Favo afko’s: m.u.v.

Een van mijn favoriete afkortingen uit de Nederlandse taal is toch wel m.u.v. (spreek uit: ‘em-uu-vee’), wat natuurlijk ‘met uitzondering van’ betekent. Een afkorting moet je ook altijd even ‘zonder de puntjes’ uitspreken om te kijken hoe dat klinkt, en in het geval van m.u.v. zeg je dan ‘muf’. Dat is natuurlijk sowieso een grappig woord is, maar het stelt me ook wel een beetje voor een dilemma. Is m.u.v. inderdaad een muffe afkorting of juist helemaal niet? Ik kom er niet uit.

Andere talen hebben vast ook wel uitdrukkingen en afkortingen die ongeveer hetzelfde betekenen als m.u.v., maar het lijkt me toch vooral iets typisch Nederlands om te bedenken dat je zoiets kunt doen als uitzonderingen maken. Ga maar na: er is een probleem, namelijk cannabisgebruik, en in de meeste landen in de wereld besluit men om er strenge regels voor in te voeren, zonder uitzonderingen. Zo niet hier.

De regels en uitzonderingen in ons beroemde gedoogbeleid maakten op Quentin Tarantino bij een bezoek aan Amsterdam ooit zó’n grote indruk, dat hij besloot om ze in het script van Pulp Fiction te verwerken. Hij zette zijn louche criminelen Vincent en Jules in een auto, liet eerstgenoemde een Amsterdam-college geven aan laatstgenoemde en de rest is geschiedenis. Tarantino heeft natuurlijk geweldige films gemaakt, met uitzondering dan van… nou ja, dat is weer een ander verhaal.

Of het uitzonderen ons in coronatijden trouwens veel oplevert is maar zeer de vraag. Misschien zit het ons wel eerder in de weg…

Het laatste woord is aan Jules en Vincent.

Spinvis

Heb je je net ondergedompeld in een vuistdikke 60’s rock ’n roll-roman waar de LSD vanaf druipt, komt Neder-muziekheld Spinvis met een psychedelisch (de clip dan vooral hè) meesterwerkje waarin hij als een gitaargod op een – jawel! – sitar staat te rammen. Hulde!

Beste schrijvers: David Mitchell – Utopia Avenue


Misschien is het je ontgaan, maar afgelopen zomer bracht de beste Engelstalige schrijver van de afgelopen twintig jaar, David Mitchell, weer eens een boek uit. Het prachtige Utopia Avenue volgt maar liefst 576 pagina’s lang de ‘beste 60’s rockband waar je nog nooit van gehoord hebt’: Utopia Avenue. Je voelt bij het lezen ervan aan alles: de schrijver van dit boek is behalve een fantastische schrijver een zeer gepassioneerd muziekliefhebber.

De tijd waarin de roman zich afspeelt is zeer specifiek: de jaren 1967 en 1968. Het zijn jaren die de schrijver zelf niet meegemaakt heeft, of het moet in de baarmoeder zijn geweest: hij is geboren op 12 januari 1969. En toch weet hij alle details van die tijd – of het nu gaat om liedjes, artiesten, kleding, plaatsen in bekende grote wereldsteden, sferen – zó precies te beschrijven, dat het lijkt dat je er als lezer zelf bij bent.

Boven alles is Utopia Avenue een boek over de vreugde van samen musiceren, over de magie van het lied: waar komt het vandaan, hoe ontstaat het, hoe verandert het van iets ultra-persoonlijks in het hoofd van de liedjesschrijver in iets wat hele volksstammen in hun ziel verankerd hebben en op elk gewenst moment kunnen meeneuriën, -zingen of -blèren? Hoe kan het dat een lied iedere keer dat het uitgevoerd wordt voor een publiek anders is, een eigen leven en een eigen ziel lijkt te hebben, zélfs voor de maker en uitvoerder ervan? Ik had tot nu nooit eerder een boek gelezen waarin de schrijver (en dat zeg ik als iemand die al +- 45 jaar gitaarspeelt en gedurende 25 jaar deel uitmaakte van talloze bandjes), het gevoel van het samen muziek bedenken en uitvoeren, zó goed weet over te brengen.

Als je geen Engelstalige boeken leest, heb je nog niet de kans gehad om van deze fantastische roman te genieten; Utopia Avenue verschijnt namelijk pas op 29 september in het Nederlands. Houd je van fantasierijke boeken en/of ben je een muziekliefhebber? Doe jezelf dan een lol en zorg ervoor dat je die datum met dikke letters in je agenda zet.

Oppegevement

Een van de makkelijkst om zeep te helpen zegswijzen van de Nederlandse taal is ‘op een gegeven moment’. Het is zo’n fijne uitdrukking die je het liefst te pas en te onpas zou gebruiken, maar er is iets met die opeenvolging van klanken waardoor je ze gewoon niet zonder allerlei rare keel- en tongfratsen uit je strot krijgt. Als je niet uitermate geconcentreerd bent en bij ieder woord let op de articulatie ervan, ga je hopeloos, als een ware JP Balkenende (waarschijnlijk de bekendste om-zeep-helper van dierbare lettergrepen die Nederland ooit rijk is geweest) ten onder. Als de wetten van de taalverandering over een x aantal jaren hun werk gedaan hebben, staat ‘op een gegeven moment’ dan inderdaad in z’n sterk uitgeklede, niet meer terug te herkennen vorm in de Dikke Van Dale: oppegevement. Amen.

Veertig

Een paar dagen geleden ben ik veertig geworden. Dat leek me altijd een enorme mijlpaal, maar nu ik hem eenmaal bereikt heb, valt dat eigenlijk bar tegen. Of eigenlijk valt het juist enorm mee, het is maar hoe je er tegenaan kijkt.

Mijn dertigste verjaardag was eigenlijk veel spannender. In de zomervakantie die aan die verjaardag voorafging, besloot ik out-of-the-blue (zoals alleen nog-net-twintigers dat kunnen, iets out-of-the-blue besluiten) om in een paar dagen om het IJsselmeer heen te gaan fietsen. Tegen de klok in, voor de nieuwsgierigen onder jullie.

Een geschikte fiets had ik helaas niet. Veel geld ook niet, dus moest de bedevaart maar geschieden op een voor een prikkie gekochte, verrotte oude kinder-mountainbike met vier versnellingen, waarvan maar twee het daadwerkelijk deden. Het hoofddoel van mijn tocht was het nadenken over een onlangs in de kroeg opgedane scharrel die maar niet uit mijn hoofd wilde. Nu, tien jaar later, is die scharrel er nog steeds en mogen we ons de trotse bezitters van een zoon, een huis, een Toyota Prius en een Babboe-bakfiets noemen.

Met die kinder-mountainbike liep het trouwens veel slechter af. Hij bleek niet meer op de plek te staan waar ik hem achtergelaten dacht te hebben. Toen ik het sleuteltje ook nergens meer kon vinden, wist ik wel hoe laat het was.

Een open deur waar je geen speld tussen krijgt

Zondagochtend, 07:00 uur. De deurbel gaat. Als ik opendoe staar ik recht in het strenge gezicht van een soort politieagent in een knalpaars uniform. ‘Bent u de eigenaar van de website De Laatste IJsschots?’, vraagt hij. ‘Dat ben ik inderdaad’, stamel ik beduusd. ‘Dan wil ik u namens de beeldspraakpolitie dringend verzoeken uw blogpost van hedenochtend zo spoedig mogelijk aan te passen. U maakt zich daarin namelijk schuldig aan een ernstige vorm van KB.’ ‘KB?’ Verdwaasd staar ik de paarse agent aan. ‘Ik weet niet wat KB is. Ik heb daar nog nooit van gehoord. Hoe kan ik me er nou schuldig aan maken?’ ‘KB is Krukkige Beeldspraak en de titel van uw blogpost van hedenochtend is een grove overschrijding van het NNBP’, bijt de agent mij nu nog strenger toe. ‘Het NNBP? Wat is dat nou weer?’ vraag ik hem. ‘Het Nieuw Nederlands Beeldspraak Peil. In het 465 pagina’s tellende manifest dat vorig jaar is verschenen worden de grenzen haarfijn uiteengezet aan de lezer. Uw ‘open deur waar je geen speld tussen krijgt’ is zowel een overtreding van artikel 5 lid 1 onder D als van artikel 23 lid 3 onder B. Als u de gewraakte kop onmiddellijk verwijdert zullen we deze grove misstap door de vingers zien en blijft een boete van 94 euro en 50 eurocent u bespaard. Een goede dag nog.’ De agent beent weg door de ochtendmist en laat een verbouwereerde blogger in vertwijfeling achter.

Gerrie Kraai for president

Ja sorry hoor, ben nog steeds aan de muzikantenquarantaine-filmpjes, en deze was te mooi om te laten liggen. Ik vind: als je met je 50+ geblondeerde haren, zonnebril op je harses, in een verwassen Stones-shirt voor je paard(enstal) gaat staan pompen op de mooiste kersenrode basgitaar die ik ooit heb gezien, dan mag je van mij de volgende (minister-)president worden van Nederland. Of de VS. Of van wélk land dan ook. Amen.

Nep

Ik had al zo’n vermoeden en dat vermoeden werd vanochtend door een oplettende stukjesschrijver op de achterpagina van de Volkskrant bevestigd: er zit (soms) neppubliek bij coronawedstrijden uit de verschillende hervatte voetbalcompetities. Ik zapte toevallig onlangs langs een verslag van zo’n wedstrijd en tot mijn verbazing hoorde én zag ik publiek. Dat kan niet waar zijn, dacht ik, en dat blijkt dus te kloppen: het ís niet waar. Om de kijker niet te deprimeren met de aanblik en oorverdovende stilte van een leeg stadion hebben tv-makers ervoor gekozen om beide hier en daar te vervangen door eerder opgenomen geluid en (listig gephotoshopt) publiek. Zíe je wel! Dacht ik het niet!

Maar even serieus. Zelf ben ik ook niet brandschoon op dat gebied. Hoeveel lessen heb ik de afgelopen tijd niet eenzaam en alleen zitten geven, op mijn tot werkkamer gebombardeerde overloop? En bij hoeveel van die lessen was daadwerkelijk mijn tot werkkamer gebombardeerde overloop te zien, inclusief armetierig wegkwijnende zebraplant (‘Waarom doét ie nou toch nergens goed in dit nieuwe huis??!’), gedateerd meisjeskamer-logeerbed (jaren ’80) en rommelhoek met gootsteentje en kraantje? Misschien drie keer, en meestal loste ik deze pijnlijke inkijk in mijn privéleven dan alsnog snel op door er een fake klaslokaal, fake zandstrand of fake Super Mario-landschap in te gooien. Nee, zolang we technologie gebruiken, zal de nepheid (ik lees: nèhfeit) voor een ieder in de 21ste eeuw binnen handbereik blijven, en zelfs de meest sceptische blogger gaat niet vrijuit.

Afbeelding: de bekende virtuele achtergrondjes die te gebruiken zijn bij beeldbellen