. Maar als je zo’n waanbeeld of droom erbij krijgt betekent dat dus dat je het juist dáármee zal moeten doen; je zult het nooit daadwerkelijk tastbaar voor je zien. In dat geval zou je de uitdrukking ‘een illusie rijker’ dus – ongeacht het feit dat het woord ‘rijk’ een positieve connotatie heeft – als een negatieve uiting kunnen beschouwen. Maar omgekeerd is het natuurlijk ook vervelend als je ‘een illusie armer bent’. Dan heb je immers niet eens meer het waanbeeld, de droom, om je aan te laven, waar je dit waanbeeld of deze droom überhaupt al niet geconcretiseerd had.

Ik ga deze kwestie maar eens googelen, maar ga er niet vanuit dat ik er op terugkom! 😉

Thiomargarita magnifica 

Ja sorry, er blijven maar interessante wetenschappelijke fenomenen met rare namen in het nieuws komen. Ik kan het dan gewoonweg niet laten om daar flauwe, ondoordachte blogjes aan te wijden.

Nu is er dus ineens een bacterie ontdekt die werkelijk alle eerdere aannames over de maximale grootte van bacteriën naar de wetenschappelijke schroothoop verwijst. Het gaat om Thiomargarita magnifica, ook wel reuzenbacterie genoemd. In mijn eigen krant kwam een VU-bioloog aan het woord die het had over ‘een eigenaardige knakker’ en ‘een soort giraf onder de bacteriën’. De vergelijking met het bizarre langnekkige Afrikaanse zoogdier spreekt mij misschien nog wel het meest aan. Ze, de biologen, denken dus dat het ding vooral zo groot kan zijn doordat ie zo langgerekt en dun is geworden. Aha.

Naar goed ijsschotsgebruik hieronder een quasi-poëtische ode aan de girafbacterie.



Thiomargarita magnifica
Ik las je in de krant en dacht:
‘Dát is een rare naam voor een pizza!’

Oumuamua

Dit is ‘m dan: Oumuamua. Een soort leistenen scherf die door de ruimte zweeft. Ik vind dat we ‘m een mooie naam hebben gegeven, wij mensen. Ook is het razendknap dat we ‘m überhaupt kunnen gaan onderzoeken, want hij is nogal een eindje van onze eigen aardbol verwijderd. Om precies te zijn: 24200000 kilometer. Dat zijn nogal wat heen en weertjes naar onze lievelingscamping in Frankrijk, kan ik je vertellen. Om Oumuamua te vieren zal ik hier een versje wijden aan deze indrukwekkende ruimterots.

Oumuamua
Oh, Oumuamua
We doen het je niet zomaar na
Zwevend door het universum
Als Van Persie in Salvador, Brazilië
Ik zocht naar een vergelijking, zie je,
Tussen jou en ons nederige mensen
Maar dat is niet te doen.
Dus ik laat het maar bij deze ene poging.

Hans Teeuwen – Stefano Keizers

Hij had het gewoon moeten doen, Hans Teeuwen. ‘Wat dan?’, hoor ik je vragen. Nou, zijn meest recente show Stefano Keizers noemen natuurlijk! ‘Oh, en waarom dan?’ Omdat Stefano Keizers zijn meest recente show Hans Teeuwen noemde. Waarschijnlijk uit pure liefde voor het absurdisme, aangezien er nergens in zijn voorstelling ook verder maar iets over Hans Teeuwen gezegd wordt, naar het schijnt. Geweldig!

Hans Teeuwen liet echter een enorme kans liggen. Hij verzuimde om, evenals Keizers, zijn eer te betuigen aan datzelfde absurdisme waaraan hij zoveel te danken heeft. Wat deed Teeuwen? Hij noemde zijn voorstelling Nou lekker dan. Jammer, temeer daar Keizers (echte naam Gover Meit) gisteren bekendmaakte dat hij afscheid neemt van de naam Stefano Keizers.

Nou ja, misschien dat Teeuwen vriend en vijand ooit nog eens verrast, door, ergens in 2033 – als iedereen Gover Meits oude alter ego al lang vergeten is – zijn nieuwste show alsnog de naam Stefano Keizers te geven. Ja, dat zou wat zijn!

Bert-Jan

Zoon (6), starend naar een landkaartje in de krant: ‘Papa, hoe spreek je dit uit?’ Vader: ‘Berdyansk? Dat is een grappige plaatsnaam. Hij klinkt een beetje als de Nederlandse naam Bert-Jan.’ ‘Maar papa, oorlog ís helemaal niet grappig!’

Toki Pona (lett.: ‘de goede taal’)

Als je in donkere tijden op zoek bent naar een klein lichtpuntje, heb ik een goede tip voor je: lees dit artikel. Daarin vertelt hoogleraar Nederlands en Talige Communicatie Marc van Oostendorp je een verhaal waar je waarschijnlijk heel breed van gaat glimlachen. Het is het verhaal van Toki Pona, de vrolijke, aanstekelijke kunsttaal met steeds meer liefhebbers, in alle uithoeken van de wereld. Aangezien dit artikel in z’n geheel online te lezen is houd ik hier maar bij.

Muti olin!