Verhaal

2brothers.jpg

Hij wilde een band beginnen, onze Vincent. ‘Vincent Verpauper en de tienlitergieters’, dat klonk toch in principe als een klok? Alleen de schrijfwijze van het woord ‘tienlitergieter’, daar twijfelde hij nog over. Als je het woord ‘tien’ los schreef van ‘litergieters’ was het net alsof zijn band per se uit tien andere bandleden moest bestaan. Dat leek hem toch wat al te gortig, want het idee van rock ’n roll was nu juist dat je maar drie elementen nodig had: gitaar, bas en drums. Dat de meeste bands ook nog een malloot hadden die zo nodig moest zingen, probeerde hij het liefst maar te vergeten. Vincents droom was het om snoeiharde instrumentale rock te spelen, die zo goed in elkaar zou zitten dat niemand dat geneuzel van een frontman/zanger zou missen. En trouwens, zelfs al zou je die zingende malloot in de gelederen hebben, dan nog zou je manieren moeten verzinnen om aan dat aantal tien te komen. Een extra gitaristje erbij, dat kan nog wel en ook iemand die iets op toetsen kan is nog wel handig, maar dan? Een blazerssectie? Te carnaval. Strijkers? Klassiek geneuzel. Percussie? Ga lekker lekker wereldmuziek luisteren in je plaatselijke fair trade-shop, maar val mij d’r niet mee lastig! Aldus de heer V. Verpauper uit Wuustwezel.

Enfin, die schrijfwijze. ‘Tien litergieters’ zou verwarring zaaien en hoewel hij ‘tienlitergieters’ er ook niet helemaal bevredigend uit vond zien, besloot hij toch dat dat het dan maar moest worden. Een getal toevoegen aan de naam, daar had hij ook nog wel aan gedacht, maar alleen de vage associatie al met namen als UB40, U2, U96, Blink 182, 22 Pisterpirkko (wie kent ze nog?), Level 42, Heaven 17, 2 Unlimited, 2 Brothers on the 4th Floor en ga zo maar door bezorgde hem lichte braakneigingen. Nee, 10-litergieters of iets dergelijks zou het ook niet worden.

Wanneer kreeg hij eigenlijk zijn eerste aandrang tot het formeren van een band, überhaupt? Na het zien van de film Ex Drummer, moest dat geweest zijn. En na het zien van de film begon hij met het lezen van Brusselmans en daar was hij eigenlijk nooit echt mee gestopt. Hij ging er vanuit dat hij de enige persoon ter wereld was die werkelijk ieder boek van de beroemde schrijver had gelezen. Ieder boek, behalve dat ene: Logica voor idioten uit 1997. En het lullige was: hij had werkelijk waar geen enkel idee waarom hij nu juist dat ene boek niet had gelezen. Het was er gewoonweg niet van gekomen.

Wordt (wie weet) vervolgd

Albumrecensie: Glitterkots en de Nasmaak – Tenderised RAW Feelings

Glitterkots - Tenderised RAW feelings

Glitterkots en de Nasmaak – Tenderised – RAW Feelings

Ondanks verscheen bij ons van De Laatste IJsschots ineens een ouderwets cd’tje ten burele. Het ging om het eerste echte album van het elektronische duo Glitterkots en de Nasmaak. Nou luister ik normaal gesproken nooit naar elektronische muziek, maar wat deze heren maken kon mij toch zeker wel bekoren. Op de website van het duo omschrijft Glitterkots zijn muziek als een mix van acid, experimental, noisy techno met een analoge vibe. Amen. Ik heb geen idee of die omschrijving klopt, aangezien ik in geen van genoemde genres thuis ben, maar verrassend en eclectisch is het duo op Tenderised RAW Feelings sowieso.

Neem nu Cage, de tweede track op het album. Een groot deel van het nummer heeft het nog best een rustige, doch duistere groove, maar ongeveer op 4/5 (04:39) is daar ineens een vette, stampende technobeat die je eventjes lekker wakker schudt. De noise-kant van Glitterkots komt bijvoorbeeld boven in de eerste helft van het nummer 9to5beat. Net op het moment dat je denkt dat het nummer die titel niet verdient is daar (op 01:34) ineens die snoeiharde killer-beat, moddervet tot in zijn vezels.

Die aanstekelijke beat wordt vervolgens voortgezet in het nummer Snitches, dat met zijn laserpistoolgeluidjes een angstaanjagend SF-sfeertje neerzet. Het nummer Boozebruise is dan juist weer uitgesproken afwisselend, en toont aan het einde aan dat Glitterkots ook prima uit de voeten kan met een opzwepende breakbeat, waar je heerlijk in kunt ‘hangen’.

Teeth lijkt iets minder naar ‘oudere’ elektronische genres terug te grijpen en lijkt zelfs iets van een dub-step feel te hebben. Toch heeft ook deze track de onmiskenbare Glitterkots-signatuur doordat ook hier experimentele, immer veranderende prikkeldraad-noises nooit ver weg zijn. Op 01:36 zit trouwens een heerlijke overgang in dit nummer die niet zou misstaan op de betere experimentele dance-podia die ons land rijk is.

Op afsluiter A Storm Is Coming nemen de mannen wat gas terug (heerlijk ambient-intro!) en laten op die manier een andere, wat rustiger kant van zichzelf zien dan in de voorgaande tracks. ‘Filmisch’ en ‘spacy’ (niet Kevin!) zijn denk ik de beste omschrijvingen van deze heerlijke trippy track.

Kortom, als je geïnteresseerd bent in experimentele elektronische muziek (de heren improviseren eigenlijk alles met z’n tweeën, iets wat live ook verdomd goed lijkt uit te pakken, getuige bijvoorbeeld dit filmpje) die tegelijk dromerig, schurend en stampend is, dan mag je dit album eigenlijk gewoon niet missen.

Klik hier om het album op Spotify te beluisteren.

Uhhh…vergeet je voornaam niet!

De afgelopen week was er nogal wat te doen rondom een artikel uit de Quest, geschreven door vaste redacteur Elly Posthumus. Zelfs radio 2-dj Ruud de Wild besteedde er in zijn programma aandacht aan. De kwestie was deze: ondervinden mensen die een rare voornaam hebben gekregen daar in hun latere leven hinder van. Het antwoord is: ja.

Nu heb ik zelf een fascinatie voor (rare) namen, maar meestal betreft het hier de combinatie van voor- en achternaam die enigszins op de lachspieren werkt. Mijn eigen naam vind ik daar ook een goed voorbeeld van. Ik vind Willem Boon aan de ene kant dus een best normale naam en als ik mijzelf Google blijkt dat ook wel: er zijn nogal wat Willem Bonen.

Zo is er een scharrelvleesspecialist (heerlijk Galgje-woord) met mijn naam in Hendrik-Ido-Ambacht (wat ook op zichzelf weer een hilarische plaatsnaam is, trouwens), een voedseldistributiebedrijf in Sliedrecht, een Rotterdamse kunstschilder (1902-1986), een Texelse hardloper (als 51e geëindigd op de 5 kilometer) en ga zo maar door. Aan Facebook e.d. ga ik niet eens beginnen voor dit onderzoekje, want die site probeer ik  de afgelopen weken te mijden, sinds ik mijn eigen profiel verwijderde (ja, ik deed dat netjes op het moment dat Lubach had voorgesteld, nou en?).

Terug naar rare voornamen en naamcombinaties. Voor laatstgenoemde categorie hebben radio dj’s Coen en Sander veel betekend. Aanvankelijk kreeg de opvallendste combinatie jaarlijks een prijs voor beste schaamnaam, vanaf 2015 werden er ineens (onder invloed van het politiek correcte klimaat hier te lande?) geen schaamnamen, maar faamnamen genomineerd. Als je deze lijstjes niet te vaak checkt is het toch iedere keer weer gegarandeerd schaterlachen bij een aantal namen.

De laatste stap in deze cultus is dat je zelf mogelijke ‘grappige’ naamcombinaties verzint. Zo kwam ik zelf onlangs op Ben Tonny Vrolijk, een naam die zeker mogelijk zou kunnen zijn (ben de achternaam Vrolijk zelf al een aantal keer tegengekomen), maar volgens Google niet bestaat.

Helaas heb ik zelf geen kinderen, maar er zouden met mijn achternaam, Boon, toch ook wel wat schaam-/faamnaamcombinaties mogelijk moeten zijn. ‘Snij’ en ‘Sperzie’ zouden in dat geval waarschijnlijk niet mogen, maar volgens het Meertens Instituut zijn er in Nederland wel degelijk mensen die de voornaam ‘Tuin’, ‘Bruine’ of ‘Chili’ dragen. Kijk, dat biedt perspectieven.

Hoe het ook zij, Panter Fonny Miracle-of-Love vind zelfs ik hoe dan ook te ver gaan. Hoewel, misschien moet je met zo’n naam maar gewoon artiest worden o.i.d., want nadenken over een artiestennaam is in zo’n geval totaal overbodig.

Daar ben ik dan….

Hallo!

Boon2.jpg

Laat ik mij even netjes voorstellen. Mijn naam is Willem Boon, singer-songwriter in ruste (maar wie weet dat ik binnenkort de pen weer eens oppak…), bekend van liedjes als Olifanten eten ook sperma, Ik heb een bank van apenhaar en Ober, er zit stront onder mijn harp.

(Luister hieronder naar het nummer Willem Boon doet het een beetje rustig aan.)

In 2004 bracht ik mijn legendarische debuutalbum Onmiskenbaar Boon uit en in de periode 2006-2008  schreef ik regelmatig geëngageerde en bij vlagen absurdistische folk-liedjes voor online radiostation Rradio. En nu ben ik dus gevraagd door de ietwat schuwe persoon achter De Laatste IJsschots om zo nu en dan eens wat voor zijn weblog te doen. Leuk!

Zelf ben ik helemaal niet schuw, integendeel, ik neem zelden een blad voor de mond, ben nogal recht-voor-z’n-raap, zeg rechttoe rechtaan waarop het staat, geef mijn ongezouten mening, ben niet op mijn mondje gevallen, heb het hart op de tong en wat dies meer zij en wat zei Dies nou eigenlijk helemaal???

Anway, even wat nutteloze informatie: ik kom uit Friesland, heb een achtergrond in de journalistiek, maar bereikte nimmer mijn droom om hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad te worden, ben inmiddels gepensioneerd, woon in een klein vrijstaand huisje tussen de weilanden, heb een paar kippen en een heel lieve Chinese Naakthond genaamd Wang, ben ongetrouwd en heb geen kinderen, doe wel eens aan speeddaten, maar zelden met succes, ben lid van de plaatselijke bridgevereniging, maak zelf frambozenjam, houd ook een paar kippen in de achtertuin, speel graag gitaar, ukelele en (sinds kort) mandoline, ben een groot fan van Daniel Lohues, hoewel ik zijn laatste album nog steeds niet beluisterd heb (wel alle zes albums daarvoor!), houd absoluut niet van trance en techno (maar helaas heeft De Laatste IJsschots mij gevraagd om een elektronisch dance-album te recenseren, dus dat kan nog leuk worden…), denk vaak en veel na over dingen, maar vergeet ze ook snel weer, ben heel heel lief voor mijn frambozenstruik, kijk af en toe televisie, maar niet te vaak, heb geen Netflix etc. etc.

Ik ga nu snel een echt artikel schrijven. Tot zo!