Klimaat & de (on-)zin ervan

Het is een van de grootste paradoxen van onze tijd: hoe meer we weten over de wereld en hoe makkelijker we al die kennis met alle aardbewoners kunnen delen, hoe groter de onenigheid over de staat waarin onze wereld verkeert. Dit soort gedachten schiet door mijn hoofd bij het zien van berichten zoals het onderstaande:
Schermafbeelding 2019-04-10 om 09.44.51.png

Als je zo’n kaartje ziet, kun je niet anders dan schrikken. Maar dan: wat als al die klimaatsceptici een punt hebben? Ze zullen toch niet voor niks op de gedachte gekomen zijn dat ze alle onheilsprofeten te vuur en te zwaard willen bestrijden? Gaat er nog een moment komen dat al die moderne communicatietechnologie niet tot onenigheid leidt, maar juist tot eensgezindheid? Was Michael Jackson er nog maar, dan kon ie er een lied over maken.

Paulusma

Luister-update:
Spotify maar weer eens geïnstalleerd en hij/zij/het (geen idee welk geslacht een algoritmemonster heeft) tipte op een of andere manier meteen de nieuwe platen van mijn helden, Jelle Paulusma en Anne Soldaat (laatstgenoemde met zijn buddy Yorick van Norden).

Laat ik Jelle eens een compliment geven waarmee ik Anne indirect ook een pluim geef. Eerstgenoemde is steeds beter gitaar gaan spelen met de jaren (ik hoor zojuist een gitaarsolo in het nummer Say Goodbye waar je je vingers bij aflikt; prachtig hoe hij de noten laat vibreren), waar laatstgenoemde juist een steeds betere zanger is geworden.

Hier een linkje naar de nieuwe Paulusma:

 

En natuurlijk een link naar Anne Soldaat en Yorick van Norden:

Revolution Blues

Mijn absolute lievelingsalbum van Neil Young is On The Beach. Ik vind het zelfs zo goed dat ik het onlangs op vinyl heb gekocht. Het gekke is dat het ab-so-luut geen plaat is waarvan je meteen begrijpt waarom je hem zo goed vindt. Er staan bijvoorbeeld geen echte luisterliedjes (couplet-refrein-couplet-refrein) op en het enige echt radiovriendelijke lied dat je misschien zelfs hitgevoelig zou kunnen noemen is opener Walk On, en dat is nou juist bij mijn weten nooit een hit geweest (wel een single-release, maar alleen in de VS; hoogste positie: nr. 69).

De meeste nummers lijken lang uitgesponnen, zonder al te hoge kwaliteitseisen opgenomen, met de gehele band live-ingespeelde jam-sessies met lange solo’s en eindeloos veel tekst en coupletten. Bijna achteloos op de band geslingerd. Kant B telt zelfs maar drie nummers, omdat de titeltrack 06:59 minuten duurt en afsluiter Ambulance Blues maar liefst 08:56. En toch vervelen ook die twee nummers geen moment, juist omdat ze die eerdergenoemde achteloosheid maximaal uitbuiten.

Het beste lied op On The Beach is wat mij betreft toch Revolution Blues. Omdat binnenin de hoes een vel zit waarop per track de volledige bezetting vermeld staat, kwam ik er na vijftien jaar pas achter dat op dit nummer drie absolute topmuzikanten meespelen: David Crosby (gitaar), Rick Danko (bas) en Levon Helm (drums). Eerstgenoemde heeft natuurlijk ontzettend vaak met Young gespeeld in CSNY. Danko en Helm waren de ritmesectie van The Band, een band die voor het grootste gedeelte uit Canadezen bestond. En laat Canada nou net de bakermat van Young zijn. Geen wonder dat Young een paar jaar later een van de vele beroemde gasten was in de The Bands ‘afscheidsconcertfilm’ The Last Waltz.

De bas en drums in Revolution Blues grooven megalekker, de gitaren gieren, piepen en ronken op een toch ook ingetogen en subtiele manier en de bard zelf sneert er met zijn toch eigenlijk net niet helemaal lekkere stem gemeen op los, waarbij de teksten zo goed zijn dat je ze hier onmogelijk onvermeld kan laten. Het schijnt over van alles en nog wat te gaan, maar vooral toch over seriemoordenaar en secteleider Charles Manson. Mooiste zin: I see bloody fountains and ten million dune buggies coming down the mountains. Ik dacht altijd dat dit een waanbeeld van Charles Manson was, waarin hij gekke kervertjes, ‘bugs’ van een berg af zag komen, maar het blijkt hier na enige research te gaan om een bepaald soort terreinautootje dat in de jaren ’70 in Californië in de mode was.

Columns schrijven

Maandagochtend. Ik probeer mijn derdeklassers uit te leggen hoe je een column moet schrijven en refereer nog even aan de les van een week geleden, waarin ik de leerlingen een soort bloemlezing liet lezen van alles wat er het weekend daarvoor aan columns in de bladen had gestaan. Dat er net een vreselijke aanslag in Nieuw-Zeeland was gepleegd en welk gedachtegoed de aanslagpleger aanhing. Toen wisten we nog niet wat er amper anderhalf uur later in Utrecht nog allemaal stond te gebeuren. En nu stonden de kranten vol met columns over ‘Utrecht’ en de monsterzege van FvD. Mijn leerlingen lijken aandachtig te luisteren en ik merk dat ik zelf pas opschrik uit mijn verhaal als de stoere jongen met de priemende ogen nieuwsgierig vraagt welke website dat dan is, waar al die jongeren Baudets subtiele verwijzingen naar rassenscheidingen direct gretig oppikken en met elkaar bespreken. ‘4Chan heet de bekendste volgens mij’, antwoord ik rustig. Tegelijkertijd gaan er allerlei gedachten door mijn hoofd. Wat als je ze dit soort info nou juist niet zou moeten geven? Hoeveel zin heeft het om altijd gematigd en objectief te blijven als docent? Vragen, vragen.