Turkse luipaard

Ik moet hem nog zien, maar tussen alle prachtige natuurdocu’s die we hier via ons betaalkanaal kunnen kijken staat er ook een over die eerste weken van de eerste lockdown, toen alles zo’n beetje overal ter wereld op slot ging en allerlei wilde dieren zich ineens in de centra van grote steden vertoonden. Ik ben benieuwd.

Sowieso was het een bijzondere tijd. De luchten waren blauw. In Parijs vertelde een man die al jaren vanaf de Eiffeltoren de lucht boven de stad in de gaten hield dat hij hem nog nooit zo helder had gezien en dat hij nog nooit zo ver had kunnen kijken. Inmiddels zijn we meer dan twee jaar verder en vliegt iedereen vanaf Schiphol maar weer de wereld over, alsof er niks gebeurd is. Geregeld kun je, omhoogkijkend, in Nederland weer een wirwar aan condenssporen zien.

Een tijdje geleden ging ik met mijn zoon (6,5) naar een film over een grote kat, de sneeuwpanter, die al sinds mensenheugenis in de Himalaya woont, maar zich maar heel zelden laat zien. Zo zelden, dat de kans dat je hem ooit te zien krijgt kleiner is dan het winnen van de loterij. Tijdens het kijken naar de film besef je eens te meer hoe bijzonder het is dat deze dieren daar nog rondlopen, hoe knap het is dat de filmmakers er tegen beter weten in in blijven geloven dat ze het zeldzame dier voor de camera zullen krijgen. Ondertussen praten ze met elkaar en brengen de kijker een lesje nederigheid bij: wie zijn wij als mensen dat we onszelf dit gejaagde moderne leven hebben aangedaan, dicht op elkaar gepakt in gebieden waar amper nog natuur te bekennen is? Hoe komen we dichter bij ons pure zelf, de mensen die we ooit waren?

Nou ja, in het licht van al het bovenstaande moeten we ook genieten van een bijzonder bericht uit Turkije. Daar is, voor het eerst sinds 1974, de Anatolische luipaard weer waargenomen. De plaatjes zijn schimmig, maar ze geven hoop.

Wat te doen met dit weer? (2)

Eigenlijk is dat vissen dus als hobby zo gek nog niet. Ga maar na: als alle andere hobby’s van betekenis ten zeerste worden afgeraden (Zelfs golfen krijgt morgen een 5! En dat is dan een sport waarbij je prima een paraplu kunt gebruiken om zo droog mogelijk te blijven. Behalve natuurlijk als je afslaat, maar ja, dan kun je toch mooi je tegenstander even die plu boven jouw hoofd laten houden?) wordt het visplezier/de succesrate bij het vissen beloond met het geweldige cijfer 9!

Je moet het natuurlijk wel verantwoord doen, dat vissen. Fair Trade. Duurzaam. Woke ook. Vooral woke. Voordat je je op een bepaalde vis gaat richten, moet je die vis eerst even netjes vragen of hij/zij/het zelf wel fair trade, duurzaam en woke is. Met wie gaat de vis in kwestie om? Wat is z’n stemgedrag? Is ie wel vegetariër, of is het een oude, CDA-stemmende brommerige snoek, die zweert bij z’n lappie vlees? Maar het allerbelangrijkste: wat doet de vis in kwestie om z’n uitstoot te verminderen? Als ie dat niet allang gedaan heeft, moet ie wel even beloven dat ie op termijn gaat stoppen met het verbruik van natuurlijke hulpbronnen. Hup: op zoek naar alternatieven. Misschien kunnen ze met z’n allen stuwdammetjes gaan aanleggen daar in die sloot, dragen ze meteen ook nog wat bij aan onze eigen verduurzaming.

De heggenmus

Iets zit me dwars. Of beter gezegd: iets wat er niet is, zit me dwars. Er bestaat dus géén enkel boek over de heggenmus. Niet in het Nederlands, niet in het Engels en hoogstwaarschijnlijk ook niet in een andere taal. Zo’n boek bestaat gewoon niet, nergens. Punt.

‘Maar waarom wil je zo graag een boek lezen over de heggenmus?’, hoor ik u vragen. Dat zit zo.

Ik vertelde op deze plek al eens dat het zo vreselijk jammer was dat we na onze verhuizing van de ene naar de andere kant van het dorp ineens zoveel minder vogelsoorten in onze tuin hadden. Bij het oude huis, aan de andere kant, kwam van alles op bezoek, in de bijna vijf jaar dat we er woonden: allerlei soorten mezen (niet alleen kool- en pimpelmezen, maar ook zwarte mezen, staartmezen, kuifmezen en glanskoppen), vuurgoudhaantjes, puttertjes, sijsjes, boomklevers, bonte spechten en zelfs een keer een sperwer. Waarschijnlijk vergeet ik nog een paar soorten. De verscheidenheid was – voor iemand die altijd in drukke steden had gewoond en van het bestaan van allerlei vogelsoorten niet eens afwist – gigantisch.

En toen kwam de verhuizing. In het begin dachten we nog dat we gewoon geduld moesten hebben, maar nee, na tweeënhalf jaar is het aanbod nog even schraal als toen we hier neerstreken. Toegegeven, er zijn waarschijnlijk plekken in Nederland waar mensen niet een gigantische huismussenfamilie als achterburen hebben, en misschien zouden sommige Nederlanders, als ze op bezoek komen bij ons, zich vergapen aan al die langsvliegende kool- en pimpelmeesjes, maar verder zijn het vooral kauwen, eksters en houtduiven die hier bivakkeren. Intrigerend op hun eigen manier, maar ook niet meer dan dat.

Toch is er één vogeltje dat me hier altijd weer blijft fascineren. Hij (zij??) houdt de eer van alle andere vogels hoog, mag je wel zeggen. Eerst had ik niet eens door wie hij was. Ik kende zijn soort al wel van ons oude huis, maar daar viel me altijd alleen maar op dat hij op de grond zat rond te scharrelen, terwijl de sterk op hem lijkende huismus (geen familie!) het zo vaak hogerop zocht. Maar op een dag, in de eerste lente die we hier meemaakten, hoorde ik ineens een vogeltje prachtig zingen, als enige in de hele buurt. Ik herkende zijn zang in eerste instantie niet. Raadselachtig was die, vond ik. Totdat ik hem wel in de smiezen kreeg (hij bleek het leuk te vinden om zijn lied vanaf het hoogste takje in de boom de hele wijk in te slingeren) en tot mijn verbazing ontdekte dat hij klein, onopvallend en grijs-bruinig was. Een mus. Toch? Maar dat is geen zangvogel! Foto maken van het beest. Vogelboekje erbij pakken. En wat bleek: het was een heggenmus! Fantastisch. Hij bleek te kunnen zingen, en nog mooi ook! En zoals voor de meeste écht goede muziek geldt: je kunt het niet vaak genoeg horen!

Inmiddels zijn we twee jaar en een hoop coronagedoe verder en kan ik me geen leven meer voorstellen zonder deze heggenmus. Een paar weken geleden hoorde ik hem nog niet en keek ik naar hem uit. Een tijdje later was het er ineens weer, dat prachtige lied, en mijn hart maakte een sprongetje. ‘Welkom terug!’ dacht ik.

Foto: Ed Mather (www.edmather.com)

En vanochtend dacht ik ineens: nu ga ik het doen. Ik ga een boek kopen over de heggenmus. Maar niks dus, nada. Helaas. Misschien moet ik het maar zelf gaan schrijven.

[PS Na lang zoeken blijkt één roman te zijn die The Hedge Sparrow (De heggenmus) heet. Het boek is geschreven door ene C.R. Allen (Charles Richards Allen), een Nieuw-Zeelander (Engelsman van geboorte) die behalve romans ook gedichten en toneelstukken heeft gepubliceerd. The Hedge Sparrow kwam uit in 1937 bij uitgeverij Reed uit Auckland. Er worden momenteel vijf exemplaren te koop aangeboden op de Engelse boekensite Abebooks. Volgens een biografietje zijn er twee romans waar Allen bekend om is gebleven, te weten A Poor Scholar: a tale of progress uit 1936 en het eerdergenoemde The Hedge Sparrow. Helaas lijkt laatstgenoemde boek niet over heggenmussen te gaan, want het enige wat ik erover te weten kom is het volgende: The Hedge Sparrow speelt zich af in de Nieuw-Zeelandse stad Dunedin in de tijd van de liberale regering van Richard John Seddon. De roman onderzoekt de ongelijkheden waar destijds sprake van was de Nieuw Zeelandse samenleving. Sorry, maar ik sla denk ik toch maar even over.]

Zo ziet het boek eruit:

[NB2 Er blijkt een fantastisch artikel over het seksleven van de heggenmus online te staan. Je vindt het hier. Het geschreven door Jeanet van Zoelen van de Vogelbescherming. Jeanet, zou je alsjeblieft een keer een heel boek willen schrijven over dit prachtige vogeltje? Alvast bedankt!]

Natuurdocu: The Velvet Queen

Het mooie van de natuurdocu The Velvet Queen is niet dat je als kijker bijna twee uur lang samen met twee mannen over de Tibetaanse hoogvlaktes struint voor een glimp van een belachelijk-goed-gecamoufleerde-en-daardoor-bijna-onvindbare reuzepoes. Nee, het mooie is dat er een vrouw in de film zit die nóg onzichtbaarder is dan die (overigens prachtige) sneeuwpanter: cameravrouw Marie Amiguet. Precies nul keer is ze te zien en te horen in de film. Zonder haar adembenemende beelden zou het filosofische geklets van de twee natuurgekkies (regisseur Vincent Munier en schrijver Sylvain Tesson) een stuk minder genietbaar zijn geweest. Toch een must-see dus, deze film.

Find the river

Het is de ochtend van eerste kerstdag en het weer is goed genoeg (fris – maar niet té fris – en droog) voor een hardlooptochtje in de omgeving van het schoonouderlijk huis. Halverwege  het kleine rondje kom ik langs een Anton Pieck-achtige kasteelruïne en een prachtige nieuwe houten brug over de rivier. Ik hoop op een langsscherend ijsvogeltje, wellicht tegen beter weten in. Alsof hij me wakker wil schudden uit mijn droom (‘vergeet het maar mannetje!’) is het de groene specht die vanuit de hoge boom zijn eerste, keiharde kluklukluklukluk van de dag laat horen. Ook goedemorgen.

Een paar mensen groeten me tijdens mijn rondje. Als ze net als ik ‘hallo’ zeggen is er niks aan de hand, maar iedere groet met een een ‘g’ erin zet onze verschillen op scherp. Mijn ‘g’ zal nooit zo overtuigend zacht worden dat ik ze zou kunnen doen geloven dat ik een van hen ben of ook maar kan worden. En misschien klinkt mijn ‘hallo’ daar ook wel veel te randstedelijk voor, trouwens.

Thuis komt de geur van warme broodjes me tegemoet en zingt Michael Stipe vanuit de onderste regionen in de Top 2000 een liedje over een rivier:

The privileged and weary eyes
Of river poet search naivete
Pick up here and chase the ride
The river empties to the tide
All of this is coming your way

Goudhaantje

goudhaantje 1 verbeterd klein

Wat doen ze? Wat eten ze? Waar gaan ze heen? Waarom hebben ze zo’n mal geel streepje over hun harses lopen? Hoe kan het dat een vogeltje dat zo weinig weegt, niet bij de eerste de beste windvlaag overhoop geblazen wordt? Ik heb geen idee, maar getsiederrie wat was ik vanochtend blij dat dit goudhaantje de boom in mijn achtertuin onveilig maakte! Heerlijk. Gelukkig hebben we de foto’s nog, dus u kunt nu ook meegenieten!

goudhaantje 4 verbeterd

 

Merelmaaltijd

Misschien komt het doordat ik de prikneuzen eronder de hele zomer lang een extra scheutje water gaf ’s avonds, of misschien komt het gewoon door het feit dat dit een ijzersterke struik is. Het lijkt er in elk geval op dat deze bessenstruik de droogte tijdens de afgelopen zomer prima doorstaan heeft. Of is er toch iets van slijtage te zien bij de besjes die bovenop een beetje grauw uitgeslagen zijn? Hoe dan ook, het kan niet lang meer duren voordat het voor ons huis weer een komen en gaan zal zijn van merels. Altijd leuk om een extra reden te hebben om aan de voorkant van het huis naar buiten te kijken. Eet smakelijk!

Freddies Tritonkaketoe

tritonkaketoe

Goh, ja, en dan lees je ineens dit bericht en laat je je de kans niet ontnemen om twee favo blog-onderwerpen in één bericht te kunnen verwerken: geschiedenis en vogels. Nou, gooi ‘m er maar in!

Die vroege middeleeuwen, ze blijven maar actueel. Had ik het een tijd geleden over dit boek, iets later over deze ontdekking en vanochtend nog over dit boek, vandaag stuitte ik ineens op de tritonkaketoe van keizer Frederik II.

Lang verhaal kort: witte exotische papegaai-achtige blijkt 600 jaar eerder in West-Europa te zijn geïmporteerd dan aanvankelijk gedacht. Frederik II, die van 1220 tot 1250 keizer van het Heilige Roomse Rijk was, vogelde nogal fanatiek en schreef een dik boek Over de kunst van het jagen met vogels (De arte venandi cum avibus). Op zijn beurt maakte een Nederlandse hoogleraar pijnbestrijding daar dan onlangs weer een boek over, waar de krant een half jaar geleden al aandacht aan besteedde.

De bron waar deze Ben Crul uit putte heeft dus nu ook de kennis opgeleverd dat bovenstaande gevederde witte vriend hier al begin 13e eeuw rondvloog. Het grappigste aan het verhaal is misschien nog wel dat uit de vier plaatjes die ooit werden neergekrabbeld en ingekleurd (door Frederik zelf?) klaarblijkelijk op te maken valt dat het uit Azië overgekomen (geschonken door een sultan) dier er gaaf uitzag, wat er dan weer op wees dat hij goed in zijn vel zat en het prima naar zijn zin had. Of zoiets. Dat kan vast niet van iedere hedendaagse tritonkaketoe in een willekeurige zoo gezegd worden.