Gerrie Kraai for president

Ja sorry hoor, ben nog steeds aan de muzikantenquarantaine-filmpjes, en deze was te mooi om te laten liggen. Ik vind: als je met je 50+ geblondeerde haren, zonnebril op je harses, in een verwassen Stones-shirt voor je paard(enstal) gaat staan pompen op de mooiste kersenrode basgitaar die ik ooit heb gezien, dan mag je van mij de volgende (minister-)president worden van Nederland. Of de VS. Of van wélk land dan ook. Amen.

Nep

Ik had al zo’n vermoeden en dat vermoeden werd vanochtend door een oplettende stukjesschrijver op de achterpagina van de Volkskrant bevestigd: er zit (soms) neppubliek bij coronawedstrijden uit de verschillende hervatte voetbalcompetities. Ik zapte toevallig onlangs langs een verslag van zo’n wedstrijd en tot mijn verbazing hoorde én zag ik publiek. Dat kan niet waar zijn, dacht ik, en dat blijkt dus te kloppen: het ís niet waar. Om de kijker niet te deprimeren met de aanblik en oorverdovende stilte van een leeg stadion hebben tv-makers ervoor gekozen om beide hier en daar te vervangen door eerder opgenomen geluid en (listig gephotoshopt) publiek. Zíe je wel! Dacht ik het niet!

Maar even serieus. Zelf ben ik ook niet brandschoon op dat gebied. Hoeveel lessen heb ik de afgelopen tijd niet eenzaam en alleen zitten geven, op mijn tot werkkamer gebombardeerde overloop? En bij hoeveel van die lessen was daadwerkelijk mijn tot werkkamer gebombardeerde overloop te zien, inclusief armetierig wegkwijnende zebraplant (‘Waarom doét ie nou toch nergens goed in dit nieuwe huis??!’), gedateerd meisjeskamer-logeerbed (jaren ’80) en rommelhoek met gootsteentje en kraantje? Misschien drie keer, en meestal loste ik deze pijnlijke inkijk in mijn privéleven dan alsnog snel op door er een fake klaslokaal, fake zandstrand of fake Super Mario-landschap in te gooien. Nee, zolang we technologie gebruiken, zal de nepheid (ik lees: nèhfeit) voor een ieder in de 21ste eeuw binnen handbereik blijven, en zelfs de meest sceptische blogger gaat niet vrijuit.

Afbeelding: de bekende virtuele achtergrondjes die te gebruiken zijn bij beeldbellen

Jacq. Bel

Zit ik een tijdschrift over taal te lezen, kom ik er ineens achter dat er een hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde is die de welluidende naam Jacqueline Bel mag dragen. Zouden haar ouders fans zijn?

Kindermuziektip: Jeroen Schipper

Zouden ze hun inkomsten de afgelopen anderhalve maand ineens omhoog hebben zien schieten, alle makers van kindermuziek? Via Spotify-luisterbeurten, de iTunes-winkel of gewoon op afstand of in winkel gekochte ouderwetse cd’s? Het zou zo maar kunnen, net als het zomaar ineens gebeurde dat knutselgerei en trampolines niet aan te slepen waren. Je moet als ouders toch íets, met je ongedurige kroost.

Ook als je wel al een flinke verzameling goede kindermuziek hebt aangelegd is alles wat nieuw en verfrissend is welkom tijdens zo’n lockdown. Dankzij de zachte dwang van het algoritme werden we door Spotify op het idee gebracht om eens een keer naar Jeroen Schipper te luisteren. Vergeet Dirk Scheele, Jeroen is de koning van het originele, verfrissende kinderlied, waarmee hij melodieën die je niet meer uit je hoofd krijgt paart aan hier en daar een dwarse maatsoort en interessante tekstuele vondst. Blijkbaar zijn wij trouwens niet de eersten die dat vinden, want hij krijgt hier en daar al behoorlijk wat erkenning. Heb je kleine kinderen of kleine kleinkinderen? Doe er je voordeel mee!

Boekbespreking: De Pop

Al een paar jaar lag er een dikke pil klaar in onze boekenkast. Een dikke pil met de simpele, doch welluidende titel De Pop. Ok, 926 lijkt wat veel, maar daar krijg je dan wel een boek met een simpele, doch welluidende titel voor en een prachtige kaft-illustratie:

de pop

Waarom besloot ik na meer dan drie jaar ineens toch om dit boek ter hand te nemen? Daar was een reis naar Polen voor nodig. Door omstandigheden zou ik voor het eerst in mijn leven naar dit indrukwekkend grote Oost-Europese land reizen voor een stedentrip met gids en toen ik dit te horen kreeg, ging ergens ver weg in mijn bovenkamer heel zwak een klein lampje branden, begeleid door een zacht fluisterend stemmetje: ‘De Pop! De Pop! De Pop!’

Wat is nou een mooiere gelegenheid om de Grote Poolse Roman te lezen dan tijdens een zesdaagse trip naar Polen? Nou, misschien een twee en een halve maand durende trip naar Polen! Want zoveel tijd had ik er uiteindelijk voor nodig om alle 926 pagina’s door te komen. Maar het was het waard!

Waar gaat hij dan over, die Grote Poolse Roman, geschreven door Bolesław Prus, uitgegeven in 1890? Over de geleidelijke, maar daardoor niet minder pijnlijke transitie van de macht van de oude adel naar die van de nieuwe rijken. We konden daar de afgelopen jaren al meer over lezen in Geert Maks prachtige De levens van Jan Six. Maar De Pop gaat ook over pure, onversneden 19e eeuwse romantiek met een grote R. De Pop bevat, net als z’n Nederlandse evenknie Max Havelaar, een licht komisch karakter in de persoon van de sympathieke oude winkelbediende Ignacy Rzecki, wiens heerlijke nostalgische Napoleon-verlangens tot de lezer komen in wonderbaarlijk tijdloos aandoende dagboekfragmenten. Je ziet hem zo voor je, als ie tegen je ‘praat’.\

Maar het hart van het boek is toch de ongrijpbare Stanisław (Staś, of Stach voor intimi) Wokulski, een personage zo barstensvol tegenstrijdigheden dat de lezer er bij tijd en wijle moedeloos van wordt. Maar toch lees je door. Waarom? Omdat Wokulski en de andere personages stuk voor stuk echte mensen worden voor je, zo echt dat je soms denkt dat ze je bijna aanraken door het papier (ok, papier was hier meestal E-reader; ik ga echt niet zo’n dikke pil meenemen op een backpackvakantie).

Aan ene kant is Wokulski een man die overloopt van levenslust. Hij is slim, had eigenlijk de wetenschap in willen gaan om uitvindingen te doen (het vliegtuig!), maar eindigt via een ongelukkig huwelijk en de uiteindelijke dood van zijn echtgenote als eigenaar van een winkel in zogenaamde galanterieën (een soort luxe winkel van Sinkel). Aan het begin van de roman lezen we via het dagboek van de oude klerk Rzecki dat Wokulski na een korte periode van reizen naar het buitenland is teruggekeerd als een zeer rijk en succesvol zakenman. Maar waarom wil deze passionele man van de wetenschap rijk en succesvol zijn? Inderdaad, hoe kan het ook anders in een verhaal uit de Romantiek, door de hartstochtelijke liefde voor een al even ongrijpbaar personage als hij zelf: de beeldschone, adellijke Izabela Łęcka.

Aangezien dit een roman is in de stijl van de Grote Russen (lees: vuistdikke pillen met gigantische hoeveelheden goed uitgewerkte personages) zou ik het boek tekortdoen als ik zou beweren dat de charme ervan zich beperkt tot bovengenoemde personages.