Niksen

De radioreclame, vanochtend om 08:00 uur (of was het 09:00 uur??). Tijdens het opruimen van de ontbijttafel registreert mijn brein slechts flarden van wat er aan net niet goed verstaanbare geluiden uit de radio komt. ‘…..Nikson/Nixen…..’.

Het kan natuurlijk een reclame zijn voor een boek of documentaire over de controversiële 37e president van de Verenigde Staten, maar ik hoop stiekem dat het er een is voor een zelfhulpboek voor hen die het vervelen verleerd zijn.

Nixon

Fresku heeft gelijk

Wijze woorden van Fresku, dit weekend in het Volkskrant Magazine (weekendwijsheid, 18-01-2020). De Eindhovense rapper heeft een gezin en een drukke baan en worstelt net als een groot deel van de bevolking met het (eerlijk) verdelen van de aandacht tussen die twee.  ‘Als ik weer bedenk dat iets belangrijk is (…) kan ik daar helemaal in opgaan, loopt mijn agenda vol en blijft er nóg minder tijd over voor mijn gezin.’ Herkenbaar. Maar ook zijn oplossing voor dit probleem is gelukkig herkenbaar, en bevestigt mijn eigen ideeën hieromtrent: ‘Door verhalen te vertellen aan mijn kinderen, of samen een eigen spelbord voor Dungeons en Dragons te bedenken; wanneer zij iets verzinnen, zit ik het soms de hele nacht uit te tekenen. Het levert geen nieuw werk op, geen geld of bekendheid, maar het helpt wél om op een natuurlijke manier bij mijn gezin betrokken te blijven.’

Aanvankelijk was mijn zoontje (4) steevast jaloers als ik in zijn bijzijn een muziekinstrument bespeelde, maar gaandeweg accepteerde hij dat een liedje voor het slapengaan bij papa betekende dat papa zichzelf begeleidde op gitaar. En op een bepaald moment gebeurde het: papa bedacht zelf liedjes bij de leefwereld van zoonlief. Zelfbedachte liedjes over Thomas de trein, dino’s, bouwmachines, mammoeten, noem ze maar op. Er is geen kinderinteresse zo breed of er is een tekst, melodie, couplet, refrein en brug bij te verzinnen.

Het leukst is het om aan te sluiten op wat er zojuist nog is voorgelezen. Ik weet niet hoeveel liedjes er in de Nederlandse taal over de quetzalcoatlus zijn gemaakt, maar sinds afgelopen week is het er in elk geval één. Het zal nooit een hit worden op de nationale radio, Spotify of zelfs maar Soundcloud, maar het bestaat, want ergens klonk het een keer heel zachtjes uit de enige bovenverdieping van een knusse, kleine vinexwoning.

Woord van de dag: presolaire korrel

Schermafbeelding 2020-01-14 om 19.54.14

Ok, welbeschouwd is het natuurlijk geen woord maar een woordgroep, maar toch: de presolaire korrel is met afstand het welluidendste wat ik vandaag in de media ben tegengekomen.

Eigenlijk moet je je er niet meteen in verdiepen, maar gewoon even spelen met deze prachtige taalvondst:

– ‘Mama, ik kan mijn presolaire korrels niet vinden!’
– ‘Dan heb je nog niet goed in je speelgoedhoek gekeken, Maan!’

of

De amuse in het driesterrenrestaurant bestond uit een voorzichtig geglazuurd stukje zee-egel op een bedje van gesuikerde herfst-spiering, gegarneerd met langdurig in wortelnoten vaten gerijpte presolaire korrels.

of

‘Dokter, ik heb de laatste tijd zo’n jeuk in mijn anus.’
‘Ik zie het al: presolaire korrels. Dagelijks drie bekers warme anijsmelk en u bent er binnen no-time vanaf, hoor!’

Nee, het is niet aan mij om uit te leggen wat presolaire korrels zijn. Dat kunnen wetenschapsjournalisten veel beter. Die, én de Jeugd van Tegenwoordig. (Ik kwam ergens in het NRC-artikel het woord sterrenstof tegen….)

 

 

Taalverandering: HET internet

In weerwil van de wetmatigheid dat er bij taalverandering vooral dingen verdwijnen in plaats van dat er dingen bij komen, is bij het woord internet iets vreemds aan de hand. Vroeger (sic) hadden we het meestal over internet, niet voorafgegaan door het bepaalde lidwoord het. ‘Wat was je aan het doen, Bobby?’ ‘Ik zat op internet, mam!’ ‘Oh. Doe je voorzichtig, schatje?’ ‘Jahaaaa!’

Wanneer zijn we het ineens nodig gaan vinden om dat ene bepaalde lidwoord ervoor te plaatsen? En dan is het ook nog eens het lidwoord dat juist uit onze taal zou verdwijnen, volgens de mensen die er verstand van hebben.

Is het omdat we de Engelstalige wereld (‘How much time do we spend on the internet?’) zo graag nadoen? Of denken we dat het ouderwetse lidwoord meer recht doet aan de grootsheid van de online wereld en is het dus een kwestie van ontzag? Is het om afstand te creëren tussen onszelf en de digitale wereld dat we die wereld als mannelijk, noch vrouwelijk aanspreken, maar juist onzijdig?

Stuur je antwoord op een briefkaart naar KRO’s Taalkwesties, postbus 1234 AB in Hilversum en win een analoge sleutelhanger.

Klimaat & de (on-)zin ervan

Het is een van de grootste paradoxen van onze tijd: hoe meer we weten over de wereld en hoe makkelijker we al die kennis met alle aardbewoners kunnen delen, hoe groter de onenigheid over de staat waarin onze wereld verkeert. Dit soort gedachten schiet door mijn hoofd bij het zien van berichten zoals het onderstaande:
Schermafbeelding 2019-04-10 om 09.44.51.png

Als je zo’n kaartje ziet, kun je niet anders dan schrikken. Maar dan: wat als al die klimaatsceptici een punt hebben? Ze zullen toch niet voor niks op de gedachte gekomen zijn dat ze alle onheilsprofeten te vuur en te zwaard willen bestrijden? Gaat er nog een moment komen dat al die moderne communicatietechnologie niet tot onenigheid leidt, maar juist tot eensgezindheid? Was Michael Jackson er nog maar, dan kon ie er een lied over maken.