Deze zoekopdracht levert nog niks op, maar ik ben zelf eerlijk gezegd nogal benieuwd naar wat deze combinatie teweeg gaat brengen in ons schaats-gekke landje.
Categorie: Uncategorized
Zwart Gat Zon
Zwart gat zon
Kom erbij
Wees een vent
Zorg dat niemand je herkent
Wees niet bang
Voor de slang
En vermijd de hete zon
Tropisch warm
Zomerstank
Onder wolken duister hangt
Zeg mijn naam
Door het scherm
En doe met het kermen mee
Zwart gat zon
Toe maar, kom
En spoel de regen weg
Zwart gat zon
Toe maar, kom
Toe maar, kom
Toe maar, kom
Haperend
Koud en nat
Hou de warme wind in stand
’t Is geen tijd
voor eerlijk volk
en soms zelfs niet voor een slang
Met mijn muts
somnambuul
Heel mijn jeugd was ridicuul
Hemel, stuur
De hel hier weg
Niemand zingt meer zoals jij
Zwart gat zon
Toe maar, kom
En spoel de regen weg
Zwart gat zon
Toe maar, kom
Toe maar, kom
Zwart gat zon
Toe maar, kom
En spoel de regen weg
Zwart gat zon
Toe maar, kom
Toe maar, kom
Hang mij op
Aangelijnd
Totdat iedereen verdwijnt
Zwart gat zon
Toe maar, kom
En spoel de regen weg
Zwart gat zon
Toe maar, kom
Toe maar, kom
Zwart gat zon
Toe maar, kom
En spoel de regen weg
Zwart gat zon
Toe maar, kom
Toe maar, kom
Je gaat bij rock en roll (over lijken)

Beste lezer,
Het is even geleden dat ik hier iets schreef. Mijn naam is Willem Boon. Liedjes schrijven is een van mijn hobby’s. Soms heb ik een tijdje even geen inspiratie om zelf liedjes te bedenken. Dan val ik terug op een andere hobby van me: liedjes vertalen. In de kerstvakantie heb ik me op een lied van The Rolling Stones gestort, namelijk It’s Only Rock ’n Roll (but I like it). In mijn vertaling is dat Je gaat bij rock en roll (over lijken) geworden.
Misschien dat dit je kan behagen, misschien ook niet, maar ik wil je hierbij alvast bedanken voor het luisteren.
Was getekend,
Willem Boon
Je gaat bij rock en roll (over lijken)
Als ik mijn pen in mijn hart kon steken,
Bloedend hier voor je op straat
Geeft het je plezier, boeit het je geen zier?
Denk je dan: ‘Die gast is vreemd!’
Is ie niet vreeeeeeemd?
Als ik je kon winnen door voor je te zingen
Een smartlap zo verfijnd
Was het dan genoeg voor je valse hart
Als ik was weggekwijnd
Was weggekwij-ij-ijnd
Ik zei: ‘Ik weet je gaat bij rock en roll over lijken
Ik weet je gaat bij rock en roll over lijken, lijken, ja je gaat
Oh, over lijken, over lijken, over lijken,
Ik zei: ‘Zie je niet deze gast is altijd eenzaam?’
Als ik een mes in mijn hart kon steken
Zelfmoord hier voor je op straat
Zou het dan genoeg zijn voor je hitsigheid?
Wist je met die dingen wel raad?
Wist je wel raa-aa-aad
Als ik heel diep in mijn hart zou zien
Gevoelens zou uiten in tekst
Geeft het je plezier, boeit het je geen zier?
Denk je dan: ‘Die gast is gek!’
Die gast is ge-èh-ek?
Ik zei: ‘Ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken
Ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken, lijken, ja je gaat
Over lijken, over lijken, over lijken
Ik zei: ‘Zie je niet deze gast is altijd eenzaam?’
Denk jij: ‘Ik ben de enige meid in de stad’?
Jij denkt: ‘Ik ben de enige vrouw hier in dit gat!’
Ik zei: ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken
Ik zei: ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken
Ik zei: ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken
Ik zei: ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken
Over lijken, lijken, ja je gaat
Over lijken, over lijken, over lijken, over lijken
Over lijken, over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
Gedachte-experiment
Gedachte-experiment (toegegeven, je hebt hem vast vaker langs zien komen, het afgelopen halfjaar): ga naar de supermarkt en sluit heel even je ogen. Stel je nu voor dat je in diezelfde supermarkt loopt, maar dan precies een jaar geleden.
Het is oktober 2019. Alles is hetzelfde: de schappen met dezelfde producten staan op dezelfde plaats, de vakkenvullers en kassamedewerkers zijn dezelfde mensen die dezelfde bedrijfskleding dragen, de klanten zijn dezelfde mensen van wie hooguit een enkeling blijk geeft van een ge-updatete kledingkast. Maar die kleine vetschillen zijn verwaarloosbaar; voor het overgrote deel is de wereld om je heen onveranderd.
Doe nu je ogen weer open. Het is dezelfde supermarkt met dezelfde mensen, maar er is één groot verschil: een groot deel van de mensen hier draagt een of andere vorm van mond- en neusbekleding. Het is alsof je in een niet al te dure (het belangrijkste ‘special effect’ bestaat uit kleine lapjes stof) aflevering van een of andere science fiction-serie bent beland. Denk Twilight Zone of, actueler, Black Mirror.
Maar het feit dat veel mensen die gezichtsbedekking dragen an sich is natuurlijk niet het belangrijkste van de tijdsschok. Dat is het feit dat er mensen zijn die haar níet dragen. Yuval Noah Harari vatte het zo goed samen in zijn bestseller Sapiens: ondanks alles wat de mensheid in zijn nog maar zo korte bestaan voor elkaar heeft gekregen is er één zeurende eigenschap verbluffend constant gebleken: door de hele geschiedenis heen zijn we verdomd hardnekkige wij-zij-denkers gebleken.
Ga maar na. Nog maar een maand geleden hoorde je, net als ondergetekende, waarschijnlijk bij het overgrote deel van de bevolking dat er niet over piekerde een mondmasker te dragen in de supermarkt. En nu, eigenlijk niet eens zo heel veel later, draag je er ineens één bij ieder bezoek en het besef je tot je eigen verbazing dat het na een tijdje niet eens meer zo raar aanvoelt.
Maar wat wél raar aanvoelt: het lichte onbehagen dat je bekruipt als je je realiseert dat je je ergert aan de blootgezichten. Waarom doen zij, ondanks alle oproepen tot solidariteit in de strijd tegen het virus, níet mee? Natuurlijk, je hebt heus wel door dat een bepaalde vorm van hypocrisie je niet vreemd is als je jezelf dit gevoel van ergernis toestaat, maar toch. Hoe erg je ook kunt beweren dat je niet snel meegaat in polarisatie (is die écht zoveel groter in ónze tijd dan in de afgelopen millennia?), voor even heb je dan in elk geval de wereld voor jezelf opgeruimder en begrijpelijker gemaakt, met dank aan een indeling in slechts twee categorieën: gemondkapten [ goed! 🙂 ] en blootgezichten [ fout 😦 ] Niks menselijks is mensen vreemd.
Pensioen

Hè verdorie, nét te laat! 😦
Veertig
Een paar dagen geleden ben ik veertig geworden. Dat leek me altijd een enorme mijlpaal, maar nu ik hem eenmaal bereikt heb, valt dat eigenlijk bar tegen. Of eigenlijk valt het juist enorm mee, het is maar hoe je er tegenaan kijkt.
Mijn dertigste verjaardag was eigenlijk veel spannender. In de zomervakantie die aan die verjaardag voorafging, besloot ik out-of-the-blue (zoals alleen nog-net-twintigers dat kunnen, iets out-of-the-blue besluiten) om in een paar dagen om het IJsselmeer heen te gaan fietsen. Tegen de klok in, voor de nieuwsgierigen onder jullie.
Een geschikte fiets had ik helaas niet. Veel geld ook niet, dus moest de bedevaart maar geschieden op een voor een prikkie gekochte, verrotte oude kinder-mountainbike met vier versnellingen, waarvan maar twee het daadwerkelijk deden. Het hoofddoel van mijn tocht was het nadenken over een onlangs in de kroeg opgedane scharrel die maar niet uit mijn hoofd wilde. Nu, tien jaar later, is die scharrel er nog steeds en mogen we ons de trotse bezitters van een zoon, een huis, een Toyota Prius en een Babboe-bakfiets noemen.
Met die kinder-mountainbike liep het trouwens veel slechter af. Hij bleek niet meer op de plek te staan waar ik hem achtergelaten dacht te hebben. Toen ik het sleuteltje ook nergens meer kon vinden, wist ik wel hoe laat het was.
Nep
Ik had al zo’n vermoeden en dat vermoeden werd vanochtend door een oplettende stukjesschrijver op de achterpagina van de Volkskrant bevestigd: er zit (soms) neppubliek bij coronawedstrijden uit de verschillende hervatte voetbalcompetities. Ik zapte toevallig onlangs langs een verslag van zo’n wedstrijd en tot mijn verbazing hoorde én zag ik publiek. Dat kan niet waar zijn, dacht ik, en dat blijkt dus te kloppen: het ís niet waar. Om de kijker niet te deprimeren met de aanblik en oorverdovende stilte van een leeg stadion hebben tv-makers ervoor gekozen om beide hier en daar te vervangen door eerder opgenomen geluid en (listig gephotoshopt) publiek. Zíe je wel! Dacht ik het niet!
Maar even serieus. Zelf ben ik ook niet brandschoon op dat gebied. Hoeveel lessen heb ik de afgelopen tijd niet eenzaam en alleen zitten geven, op mijn tot werkkamer gebombardeerde overloop? En bij hoeveel van die lessen was daadwerkelijk mijn tot werkkamer gebombardeerde overloop te zien, inclusief armetierig wegkwijnende zebraplant (‘Waarom doét ie nou toch nergens goed in dit nieuwe huis??!’), gedateerd meisjeskamer-logeerbed (jaren ’80) en rommelhoek met gootsteentje en kraantje? Misschien drie keer, en meestal loste ik deze pijnlijke inkijk in mijn privéleven dan alsnog snel op door er een fake klaslokaal, fake zandstrand of fake Super Mario-landschap in te gooien. Nee, zolang we technologie gebruiken, zal de nepheid (ik lees: nèhfeit) voor een ieder in de 21ste eeuw binnen handbereik blijven, en zelfs de meest sceptische blogger gaat niet vrijuit.

Goeie smaak

Potjandorie, Gijs Groenteman; goeie smaak hoor! 🙂
Dit is trouwens ook een prachtig – ondergewaardeerd – Feist-album:

Kledingreclames vs. het weer


Koningsdag thuis…
…is een mooie gelegenheid om eindelijk dat escape room-spelletje eens uit de kast te halen. En wat blijkt: de makers van het betreffende spel zijn mensen met een groot talent voor voorspellen en veel gevoel voor ironie. Eigenlijk onheilspellender dan die hele villa zelf…

