Kindermuziektip: Jeroen Schipper

Zouden ze hun inkomsten de afgelopen anderhalve maand ineens omhoog hebben zien schieten, alle makers van kindermuziek? Via Spotify-luisterbeurten, de iTunes-winkel of gewoon op afstand of in winkel gekochte ouderwetse cd’s? Het zou zo maar kunnen, net als het zomaar ineens gebeurde dat knutselgerei en trampolines niet aan te slepen waren. Je moet als ouders toch íets, met je ongedurige kroost.

Ook als je wel al een flinke verzameling goede kindermuziek hebt aangelegd is alles wat nieuw en verfrissend is welkom tijdens zo’n lockdown. Dankzij de zachte dwang van het algoritme werden we door Spotify op het idee gebracht om eens een keer naar Jeroen Schipper te luisteren. Vergeet Dirk Scheele, Jeroen is de koning van het originele, verfrissende kinderlied, waarmee hij melodieën die je niet meer uit je hoofd krijgt paart aan hier en daar een dwarse maatsoort en interessante tekstuele vondst. Blijkbaar zijn wij trouwens niet de eersten die dat vinden, want hij krijgt hier en daar al behoorlijk wat erkenning. Heb je kleine kinderen of kleine kleinkinderen? Doe er je voordeel mee!

Boekbespreking: De Pop

Al een paar jaar lag er een dikke pil klaar in onze boekenkast. Een dikke pil met de simpele, doch welluidende titel De Pop. Ok, 926 lijkt wat veel, maar daar krijg je dan wel een boek met een simpele, doch welluidende titel voor en een prachtige kaft-illustratie:

de pop

Waarom besloot ik na meer dan drie jaar ineens toch om dit boek ter hand te nemen? Daar was een reis naar Polen voor nodig. Door omstandigheden zou ik voor het eerst in mijn leven naar dit indrukwekkend grote Oost-Europese land reizen voor een stedentrip met gids en toen ik dit te horen kreeg, ging ergens ver weg in mijn bovenkamer heel zwak een klein lampje branden, begeleid door een zacht fluisterend stemmetje: ‘De Pop! De Pop! De Pop!’

Wat is nou een mooiere gelegenheid om de Grote Poolse Roman te lezen dan tijdens een zesdaagse trip naar Polen? Nou, misschien een twee en een halve maand durende trip naar Polen! Want zoveel tijd had ik er uiteindelijk voor nodig om alle 926 pagina’s door te komen. Maar het was het waard!

Waar gaat hij dan over, die Grote Poolse Roman, geschreven door Bolesław Prus, uitgegeven in 1890? Over de geleidelijke, maar daardoor niet minder pijnlijke transitie van de macht van de oude adel naar die van de nieuwe rijken. We konden daar de afgelopen jaren al meer over lezen in Geert Maks prachtige De levens van Jan Six. Maar De Pop gaat ook over pure, onversneden 19e eeuwse romantiek met een grote R. De Pop bevat, net als z’n Nederlandse evenknie Max Havelaar, een licht komisch karakter in de persoon van de sympathieke oude winkelbediende Ignacy Rzecki, wiens heerlijke nostalgische Napoleon-verlangens tot de lezer komen in wonderbaarlijk tijdloos aandoende dagboekfragmenten. Je ziet hem zo voor je, als ie tegen je ‘praat’.\

Maar het hart van het boek is toch de ongrijpbare Stanisław (Staś, of Stach voor intimi) Wokulski, een personage zo barstensvol tegenstrijdigheden dat de lezer er bij tijd en wijle moedeloos van wordt. Maar toch lees je door. Waarom? Omdat Wokulski en de andere personages stuk voor stuk echte mensen worden voor je, zo echt dat je soms denkt dat ze je bijna aanraken door het papier (ok, papier was hier meestal E-reader; ik ga echt niet zo’n dikke pil meenemen op een backpackvakantie).

Aan ene kant is Wokulski een man die overloopt van levenslust. Hij is slim, had eigenlijk de wetenschap in willen gaan om uitvindingen te doen (het vliegtuig!), maar eindigt via een ongelukkig huwelijk en de uiteindelijke dood van zijn echtgenote als eigenaar van een winkel in zogenaamde galanterieën (een soort luxe winkel van Sinkel). Aan het begin van de roman lezen we via het dagboek van de oude klerk Rzecki dat Wokulski na een korte periode van reizen naar het buitenland is teruggekeerd als een zeer rijk en succesvol zakenman. Maar waarom wil deze passionele man van de wetenschap rijk en succesvol zijn? Inderdaad, hoe kan het ook anders in een verhaal uit de Romantiek, door de hartstochtelijke liefde voor een al even ongrijpbaar personage als hij zelf: de beeldschone, adellijke Izabela Łęcka.

Aangezien dit een roman is in de stijl van de Grote Russen (lees: vuistdikke pillen met gigantische hoeveelheden goed uitgewerkte personages) zou ik het boek tekortdoen als ik zou beweren dat de charme ervan zich beperkt tot bovengenoemde personages.

De nostalgie van de mop

Waar gebruikte ik het internet omstreeks 1996 voor? Vast al voor van alles en nog wat, maar een van de ongekende mogelijkheden die ineens ontsloten werden, was het gebruikmaken van zogenaamde moppen-databases.

In combinatie met een matrixprinter (goedkoop apparaat, goedkoop papier – met van die gaatjes aan beide kanten – goedkope inkt (??) en om een of andere reden retesnel, doch ontzettend luidruchtig) was het een koud kunstje om binnen no-time het complete repertoire van de grootste vijf moppensites volledig op papier te krijgen.

Ik stopte die papieren vervolgens stiekem in mijn schooltas om ze op onbewaakte momenten tevoorschijn te halen, waarna ik probeerde bepaalde moppen zo goed mogelijk in mijn geheugen te prenten. Met helaas weinig succes – je moet daar talent én een bepaald ‘moppenfotografisch’ geheugen voor hebben, volgens mij.

Historisch dieptepunt was het moment na de gymles, in de jongenskleedkamer, dat ik probeerde om een bepaalde mop die ik zelf hilarisch vond (over een appel en een koekje en een rectaal onderzoek, meen ik me te herinneren, wacht, ik ga hem zometeen opzoeken!) met zoveel mogelijk flair aan mijn mannelijke klasgenoten over het voetlicht te brengen. Helaas, het ging na een zin of drie, vier al mis. Noodgedwongen greep ik naar de matrixpapieren in mijn schooltas en reproduceerde de mop doodleuk door hem gewoon voor te lezen. Ik geloof dat mijn klasgenoten toch vooral om de kneuterigheid van die hele situatie moesten lachen. Het kan onmogelijk zijn dat ze lachten om mijn hilarische moppenvoordracht, want eerlijk is eerlijk, ik ben en blijf gewoon vre-se-lijk slecht in moppen tappen.

Dat gezegd hebbende: ik heb hem gevonden! Ik hoop dat u melig bent, want hier komtie (ja ja, dit is een tripje langs het geheugenlaantje hoor!):


De lintworm

Een man die broodmager is en desalniettemin niet eet maar vreet, meldt zich na lang aandringen van zijn vrouw bij de dokter. “Dokter, ik geloof dat ik last heb van een lintworm.” De dokter kijkt bedenkelijk naar het armetierige mannetje en zegt: “Ga maar op de onderzoekstafel liggen…”De dokter neemt een zaklampje en kijkt de man in zijn achterste. “Tja meneer, dat vereist een harde aanpak…” De arts loopt naar de achterkamer en komt na 5 minuten terug met een appel en een koekje. Hij schuift de appel met enig geweld in de man zijn achterwerk, wacht vervolgens 5 minuten. en stopt het koekje er achteraan. “Zo meneer… Herhaalt U dat de hele week en komt U vrijdag maar terug!” De man vertrekt met gemengde gevoelens huiswaarts. “Als dat maar goed gaat…”, denkt hij. Hij houdt zich strikt aan het recept en herhaalt de procedure dagelijks. Die vrijdag is hij terug bij de dokter. “Zo meneer, alles goed gegaan?” vraagt de dokter. “Jawel”, zegt de man, “maar ik ben geen gram aangekomen, dokter!” De dokter laat de man wederom plaatsnemen op de onderzoekstafel. “Dat is een goed teken”, stelt de arts de man gerust. “Wacht U even, ik ben zo terug.” De dokter vertrekt weer richting achterkamer om vrij kort daarop weer terug te keren met een appel en een…….. Honkbalknuppel!! De man wordt ietwat wit om zijn neus en zegt: “Dokter, ik………”, waarop de dokter de man tot stilte maant. De arts schuift de appel in de man zijn achterwerk en gaat rustig zitten wachten….. …………. Komt na 5 minuten de lintworm naar buiten en die zegt: “He joh. Waar blijft mijn koekje?” MEP !