Fresku heeft gelijk

Wijze woorden van Fresku, dit weekend in het Volkskrant Magazine (weekendwijsheid, 18-01-2020). De Eindhovense rapper heeft een gezin en een drukke baan en worstelt net als een groot deel van de bevolking met het (eerlijk) verdelen van de aandacht tussen die twee.  ‘Als ik weer bedenk dat iets belangrijk is (…) kan ik daar helemaal in opgaan, loopt mijn agenda vol en blijft er nóg minder tijd over voor mijn gezin.’ Herkenbaar. Maar ook zijn oplossing voor dit probleem is gelukkig herkenbaar, en bevestigt mijn eigen ideeën hieromtrent: ‘Door verhalen te vertellen aan mijn kinderen, of samen een eigen spelbord voor Dungeons en Dragons te bedenken; wanneer zij iets verzinnen, zit ik het soms de hele nacht uit te tekenen. Het levert geen nieuw werk op, geen geld of bekendheid, maar het helpt wél om op een natuurlijke manier bij mijn gezin betrokken te blijven.’

Aanvankelijk was mijn zoontje (4) steevast jaloers als ik in zijn bijzijn een muziekinstrument bespeelde, maar gaandeweg accepteerde hij dat een liedje voor het slapengaan bij papa betekende dat papa zichzelf begeleidde op gitaar. En op een bepaald moment gebeurde het: papa bedacht zelf liedjes bij de leefwereld van zoonlief. Zelfbedachte liedjes over Thomas de trein, dino’s, bouwmachines, mammoeten, noem ze maar op. Er is geen kinderinteresse zo breed of er is een tekst, melodie, couplet, refrein en brug bij te verzinnen.

Het leukst is het om aan te sluiten op wat er zojuist nog is voorgelezen. Ik weet niet hoeveel liedjes er in de Nederlandse taal over de quetzalcoatlus zijn gemaakt, maar sinds afgelopen week is het er in elk geval één. Het zal nooit een hit worden op de nationale radio, Spotify of zelfs maar Soundcloud, maar het bestaat, want ergens klonk het een keer heel zachtjes uit de enige bovenverdieping van een knusse, kleine vinexwoning.

Roos en Eefje en Ronald

Hallo, daar ben ik weer. Mag je in een blogje van de hak op de tak springen? Vast wel. Wat mij dezer dagen bezighoudt: nieuwe albums van waarschijnlijk de beste twee Nederlandstalige artiesten van de afgelopen 10+ jaar: Eefje de Visser (lees ook het interview met haar in de laatste Knack Focus) en Roosbeef. Niet alleen zijn ze de beste Nederlandstalige artiesten van de afgelopen 10+ jaar, ze zijn ook beiden geniaal. Ik heb allebei de albums in het vooruit besteld via de ‘ouderwetse’ MP3-winkel van het bekende naar een vrucht genoemde computermerk.

En verder? Probeer ik, net als een paar jaar terug bij zijn vorige show, kaartjes te bemachtigen voor de try-outs van ’s Neerlands beste cabaretier, Ronald Goedemondt. Helaas hebben meer mensen door dat hij de beste is, want het is bijna onmogelijk om aan kaarten te komen. En nu zijn het nog try-outs, maar straks is de show af en komt de echte grote tournee eraan, maar zelfs dan vrees ik dat het gekkenwerk wordt om aan kaarten te komen. Nou ja, ik blijf het proberen. En tot die tijd vermaak ik me met oude shows. Hieronder een absolute klassieker (als ie zich kwaad maakt is ie op z’n best, vind ik) waarin iedereen zich herkent. Ik kan zelfs niet meer het huis stofzuigen zonder even aan deze sketch te denken.

Woord van de dag: presolaire korrel

Schermafbeelding 2020-01-14 om 19.54.14

Ok, welbeschouwd is het natuurlijk geen woord maar een woordgroep, maar toch: de presolaire korrel is met afstand het welluidendste wat ik vandaag in de media ben tegengekomen.

Eigenlijk moet je je er niet meteen in verdiepen, maar gewoon even spelen met deze prachtige taalvondst:

– ‘Mama, ik kan mijn presolaire korrels niet vinden!’
– ‘Dan heb je nog niet goed in je speelgoedhoek gekeken, Maan!’

of

De amuse in het driesterrenrestaurant bestond uit een voorzichtig geglazuurd stukje zee-egel op een bedje van gesuikerde herfst-spiering, gegarneerd met langdurig in wortelnoten vaten gerijpte presolaire korrels.

of

‘Dokter, ik heb de laatste tijd zo’n jeuk in mijn anus.’
‘Ik zie het al: presolaire korrels. Dagelijks drie bekers warme anijsmelk en u bent er binnen no-time vanaf, hoor!’

Nee, het is niet aan mij om uit te leggen wat presolaire korrels zijn. Dat kunnen wetenschapsjournalisten veel beter. Die, én de Jeugd van Tegenwoordig. (Ik kwam ergens in het NRC-artikel het woord sterrenstof tegen….)

 

 

Deelder

Gisteren werd bekend dat Jules Deelder op 75e-jarige leeftijd is heengegaan. Als leerlingen een poëziewerkstuk moeten maken, komen ze altijd als eerste het gedicht Blues on Tuesday van het bekende Rotterdamse icoon tegen.

Blues on tuesday

Geen geld.
Geen vuur.
Geen speed.

Geen krant.
Geen wonder.
Geen weed.

Geen brood.
Geen tijd.
Geen weet.

Geen klote.
Geen donder.
Geen reet.

Ik moet me dan altijd weer in allerlei bochten wringen om uit te leggen dat weed en weet weliswaar niet op elkaar rijmen, maar dat dat het gedicht juist zo knap maakt.

Dankzij een in memoriam-stukje in de krant stuitte ik op de prachtige documentaire Poëzie in Carré, waarin de kijker o.a. kan zien hoe Jules Deelder op 21 maart 1966 zijn podiumdebuut maakte voor het grote publiek. De avond werd georganiseerd door Simon Vinkenoog, inmiddels ook al meer dan tien jaar niet meer onder ons. Hij sloot de avond in Carré af met een gedicht dat volgens mij anno 2019 nog steeds staat als een huis, maar dat ik nergens op internet in tekstvorm kan vinden. Afin, kijk zelf maar.

Fins bier: drink het, nu!

mosaic bier

Meisjes, jongens, komt dat proeven, komt dat proeven! Wat ik nu toch ben tegengekomen bij een niet nader te noemen Duitse grootgrutter: Fins bier. Lekker voor na een saunabezoekje, maar ook voor na het bridgen, keramisch koken, tango-dansen, de krant lezen, lijm snuiven etc. Ik ga er bijna van zingen:

Fins bier, Fins bier, Fins bier, een lekkere worst
De worst is voor de honger en het bier is voor de dorst!