Acroniem-ontdekkingen

Toen iemand mij ooit vertelde dat de prachtige merknaam Aviko staat voor ‘Aardappel Verwerkende Industrie Keppel en Omstreken’ viel mijn mond open van verbazing. Blijkbaar kan achter het meest poëtisch klinkende acroniem de meest klinisch klinkende uitleg schuilgaan. Bij Kapla (kleine houten latjes waar kinderen de prachtigste bouwwerken mee kunnen maken) gebeurde nou juist iets omgekeerds: achter deze merknaam zit de even onschuldig als vertederend klinkende uitleg KAbouterPLAnkje.

Gisteren dacht ik bij het horen van een radioreclame ineens zelf de oplossing voor een nogal bekende naam uit de reisbranche gevonden te hebben; Corendon, dat is natuurlijk gewoon een reisbureautje dat ontstaan is na een onschuldige koffietentjes-brainstormsessie van twee olijke zakenmannen die luisteren naar de namen Cor en Don. Helaas. Er zit weliswaar een best poëtische verklaring achter de naam Corendon, maar het is er een die op geen enkele manier uit de breinen van Cor en Don is ontsproten.

Corendon is een Turks/Nederlandse holding, gespecialiseerd in vliegvakanties. Het bedrijf is opgericht in 2000, het hoofdkantoor staat in Lijnden. De naam Corendon heeft betrekking op een aan robijn verwant bordeauxrood mineraal, korund. Bordeauxrood is tevens de huisstijlkleur van Corendon.

Nou ja, hij mag er zijn, deze uitleg, maar mochten Cor en Don nog op zoek zijn naar een werkgever, dan lijkt het me prachtig als ze zich alsnog bij de reisgrootgrutter melden.

Amerika

Wat een sleur is het, de vorm waarin ik me bevind. Nou, ik ga ergens uit, dan kom ik weer naar huis, ik steek een sigaret op omdat ik niet kan slapen. Er is niets op de tv, niets op de radio dat veel voor mij betekent. Heel mijn leven kijken naar Amerika. Heel mijn leven is er paniek in Amerika. Oh Oh oh oh. Er zijn problemen in Amerika. Oh Oh oh oh. Gisteren was gemakkelijk, geluk kwam en ging. Ik heb het filmscript, maar ik weet niet wat het betekende. Ik steek een sigaret op omdat ik niet kan slapen. Er is niets op de tv, niets op de radio dat veel voor mij betekent. Er is niets op de tv, niets op de radio waar ik in kan geloven. Heel mijn leven kijken naar Amerika. Heel mijn leven is er paniek in Amerika. Oh Oh oh oh. Er zijn problemen in Amerika. Oh Oh oh oh. Er is paniek in Amerika. Oh Oh oh oh. Gisteren was gemakkelijk. Ja, ik heb het nieuws. Oh, als je het goed begrijpt, sta je op, je kunt gewoon niet verliezen. Geef je mijn vertrouwen, heel mijn vertrouwen in het leven. Laat me niet staan. Stel me niet teleur. Nee, ik heb je vanavond nodig om me vast te houden. Zeg je dat je hier bent. Houd me vast, zeg dat je hier bent. Houd me vast, zeg dat je hier bent. Houden. Heel mijn leven kijken naar Amerika. Heel mijn leven is er paniek in Amerika. Oh Oh oh oh. Ze is gewoon in Amerika. Oh Oh oh oh. Vertel me hoe het voelt. Vertel me hoe het voelt. Vertel me hoe het voelt. Vertel me hoe het voelt.

Vrij naar Razorlight en met dank aan een vertaalrobot.

Gedachte-experiment

Gedachte-experiment (toegegeven, je hebt hem vast vaker langs zien komen, het afgelopen halfjaar): ga naar de supermarkt en sluit heel even je ogen. Stel je nu voor dat je in diezelfde supermarkt loopt, maar dan precies een jaar geleden.

Het is oktober 2019. Alles is hetzelfde: de schappen met dezelfde producten staan op dezelfde plaats, de vakkenvullers en kassamedewerkers zijn dezelfde mensen die dezelfde bedrijfskleding dragen, de klanten zijn dezelfde mensen van wie hooguit een enkeling blijk geeft van een ge-updatete kledingkast. Maar die kleine vetschillen zijn verwaarloosbaar; voor het overgrote deel is de wereld om je heen onveranderd.

Doe nu je ogen weer open. Het is dezelfde supermarkt met dezelfde mensen, maar er is één groot verschil: een groot deel van de mensen hier draagt een of andere vorm van mond- en neusbekleding. Het is alsof je in een niet al te dure (het belangrijkste ‘special effect’ bestaat uit kleine lapjes stof) aflevering van een of andere science fiction-serie bent beland. Denk Twilight Zone of, actueler, Black Mirror.

Maar het feit dat veel mensen die gezichtsbedekking dragen an sich is natuurlijk niet het belangrijkste van de tijdsschok. Dat is het feit dat er mensen zijn die haar níet dragen. Yuval Noah Harari vatte het zo goed samen in zijn bestseller Sapiens: ondanks alles wat de mensheid in zijn nog maar zo korte bestaan voor elkaar heeft gekregen is er één zeurende eigenschap verbluffend constant gebleken: door de hele geschiedenis heen zijn we verdomd hardnekkige wij-zij-denkers gebleken.

Ga maar na. Nog maar een maand geleden hoorde je, net als ondergetekende, waarschijnlijk bij het overgrote deel van de bevolking dat er niet over piekerde een mondmasker te dragen in de supermarkt. En nu, eigenlijk niet eens zo heel veel later, draag je er ineens één bij ieder bezoek en het besef je tot je eigen verbazing dat het na een tijdje niet eens meer zo raar aanvoelt.

Maar wat wél raar aanvoelt: het lichte onbehagen dat je bekruipt als je je realiseert dat je je ergert aan de blootgezichten. Waarom doen zij, ondanks alle oproepen tot solidariteit in de strijd tegen het virus, níet mee? Natuurlijk, je hebt heus wel door dat een bepaalde vorm van hypocrisie je niet vreemd is als je jezelf dit gevoel van ergernis toestaat, maar toch. Hoe erg je ook kunt beweren dat je niet snel meegaat in polarisatie (is die écht zoveel groter in ónze tijd dan in de afgelopen millennia?), voor even heb je dan in elk geval de wereld voor jezelf opgeruimder en begrijpelijker gemaakt, met dank aan een indeling in slechts twee categorieën: gemondkapten [ goed! 🙂 ] en blootgezichten [ fout 😦 ] Niks menselijks is mensen vreemd.

Herbemesting

Er bestaat een kans op herbemesting, zeggen de geleerden, maar
dat staat er niet, hij leest niet wat er staat, er staat
iets anders.

Ergens zweeft een analogie die
een digitale uitwerking verdient,
een gelijkenis tussen virusdeeltjes en mest.
Wie werkt hem uit?
Niet hij, niet nu, niet hier.

Maar wie, wanneer en waar dan wél?

Favo afko’s: m.u.v.

Een van mijn favoriete afkortingen uit de Nederlandse taal is toch wel m.u.v. (spreek uit: ‘em-uu-vee’), wat natuurlijk ‘met uitzondering van’ betekent. Een afkorting moet je ook altijd even ‘zonder de puntjes’ uitspreken om te kijken hoe dat klinkt, en in het geval van m.u.v. zeg je dan ‘muf’. Dat is natuurlijk sowieso een grappig woord is, maar het stelt me ook wel een beetje voor een dilemma. Is m.u.v. inderdaad een muffe afkorting of juist helemaal niet? Ik kom er niet uit.

Andere talen hebben vast ook wel uitdrukkingen en afkortingen die ongeveer hetzelfde betekenen als m.u.v., maar het lijkt me toch vooral iets typisch Nederlands om te bedenken dat je zoiets kunt doen als uitzonderingen maken. Ga maar na: er is een probleem, namelijk cannabisgebruik, en in de meeste landen in de wereld besluit men om er strenge regels voor in te voeren, zonder uitzonderingen. Zo niet hier.

De regels en uitzonderingen in ons beroemde gedoogbeleid maakten op Quentin Tarantino bij een bezoek aan Amsterdam ooit zó’n grote indruk, dat hij besloot om ze in het script van Pulp Fiction te verwerken. Hij zette zijn louche criminelen Vincent en Jules in een auto, liet eerstgenoemde een Amsterdam-college geven aan laatstgenoemde en de rest is geschiedenis. Tarantino heeft natuurlijk geweldige films gemaakt, met uitzondering dan van… nou ja, dat is weer een ander verhaal.

Of het uitzonderen ons in coronatijden trouwens veel oplevert is maar zeer de vraag. Misschien zit het ons wel eerder in de weg…

Het laatste woord is aan Jules en Vincent.

Spinvis

Heb je je net ondergedompeld in een vuistdikke 60’s rock ’n roll-roman waar de LSD vanaf druipt, komt Neder-muziekheld Spinvis met een psychedelisch (de clip dan vooral hè) meesterwerkje waarin hij als een gitaargod op een – jawel! – sitar staat te rammen. Hulde!

Beste schrijvers: David Mitchell – Utopia Avenue


Misschien is het je ontgaan, maar afgelopen zomer bracht de beste Engelstalige schrijver van de afgelopen twintig jaar, David Mitchell, weer eens een boek uit. Het prachtige Utopia Avenue volgt maar liefst 576 pagina’s lang de ‘beste 60’s rockband waar je nog nooit van gehoord hebt’: Utopia Avenue. Je voelt bij het lezen ervan aan alles: de schrijver van dit boek is behalve een fantastische schrijver een zeer gepassioneerd muziekliefhebber.

De tijd waarin de roman zich afspeelt is zeer specifiek: de jaren 1967 en 1968. Het zijn jaren die de schrijver zelf niet meegemaakt heeft, of het moet in de baarmoeder zijn geweest: hij is geboren op 12 januari 1969. En toch weet hij alle details van die tijd – of het nu gaat om liedjes, artiesten, kleding, plaatsen in bekende grote wereldsteden, sferen – zó precies te beschrijven, dat het lijkt dat je er als lezer zelf bij bent.

Boven alles is Utopia Avenue een boek over de vreugde van samen musiceren, over de magie van het lied: waar komt het vandaan, hoe ontstaat het, hoe verandert het van iets ultra-persoonlijks in het hoofd van de liedjesschrijver in iets wat hele volksstammen in hun ziel verankerd hebben en op elk gewenst moment kunnen meeneuriën, -zingen of -blèren? Hoe kan het dat een lied iedere keer dat het uitgevoerd wordt voor een publiek anders is, een eigen leven en een eigen ziel lijkt te hebben, zélfs voor de maker en uitvoerder ervan? Ik had tot nu nooit eerder een boek gelezen waarin de schrijver (en dat zeg ik als iemand die al +- 45 jaar gitaarspeelt en gedurende 25 jaar deel uitmaakte van talloze bandjes), het gevoel van het samen muziek bedenken en uitvoeren, zó goed weet over te brengen.

Als je geen Engelstalige boeken leest, heb je nog niet de kans gehad om van deze fantastische roman te genieten; Utopia Avenue verschijnt namelijk pas op 29 september in het Nederlands. Houd je van fantasierijke boeken en/of ben je een muziekliefhebber? Doe jezelf dan een lol en zorg ervoor dat je die datum met dikke letters in je agenda zet.

Oppegevement

Een van de makkelijkst om zeep te helpen zegswijzen van de Nederlandse taal is ‘op een gegeven moment’. Het is zo’n fijne uitdrukking die je het liefst te pas en te onpas zou gebruiken, maar er is iets met die opeenvolging van klanken waardoor je ze gewoon niet zonder allerlei rare keel- en tongfratsen uit je strot krijgt. Als je niet uitermate geconcentreerd bent en bij ieder woord let op de articulatie ervan, ga je hopeloos, als een ware JP Balkenende (waarschijnlijk de bekendste om-zeep-helper van dierbare lettergrepen die Nederland ooit rijk is geweest) ten onder. Als de wetten van de taalverandering over een x aantal jaren hun werk gedaan hebben, staat ‘op een gegeven moment’ dan inderdaad in z’n sterk uitgeklede, niet meer terug te herkennen vorm in de Dikke Van Dale: oppegevement. Amen.