Malibu

Gisteren gehoord op radio 1: de band Malibu met het nummer ‘Koning van het schoolplein.’

Als je niet zo van Spotify bent kun je hier nog een live-clip op youtube bekijken van hetzelfde nummer:

‘Ga eens in de supermarkt op je rug liggen.’

Ik jat gewoon even de kop van dit artikel uit de krant van vandaag. Het artikel zelf heb ik uiteraard weer niet gelezen, want het stond helemaal achter in de krant en ik had nu juist zin om iets te typen en dan kan je niet in dezelfde tijd ook nog het hele stuk gaan lezen.

Nou ja, ik pikte wel iets op, namelijk dat het een niet onknappe jonge filosoof is die dit tegen de dienstdoende interviewer van de krant heeft gezegd. Nou goed dan, filosoofje, ik vind het een mooi advies dat je ons hier geeft, maar is het haalbaar? Ik wil best in de supermarkt op mijn rug gaan liggen, maar ja, wetten en praktische bezwaren enzo. En daarbij, het eerste wat je dan denkt is toch: ik kom over als een idioot. Dus je kunt jezelf er pas echt toe zetten op je rug te gaan liggen in de supermarkt als je besloten hebt dat je dat écht wilt, overkomen als een idioot. En zover ben ik (nog) niet.

Misschien praat ik wel weer voor mijn beurt en wordt het – als ik het stuk daadwerkelijk heb gelezen – op wonderbaarlijke wijze ook wel echt duidelijk hoe en wat met het op je rug liggen in de supermarkt, maar dat wil ik in dit stadium zoals gezegd niet weten.

Mijn immer associërende brein komt dankzij het lig-advies wel op twee prachtige videoclips uit de ’90’s uit, waarvan ik er een (onderstaande) u niet wil onthouden.

 

Welke die andere clip was? De video bij Everybody Hurts van REM, maar die was volgens mij niet toepasselijk, omdat hij wel gaat over iemand die iets raars doet en daar vervolgens iedereen mee aansteekt, maar dat rare is in dat geval niet ‘op de grond liggen’. Als ik het mis heb moet je het maar even laten weten.

De Slapende Leeuw

slapende leeuw

Ik zocht al een tijdje naar iets waar ik een blogje over kon tikken en toen zag ik zojuist het nieuws over dit kleine gedrochtje. Het is ’s werelds grootste zoetwaterparel en ze (volgens Van Dale mag ‘hij’ ook, maar dat persoonlijk voornaamwoord staat wel tussen haakjes, dus ik denk dat vrouwelijk verwijzen naar het woord ‘parel’ de voorkeur geniet) heet ‘De Slapende Leeuw’. Ze zou drie eeuwen geleden al opgedoken zijn.

Kijk, evenals bij die ridder waarover ik een tijdje terug schreef (nog steeds met stip het best gelezen stuk van mijn blog) moet ik bekennen dat ik het eigenlijk het leukst vind om niet meteen naar Wikipedia te surfen maar om eerst even rustig mijn eigen fantasie de vrije loop te laten. Mensen weten blijkbaar al drie eeuwen van het bestaan van dit ding en toch bereikt het ons vandaag pas echt massaal via alle punt-ennellen (Telegraaf.nl, AD.nl, Nu.nl) die ons land rijk is.

Het cliché-plaatje van een parel is volgens mij dat ie perfect rond is. Dat is dit ding sowieso niet. Een soort van wit is ze wel, dat moet ik haar nageven. Mensen hebben zich denk ik terecht afgevraagd waar dit wezen het meest aan doet denken en daar kwam toen niet alleen ‘leeuw’ uit, maar ook ‘slapende’. Dat vind ik nog niet eens zo gek gekozen. Een diertje in een liggende houding kan iedereen er denk ik nog best makkelijk in zien, maar dan wel een liggend egel-foetusje ofzo. En dan waarschijnlijk levenloos, want anders zat het nog wel in de baarmoeder. Niet per se iets om vrolijk van te worden.

Er is volgens mij een beroemd liedje over een slapende leeuw in een machtige jungle en ik zou het supergaaf vinden als nu ook ineens nog zou blijken dat dat nummer over mevrouw de mismaakte parel gaat. En dat je dan trots aan mensen op kantoor vertelt dat je daar achter bent gekomen en dat ze dan verbaasd reageren met: ‘Wist jij dat ECHT niet??? Serieus?? Onder welke groot uitgevallen mismaakte parel heb JIJ gelegen, zeg???’

Nou ja, ik had het over mijn fantasie en die slaat nu allemaal onbedoelde zijpaden in.

Ok, het betreft hier weer een kunstschat. Een mismaakte kunstschat weliswaar, maar toch, een kunstschat. Indiana Jones zou daar in een spannend avontuur naar op zoek kunnen gaan, maar daar is het ding toch wat te kluchtig voor. Wat mij wel leuk lijkt: dat de Van Rossems in hun programma in een of ander museum in Hiephoiderzijl ineens op dit ding stuiten en dat Cis dan een enorm verhaal afsteekt dat door Maarten constant onderbroken wordt. Maar in plaats van dat hij het object continu afkraakt breekt hij er juist een ontzettende lans voor, wat zijn broer Vincent dat weer niet snapt. Dat lijkt me een mooi eindpunt voor mijn eerste blogje sinds tijden. Weltrusten.

Albumrecensie: Glitterkots en de Nasmaak – Tenderised RAW Feelings

Glitterkots - Tenderised RAW feelings

Glitterkots en de Nasmaak – Tenderised – RAW Feelings

Ondanks verscheen bij ons van De Laatste IJsschots ineens een ouderwets cd’tje ten burele. Het ging om het eerste echte album van het elektronische duo Glitterkots en de Nasmaak. Nou luister ik normaal gesproken nooit naar elektronische muziek, maar wat deze heren maken kon mij toch zeker wel bekoren. Op de website van het duo omschrijft Glitterkots zijn muziek als een mix van acid, experimental, noisy techno met een analoge vibe. Amen. Ik heb geen idee of die omschrijving klopt, aangezien ik in geen van genoemde genres thuis ben, maar verrassend en eclectisch is het duo op Tenderised RAW Feelings sowieso.

Neem nu Cage, de tweede track op het album. Een groot deel van het nummer heeft het nog best een rustige, doch duistere groove, maar ongeveer op 4/5 (04:39) is daar ineens een vette, stampende technobeat die je eventjes lekker wakker schudt. De noise-kant van Glitterkots komt bijvoorbeeld boven in de eerste helft van het nummer 9to5beat. Net op het moment dat je denkt dat het nummer die titel niet verdient is daar (op 01:34) ineens die snoeiharde killer-beat, moddervet tot in zijn vezels.

Die aanstekelijke beat wordt vervolgens voortgezet in het nummer Snitches, dat met zijn laserpistoolgeluidjes een angstaanjagend SF-sfeertje neerzet. Het nummer Boozebruise is dan juist weer uitgesproken afwisselend, en toont aan het einde aan dat Glitterkots ook prima uit de voeten kan met een opzwepende breakbeat, waar je heerlijk in kunt ‘hangen’.

Teeth lijkt iets minder naar ‘oudere’ elektronische genres terug te grijpen en lijkt zelfs iets van een dub-step feel te hebben. Toch heeft ook deze track de onmiskenbare Glitterkots-signatuur doordat ook hier experimentele, immer veranderende prikkeldraad-noises nooit ver weg zijn. Op 01:36 zit trouwens een heerlijke overgang in dit nummer die niet zou misstaan op de betere experimentele dance-podia die ons land rijk is.

Op afsluiter A Storm Is Coming nemen de mannen wat gas terug (heerlijk ambient-intro!) en laten op die manier een andere, wat rustiger kant van zichzelf zien dan in de voorgaande tracks. ‘Filmisch’ en ‘spacy’ (niet Kevin!) zijn denk ik de beste omschrijvingen van deze heerlijke trippy track.

Kortom, als je geïnteresseerd bent in experimentele elektronische muziek (de heren improviseren eigenlijk alles met z’n tweeën, iets wat live ook verdomd goed lijkt uit te pakken, getuige bijvoorbeeld dit filmpje) die tegelijk dromerig, schurend en stampend is, dan mag je dit album eigenlijk gewoon niet missen.

Klik hier om het album op Spotify te beluisteren.

Boekbespreking: Frits van Oostrom – Nobel streven

Nobel Streven

Een tijdje geleden schreef ik al eens iets over een 17e-eeuwse ridder, tot op heden het best gelezen stuk van mijn blog trouwens. Het rare aan de titel van dat stuk is natuurlijk dat je de Gouden Eeuw niet direct met ridders associeert, maar eerder met begrippen als Republiek, Renaissance en VOC. Echte ridders, die waren er natuurlijk in de middeleeuwen en die periode eindigt volgens de meeste geschiedenisboeken in het jaar 1500 (of, zoals Van Dale vermeldt, in 1492, ongetwijfeld gekozen vanwege de ontdekking van het Amerikaanse continent in dat jaar).

Gelukkig verscheen nog niet zo lang geleden een mooi boek over zo’n echte, middeleeuwse ridder, te weten het door Frits van Oostrom geschreven Nobel Streven – Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode. Waar het bij adellijke figuren als Schelte van Aysma en Jan Six makkelijker was om erachter te wie ze zijn geweest en hoe hun levenswandel is verlopen – de 17e-eeuw is immers veel beter gedocumenteerd dan de eeuwen ervoor – is dat bij ridder Jan (ca 1372 – 1415) natuurlijk veel minder het geval. Hoewel….Van Oostrom heeft bij zijn onderzoek zoveel puzzelstukjes over Jan en de illustere (ooit misschien wel beroemdste) adellijke Hollandse familie Van Brederode weten op te duiken, dat zijn biografie misschien op dit moment wel de compleetste is van alle historische figuren die de Lage Landen rijk zijn.

Het is heel knap hoe Van Oostrom met de eigenlijk toch saaie overgeleverde stukken (akten, oorkondes, decreten, rekeningen, ‘bonnetjes’ etc.) uit de 14e en 15e eeuw toch dit prachtige – hier en daar zelfs spannende – boek heeft weten te maken. Dat is voor een deel te danken aan het belangrijkste niet-saaie stuk dat overgeleverd is: een (niet helemaal voltooid) boek dat ridder Jan zelf schreef in een klooster waar hij gedurende een aantal jaren van zijn veelbewogen leven verbleef. Dat boek heet Des coninx summe en hoe langer letterkundigen zich bezighouden met het Nederlands van de middeleeuwen, hoe meer ze het erover eens zijn dat in dit boek misschien wel het mooiste Middelnederlands staat dat ooit teruggevonden is.

Om erachter te komen hoe het kan dat een van de machtigste adellijke figuren uit de Lage Landen van circa 1400 een groot deel van zijn leven maar net het hoofd boven water kon houden moet je dit boek zelf lezen. Het laat zich niet in een kort blogje even uitleggen. Maar alle teruggevonden bronnen wijzen in elk geval op een bijna niet te bevatten gevarieerde levensloop waarin Jan het ene moment oorlog moest voeren tegen de Friezen, dan op bedevaart was naar zo’n beetje de verste uithoek (Ierland) van West-Europa, vervolgens het klooster inging om uiteindelijk te sterven op het slagveld van Azincourt.

Het feit dat het hier veel meer over feiten gaat dan over middeleeuwse fictie (zeg maar: de verzonnen verhalen, ridderromans e.d.) dan in de voorgaande Oostrom-boeken Stemmen op schrift en Wereld in woorden, maakte dit voor mij wel iets taaiere kost, maar aan het einde van het boek wil je toch eigenlijk niets liever dan zelf een bezoekje brengen aan een van de beroemdste ruïnes die ons land rijk is: de Ruïne van Brederode in Santpoort. Misschien dat je er al eens bent geweest, maar als kasteelliefhebber schaam ik me bijna voor het feit dat dat voor mij niet geldt. Hmm, ik pak mijn agenda er maar eens bij!

ruinevanbrederode-300x205

Uhhh…vergeet je voornaam niet!

De afgelopen week was er nogal wat te doen rondom een artikel uit de Quest, geschreven door vaste redacteur Elly Posthumus. Zelfs radio 2-dj Ruud de Wild besteedde er in zijn programma aandacht aan. De kwestie was deze: ondervinden mensen die een rare voornaam hebben gekregen daar in hun latere leven hinder van. Het antwoord is: ja.

Nu heb ik zelf een fascinatie voor (rare) namen, maar meestal betreft het hier de combinatie van voor- en achternaam die enigszins op de lachspieren werkt. Mijn eigen naam vind ik daar ook een goed voorbeeld van. Ik vind Willem Boon aan de ene kant dus een best normale naam en als ik mijzelf Google blijkt dat ook wel: er zijn nogal wat Willem Bonen.

Zo is er een scharrelvleesspecialist (heerlijk Galgje-woord) met mijn naam in Hendrik-Ido-Ambacht (wat ook op zichzelf weer een hilarische plaatsnaam is, trouwens), een voedseldistributiebedrijf in Sliedrecht, een Rotterdamse kunstschilder (1902-1986), een Texelse hardloper (als 51e geëindigd op de 5 kilometer) en ga zo maar door. Aan Facebook e.d. ga ik niet eens beginnen voor dit onderzoekje, want die site probeer ik  de afgelopen weken te mijden, sinds ik mijn eigen profiel verwijderde (ja, ik deed dat netjes op het moment dat Lubach had voorgesteld, nou en?).

Terug naar rare voornamen en naamcombinaties. Voor laatstgenoemde categorie hebben radio dj’s Coen en Sander veel betekend. Aanvankelijk kreeg de opvallendste combinatie jaarlijks een prijs voor beste schaamnaam, vanaf 2015 werden er ineens (onder invloed van het politiek correcte klimaat hier te lande?) geen schaamnamen, maar faamnamen genomineerd. Als je deze lijstjes niet te vaak checkt is het toch iedere keer weer gegarandeerd schaterlachen bij een aantal namen.

De laatste stap in deze cultus is dat je zelf mogelijke ‘grappige’ naamcombinaties verzint. Zo kwam ik zelf onlangs op Ben Tonny Vrolijk, een naam die zeker mogelijk zou kunnen zijn (ben de achternaam Vrolijk zelf al een aantal keer tegengekomen), maar volgens Google niet bestaat.

Helaas heb ik zelf geen kinderen, maar er zouden met mijn achternaam, Boon, toch ook wel wat schaam-/faamnaamcombinaties mogelijk moeten zijn. ‘Snij’ en ‘Sperzie’ zouden in dat geval waarschijnlijk niet mogen, maar volgens het Meertens Instituut zijn er in Nederland wel degelijk mensen die de voornaam ‘Tuin’, ‘Bruine’ of ‘Chili’ dragen. Kijk, dat biedt perspectieven.

Hoe het ook zij, Panter Fonny Miracle-of-Love vind zelfs ik hoe dan ook te ver gaan. Hoewel, misschien moet je met zo’n naam maar gewoon artiest worden o.i.d., want nadenken over een artiestennaam is in zo’n geval totaal overbodig.