Hoe je je hoofd draagt

Throwback thursday, en een stukje autobiografisch gemijmer.

Platen, platen, platen. In de 90’s had je muziek die je de ellende van de puberteit liet overleven. In de 00’s was er muziek die hetzelfde deed voor je studententijd. In 2003 besloot ik na vier jaar hbo me toch nog maar in te schrijven voor een universitaire studie in een andere stad. Ik had in de betreffende stad inmiddels een kamer gevonden, maar moest daar from scratch beginnen: nul vrienden, nul bekenden, geen bijbaantje, geen hobby’s. De zomer was verwarrend en heet, maar gelukkig was daar plotseling een plaat die alles goed maakte. De band Nada Surf had ergens in de 90’s een hitje met het nummer Popular. Het nummer deed me niet veel en ik liet de band verder links liggen, maar in de hete zomer van 2003 kwam ineens het album Let Go uitwat mij betreft nog steeds een van de beste rock-albums van de jaren nul. Ik geloof dat ze een akoestische live-sessie voor VPRO-radio deden en dat ik op die manier het album ‘ontdekte’. Of misschien draaiden ze gewoon onderstaande single, met die fantastische zin uit het refrein (die niet toevallig ook de titel bevat) Don’t push me or I’ll fall in love with the way you wear your head. Dat er alleen een schimmig, blokkerig, weinig bekeken clipje te vinden is maakt het eigenlijk alleen maar mooier.

 

Hieronder nog een andere ‘single’ van het album:

 

 

Cubaanse muziek

Het is de eerste zaterdag van september, +- 20:45, we zitten samen nog in de achtertuin en hoewel het een prima dag was qua weer voel je aan de vroege duisternis en de frisheid van de buitenlucht toch dat de zomer echt voorbij is. Natuurlijk, de weervoorspellers hebben laten weten dat er nog een echte Indian Summerweek aankomt, maar dat kunnen we ons op dit moment even niet voorstellen. Het is ook een lange dag geweest. Afgelopen woensdag werd mijn zoon 3 en ik 38 jaar. Ik betrap mezelf erop dat ik het verhaal van het mooiste verjaardagscadeau ooit eindeloos aan jan en allemaal wil vertellen, terwijl het me eigenlijk juist zo dierbaar is dat ik het zou moeten verzwijgen. (Dat laatste is me hierbij dus wederom niet gelukt…..;zucht.) Hoe dan ook, vandaag vierden we het en het was een heerlijke dag.

We besloten de ochtend samen door te brengen en pas ’s middags om 15:00 uur bezoek te laten komen. Zo ergens rond 10:30 trad de hangerigheid in bij mijn zoon en gingen we (vader en zoon) er met z’n tweeën op uit om taart te kopen. Toen we net onze straat uit waren en hij ‘ik wil naar de kinderboerderij’ zei, wist ik dat dat precies het juiste was om te doen. Het bleek er open dag te zijn, waardoor het plein was opgeleukt met een luchtkussen en een karretje met kinderboeken uit de nabijgelegen bibliotheek. Het luchtkussen liet hij helemaal links liggen, maar hij werd op slag verliefd op de twee nieuwe driewieler-trapfietsjes-met-kiepbak. Na drie kwartier heerlijk spelen gingen we twee taarten halen bij de Hema en in de auto beloofde ik hem al dat hij er sowieso één mocht uitkiezen. Helemaal verguld was hij uiteindelijk met de ‘Red Velvet’.

Tussen 15:00 en circa 20:00 uur is het één lange reeks van mega-indrukken voor de kersverse driejarige. Opa’s en oma’s, ooms en tantes, twee nichtjes van ‘1 jaar-min-een-paar-maanden’, een klein zenuwachtig kef-hondje en eindeloos veel grote en kleine cadeaus: het is een wonder dat hij uiteindelijk toch nog in slaap valt. Als vrouwlief en ik samen in de tuin zitten en de babyfoon eindelijk stil blijft horen we ineens luid en duidelijk ergens in de buurt een Cubaanse live-band spelen. Het klinkt fris, het klinkt aanstekelijk, dansbaar, het klinkt als iets waar je bij wilt zijn, zelfs als je een man van bijna veertig met iets teveel roseetjes en witte wijntjes op bent die eigenlijk naar bed zou moeten. De gedachte ‘ik moet weten waar de muziek vandaan komt’ verdring ik eerst nog, maar als mijn vrouw een paar minuten stil is en ik ook niks meer weet te zeggen besluit ik toch de fiets te pakken en op onderzoek uit te gaan. Wel heb ik even mijn vermoedens uitgesproken naar haar: ‘die half-chique straat hier vlak achter de bosrand, de golfclub, de camping ertegenover of even verderop in het bos-dorp.

Als ik even later van huis wegfiets – het is inmiddels helemaal donker – en de frisse avondlucht opsnuif weet ik dat dit de juiste keuze was. In bijna iedere straat zijn wel één of twee feestjes te bespeuren. Waarom? Wat is er met zo’n eerste weekend van september dat er zoveel feestjes zijn? Of is het het nog steeds lekkere weer of juist de voorspelling dat er nog weer lekker weer aan zit te komen? Vieren de mensen altijd extra veel feestjes als de zomer bijna voorbij is? Ik kom er niet achter, maar de feestjes geven deze avond iets magisch. Bij het ene huis klinkt vanuit de achtertuin ‘pubermuziek’, bij een ander huis kijk je dwars door het raam beneden aan de voorkant naar binnen en zie je zowel grijze mensen als jonge kinderen dansen en swingen op een oude net-niet-hit van Jamiroquai. Maar hoewel ik hemelsbreed juist dichter bij de Cubaanse muziek kom hoor ik er hier juist minder van. Misschien zitten de bomen aan de bosrand het geluid hier ook teveel in de weg. Ik besluit verder te fietsen om in elk geval de golfclub en de camping te checken.

Ik rijd de straat van de golfclub en de camping in en hoor dat eerstgenoemde locatie (rechts) in elk geval afvalt. Omdat de camping een vrij groot terrein heeft besluit ik in elk geval de oprijlaan uit te rijden om wellicht in de buurt van de slagbomen en de receptie te kunnen luisteren of de band wellicht bij het kantine-gebouwtje, centraal gelegen op het terrein, speelt. Helemaal achteraan op het parkeerterrein zit iemand in een auto televisie te kijken. Hij heeft goed hoorbaar en zichtbaar en voetbal aanstaan, en ik weet niet of het door de roseestjes en rode wijntjes komt, maar ergens geeft deze voetbalkijkende auto-kluizenaar me het gevoel dat ik de voeling met de tijdgeest al een tijdje kwijt ben. Het contrast tussen de onpeilbare eenzaamheid van dit tafereel en de lokroep van Cuba had bijna niet groter kunnen zijn.

Omdat ik het campingterrein als onbevoegde niet durf te betreden en toch het vermoeden heb dat de Cubaanse band niet hier, maar ergens in een achtertuin verderop speelt, besluit ik op mijn fiets mijn weg te vervolgen en verder om de camping heen te rijden. Onderweg wordt het verlangen deze band van dichtbij te zien en te beluisteren alleen maar groter, maar stemt het besef dat dit waarschijnlijk ongepast is me tegelijk enigszins bedroefd. Ik ben niet eens fan van Cubaanse muziek, maar het klinkt zowel tijdloos als iets totaal tijdgebondens, iets van een film, een band, een componist/gitarist waar ik nu in mijn hoofd even niet bij kan komen. Iets wat misschien 20 jaar geleden, toen ik op de middelbare school zat en de toekomst nog ongewis en beloftevol was, in de mode was.

Eindelijk kom ik erachter waar de band speelt, maar zoals ik al verwachtte kan ik hem niet aanschouwen. Er wordt gemusiceerd op een besloten feest in de achtertuin van een voor deze buurt niet eens zo heel protserige villa. Wat me dan weer tegenvalt: in de straat staat het niet eens helemaal vol met auto’s. Hoezo niet? Als je deze geweldige band uitnodigt om in je tuin te komen spelen heb je toch ook wel genoeg mensen uitgenodigd om te komen kijken? En als je uitgenodigd bent, en ze hebben je laten weten dat er een goede Cubaanse band komt, dan pak je toch de auto en ga je naar dat feest? Waar is het misgegaan? Het voelt oneerlijk. De bewoners/organisatoren van het feest zouden nu op straat moeten staan om toevallige voorbijgangers alsnog in hun achtertuin uit te nodigen, maar zoiets gebeurt hier kennelijk niet; niet in dit land, niet in deze buurt, niet in deze straat, niet bij dit huis.

Als ik even later thuiskom en mijn fiets in de schuur heb geparkeerd zie ik dat mijn vrouw nog niet naar bed is maar in de keuken nog wat restjes verjaardags-afwas staat te doen. Ik weet dat mijn mondelinge relaas warrig en veel te gedetailleerd gaat zijn en dat ik het beter voor mijn blog kan bewaren, dus ik besluit haar niks te vertellen over wat ik ontdekt heb (zoveel heb ik nou ook weer niet ontdekt) maar meteen over te gaan tot het typewerk. Mijn blog klaagt nooit over warrig, over hak-op-de-tak, over details die er niet toe doen, over teveel meninkjes die te persoonlijk en onbegrijpelijk zijn: mijn blog luistert gewoon. Als ze even later toch nog even komt zeuren om het verhaal lukt het me wonderwel om bovenstaande acht alinea’s in drie zinnen samen te vatten. Dat laatste lucht me dan weer op. Ze kijkt de twee enige filmpjes die ik vandaag van onze zoon heb gemaakt op de camera en moet er hartelijk om lachen. De dag is klaar.

Terwijl ik over de Cubaanse film, muziek, band, componist/gitarist schrijf, schieten alle namen me – als ware ik een Slimste Mens-kandidaat, ineens te binnen: Buena Vista Social Club, Ry Cooder, etc. Misschien is het tijd om daar alsnog verliefd op te worden. Maar dat er mensen zijn die gelijkwaardige klonen ervan kunnen uitnodigen zonder daar een waardig publiek voor te kunnen zetten, daar kan ik met de beste wil van de wereld niet bij.

Mijn paarse ridder

Vandaag kreeg ik jou op school van een collega die het bouwen van jou en je soortgenoten als hobby heeft.

Je zag er prachtig uit en toen ik je even vast mocht houden
bleek je ook heel goed bespeelbaar en had je meteen al een mooie klank,
zelfs onversterkt.

Wekenlang hadden we over en weer contact over houtsoorten, humbuckers, toplagen, trekstangen, body’s en halzen. Het hout mocht ik zelfs in onbewerkte vorm (zware blokken) een weekendje in huis hebben om…ja om wat eigenlijk? Het te besnuffelen? Bepotelen? Bewonderen? (Voor een ongeoefend oog zijn het gewoon houten blokken, maar hoe langer je er naar kijkt, hoe beter je ziet dat iedere houtsoort weer van een andere boom komt en uiteraard daardoor uniek is.)

Ik denk dat je in alles uitmuntend bent, hoewel dat zelfs terreinen betreft waar ik eigenlijk nooit een snars (snaars?) van gesnapt heb. Zo schijnen sommige van jouw soortgenoten te beschikken over een zeldzaam heldere en romige sustain, maar vind ik het nog steeds onmogelijk om dat zonder de benodigde kennis van zaken over je te kunnen zeggen.

Thuis heb ik je ingeplugd en uitversterkt en ook toen klonk je uitmuntend, precies goed voor een onwetend kereltje als ikzelf dat alles op gevoel doet. Op een bepaald moment speelde ik een ritmisch deuntje dat aan zoonlief (3 jr.) zelfs wat spontane danspasjes ontlokte, maar toen hij nieuwsgierig vroeg naar de buizen in de versterker en ik die aan hem probeerde te laten zien begon dat ding ineens een soort onderaards horrorgeluid te maken waarbij het mannetje spontaan in huilen uitbarstte. Toen was het even uit met de pret, want het mannetje moest naar bed.

Toen hij goed en wel in bed lag heb ik eerst bij het laatste daglicht onderstaande foto van je gemaakt. Daarna nam ik je op schoot en heb ik het journaal en De slimste mens gekeken terwijl ik lekker pingelde, tokkelde en strumde op jouw heerlijke lijf.

Daarna tikte ik dit stukje en plakte ik de foto eronder. Ik doopte jou Mijn paarse ridder.

Amen.

DSC03268

Daar ben ik dan….

Hallo!

Boon2.jpg

Laat ik mij even netjes voorstellen. Mijn naam is Willem Boon, singer-songwriter in ruste (maar wie weet dat ik binnenkort de pen weer eens oppak…), bekend van liedjes als Olifanten eten ook sperma, Ik heb een bank van apenhaar en Ober, er zit stront onder mijn harp.

(Luister hieronder naar het nummer Willem Boon doet het een beetje rustig aan.)

In 2004 bracht ik mijn legendarische debuutalbum Onmiskenbaar Boon uit en in de periode 2006-2008  schreef ik regelmatig geëngageerde en bij vlagen absurdistische folk-liedjes voor online radiostation Rradio. En nu ben ik dus gevraagd door de ietwat schuwe persoon achter De Laatste IJsschots om zo nu en dan eens wat voor zijn weblog te doen. Leuk!

Zelf ben ik helemaal niet schuw, integendeel, ik neem zelden een blad voor de mond, ben nogal recht-voor-z’n-raap, zeg rechttoe rechtaan waarop het staat, geef mijn ongezouten mening, ben niet op mijn mondje gevallen, heb het hart op de tong en wat dies meer zij en wat zei Dies nou eigenlijk helemaal???

Anway, even wat nutteloze informatie: ik kom uit Friesland, heb een achtergrond in de journalistiek, maar bereikte nimmer mijn droom om hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad te worden, ben inmiddels gepensioneerd, woon in een klein vrijstaand huisje tussen de weilanden, heb een paar kippen en een heel lieve Chinese Naakthond genaamd Wang, ben ongetrouwd en heb geen kinderen, doe wel eens aan speeddaten, maar zelden met succes, ben lid van de plaatselijke bridgevereniging, maak zelf frambozenjam, houd ook een paar kippen in de achtertuin, speel graag gitaar, ukelele en (sinds kort) mandoline, ben een groot fan van Daniel Lohues, hoewel ik zijn laatste album nog steeds niet beluisterd heb (wel alle zes albums daarvoor!), houd absoluut niet van trance en techno (maar helaas heeft De Laatste IJsschots mij gevraagd om een elektronisch dance-album te recenseren, dus dat kan nog leuk worden…), denk vaak en veel na over dingen, maar vergeet ze ook snel weer, ben heel heel lief voor mijn frambozenstruik, kijk af en toe televisie, maar niet te vaak, heb geen Netflix etc. etc.

Ik ga nu snel een echt artikel schrijven. Tot zo!

De Laatste IJsschots Podcast 4 (5 mei 2018)

Aflevering 4 van De Laatste IJsschots Podcast is een feit. Vanaf heden kun je hier weer luisteren naar een fijn halfuurtje nieuwe muziek. En o ja: we hebben een gloednieuw intro, ingesproken door een professionele actrice!

De playlist:

  1. Tsar Bompa – Something to do
  2. Speedy Ortiz – Lucky 88
  3. Laura Veirs – Everybody Needs You
  4. Ryley Walker – Telluride Speed
  5. Psychotic Lumberjacks – Candyland

 

Koningsdag LP-aanwinsten

DSC02244

Klik hieronder om te luisteren naar Het Westlands Mannenkoor olv Piet Struyk met het nummer Ecce quomodo moritur Justus.

 

DSC02243

Klik hieronder om te luisteren naar Familiekoor Slutter uit Etten (G) met het nummer Jachtpartij (bewerking: Yme Visser)

 

DSC02242

Klik hieronder om te luisteren naar Fanfare Luctor et Emergo uit Renesse met het nummer Oosterscheldemars

 

DSC02241

Klik hieronder om te luisteren naar Joseph Schmidt met het nummer Ik hou van Holland

 

Bauke Bakker

Ik heb er een nieuwe held bij. Hij heet Bauke Bakker. Gisteren kwam ik al zappend langs Tijd Voor Max (mocht je deze link aanklikken: het optreden begint op 47:40) en daar sloten ze de aflevering af met een optreden van zijn band, Her Majesty. Deze Crosby Stills, Nash & Young tribute-band trekt nu al twee jaar volle zalen en begint binnenkort aan een nieuwe tournee.

Het nummer dat de band speelde, Chicago geheten, kende ik nog niet. Volgens mij staat het niet op een van de twee (bekendste) eerste albums van CSNY. Een fijnere kennismaking met dit lied had ik niet kunnen wensen. Het bleek een mooie showcase voor de drummer – BB uit de titel boven dit stuk – te zijn, waarbij hij lekker op de voorgrond op de trommels mocht slaan en ook nog de lead-zang voor zijn rekening nam. Zingende drummers zijn in de popmuziek schaars, en goed zingende drummers nog schaarser. Bauke Bakker valt in de laatstgenoemde categorie.

Ik kom zelf altijd maar op een paar zingende drummers uit: Phil Collins (misschien wel de bekendste, drumde uiteraard op zijn solo-nummers, maar ook bij Genesis), Don Henley (The Eagles) en Levon Helm (van The Band, vaak ten onrechte over het hoofd gezien, want o zo subtiel in zijn spel). Ik zie er vast nog wel een aantal over het hoofd, maar het lijkt me leuk voor Bauke als hij gewoon eens als vierde aan een illuster drietal wordt toegevoegd in een lijstje.

O ja, ik heb meteen kaartjes gekocht voor een Her Majesty-optreden in de buurt!

Bauke in actie:
Bauke Bakker