Straatje

Jan_Vermeer_van_Delft_025

Tijdens het hardlopen vanmorgen vroeg moest ik ineens denken aan Het Straatje van Vermeer. En dat terwijl ik door lommerrijke voorstedelijke lanen ren die in de verste verte niet doen denken aan het beroemde schilderij.

In een van die nette lommerrijke lanen zag ik echter op een stoep een gigantische berg rose-witte blaadjes van een magnoliaboom liggen (die zie ik de laatste tijd ineens overal trouwens….). Ik dacht: goh, wat val je in dit netjes aangeharkte landje toch op als je even je eigen straatje niet hebt schoongeveegd. En voor je het weet probeer je je te bedenken welke andere uitdrukkingen het Nederlands nog heeft met het woord straatje erin en eigenlijk kwam ik maar op één echt goede: iets is precies in mijn straatje. Geen idee of mensen die nog gebruiken trouwens. En ja, omdat de uitdrukkingen in mijn hoofd toch wat dun gezaaid bleken dwaalde ik af naar het beroemde Straatje van Vermeer.

Net als heel veel mensen heb ik op een bepaald moment in mijn leven een soort 17e eeuw-fetish opgelopen. Die werd destijds aangewakkerd door dit boek dat ik voor mijn studie Nederlands moest lezen en ik weet nog dat ik in die tijd in iedere oude binnenstad uren moest blijven zoeken naar het perfecte 17e-eeuwse pandje met het perfecte trapgeveltje. En de ironie wil natuurlijk: dat pandje bestaat helemaal niet. En toch kom je er soms een tegen dat in elk geval in de buurt komt. Zo ook het huis op Het Straatje. Wat je daarop ziet komt onmiskenbaar overeen met alles wat je over de 17e eeuw in je hoofd hebt, maar ook juist op subtiele punten weer niet.

Allereerst is het trapgeveltje net even anders dan de meeste trapgevels, maar als ik er langer naar kijk is dat eigenlijk niet eens wat het schilderij zo bevreemdend en betoverend maakt. Wat Het Straatje voor mij zo bijzonder maakt is eigenlijk juist het romantische van de voorstelling, het nostalgische, het imperfecte, het schots en scheve, de witte verf onderaan de gevel die nogal rommelig is aangebracht, de scheuren die je tussen de bakstenen ziet, de scheve muurankers. In het schilderij is niet de glorie en perfectie van de Gouden Eeuw vastgelegd, maar juist een vergankelijkheid waarvan Vermeer kennelijk toen al begreep dat die inherent is aan iedere willekeurige tijd waarin we leven.

’t Lijkt trouwens wel een keurig geveegd straatje, dat dan weer wel.

Bauke Bakker

Ik heb er een nieuwe held bij. Hij heet Bauke Bakker. Gisteren kwam ik al zappend langs Tijd Voor Max (mocht je deze link aanklikken: het optreden begint op 47:40) en daar sloten ze de aflevering af met een optreden van zijn band, Her Majesty. Deze Crosby Stills, Nash & Young tribute-band trekt nu al twee jaar volle zalen en begint binnenkort aan een nieuwe tournee.

Het nummer dat de band speelde, Chicago geheten, kende ik nog niet. Volgens mij staat het niet op een van de twee (bekendste) eerste albums van CSNY. Een fijnere kennismaking met dit lied had ik niet kunnen wensen. Het bleek een mooie showcase voor de drummer – BB uit de titel boven dit stuk – te zijn, waarbij hij lekker op de voorgrond op de trommels mocht slaan en ook nog de lead-zang voor zijn rekening nam. Zingende drummers zijn in de popmuziek schaars, en goed zingende drummers nog schaarser. Bauke Bakker valt in de laatstgenoemde categorie.

Ik kom zelf altijd maar op een paar zingende drummers uit: Phil Collins (misschien wel de bekendste, drumde uiteraard op zijn solo-nummers, maar ook bij Genesis), Don Henley (The Eagles) en Levon Helm (van The Band, vaak ten onrechte over het hoofd gezien, want o zo subtiel in zijn spel). Ik zie er vast nog wel een aantal over het hoofd, maar het lijkt me leuk voor Bauke als hij gewoon eens als vierde aan een illuster drietal wordt toegevoegd in een lijstje.

O ja, ik heb meteen kaartjes gekocht voor een Her Majesty-optreden in de buurt!

Bauke in actie:
Bauke Bakker

Dotan

Ik wilde wat schrijven over Dotan. Als muzikant wilde ik wat schrijven over Dotan, maar dan niet kijkend door een al te persoonlijk gekleurde bril, want dan wordt het weer zo’n ik-ben-ook-muzikant-hoor verhaal, en voor mij is het ook maar een hobby.

Goed, Dotan dus. De beste man heeft gelogen, bedrogen, stiekeme dingen gedaan die niet door de beugel kunnen; akkoord, dat zou een reden kunnen zijn om hem te straffen, negeren, whatever. Maar als we het hebben over kunst – en popmuziek mag welbeschouwd any day kunst genoemd worden, wat mij betreft – dan is hij toch zeker niet de eerste die door roeien en ruiten gaat om succesvol te worden?

Op een of andere manier moet ik – sinds afgelopen zaterdag het stuk in de Volkskrant verscheen waarin zijn social media-manipulatie tot in de puntjes uit de doeken werd gedaan (hulde aan Mark Misérus en Robert van der Noordaa) – regelmatig aan Milli Vanilli denken. Voor de lezers die zich het EK van ’88 niet kunnen heugen: dat waren twee zangers die niet echt zongen. Ze waren weliswaar de gezichten van het merk Milli Vanilli, maar hun stemmen bleken niet de stemmen die te horen waren op hun grootste hits (o.a. Girl You Know It’s True, Blame It On The Rain en natuurlijk Girl I’m Gonna Miss You).

Nu zul je zeggen: wat is dan precies het verschil? Zowel Milli Vanilli als Dotan verschuilen zich achter anderen en bedriegen daarmee niet alleen hun fans, maar alles en iedereen die met popmuziek te maken heeft, toch? Nou, ik vind toch wel dat er een verschil is tussen enerzijds het toepassen van sluwe marketingtrucs om meer platen te verkopen (Dotan) en het anderzijds totaal niet verantwoordelijk zijn voor je artistieke core business, namelijk muziek (Milli Vanilli). Tot het moment waarop blijkt dat Dotan daar niet verantwoordelijk voor is denk ik dat we hem maar even met rust moeten laten om een nieuwe plaat in elkaar te zetten. Als hij echt zo perfectionistisch is als in het artikel staat zal het vast wel goed komen met die muziek en daarna komen dat succes en die Ziggo Dome vast vanzelf wel weer. Zet ‘m op, Do! Eh……Tan!

 

 

De Laatste IJsschots Podcast 3 (13 april 2018)

Yes, er staat weer een aflevering van De Laatste IJsschots Podcast online! De wie, de wat?!? De Laatste IJsschots Podcast! Je weet wel: dat eigenzinnige halfuurtje alternatieve muziek uit binnen- en buitenland dat de afgelopen keer wel 18 keer is aangeklikt en maar liefst 5 likes heeft gekregen van de WordPress-gemeenschap.

Fijn. Kunnen we nu weer gewoon in normale-mensentaal praten en over gaan tot wat er echt toe doet? Ik wil gewoon ff weten welke plaatjes er gedraaid zijn.

Goed. De playlist was als volgt:

  1. Jonathan Wilson – Loving You
  2. Green Cabin – Eastern Pink
  3. Amen Dunes – Blue Rose
  4. Standup ’69 – Communicate With Me (radio edit)
  5. Alela Diane – Émigré