Veertig

Een paar dagen geleden ben ik veertig geworden. Dat leek me altijd een enorme mijlpaal, maar nu ik hem eenmaal bereikt heb, valt dat eigenlijk bar tegen. Of eigenlijk valt het juist enorm mee, het is maar hoe je er tegenaan kijkt.

Mijn dertigste verjaardag was eigenlijk veel spannender. In de zomervakantie die aan die verjaardag voorafging, besloot ik out-of-the-blue (zoals alleen nog-net-twintigers dat kunnen, iets out-of-the-blue besluiten) om in een paar dagen om het IJsselmeer heen te gaan fietsen. Tegen de klok in, voor de nieuwsgierigen onder jullie.

Een geschikte fiets had ik helaas niet. Veel geld ook niet, dus moest de bedevaart maar geschieden op een voor een prikkie gekochte, verrotte oude kinder-mountainbike met vier versnellingen, waarvan maar twee het daadwerkelijk deden. Het hoofddoel van mijn tocht was het nadenken over een onlangs in de kroeg opgedane scharrel die maar niet uit mijn hoofd wilde. Nu, tien jaar later, is die scharrel er nog steeds en mogen we ons de trotse bezitters van een zoon, een huis, een Toyota Prius en een Babboe-bakfiets noemen.

Met die kinder-mountainbike liep het trouwens veel slechter af. Hij bleek niet meer op de plek te staan waar ik hem achtergelaten dacht te hebben. Toen ik het sleuteltje ook nergens meer kon vinden, wist ik wel hoe laat het was.

Een open deur waar je geen speld tussen krijgt

Zondagochtend, 07:00 uur. De deurbel gaat. Als ik opendoe staar ik recht in het strenge gezicht van een soort politieagent in een knalpaars uniform. ‘Bent u de eigenaar van de website De Laatste IJsschots?’, vraagt hij. ‘Dat ben ik inderdaad’, stamel ik beduusd. ‘Dan wil ik u namens de beeldspraakpolitie dringend verzoeken uw blogpost van hedenochtend zo spoedig mogelijk aan te passen. U maakt zich daarin namelijk schuldig aan een ernstige vorm van KB.’ ‘KB?’ Verdwaasd staar ik de paarse agent aan. ‘Ik weet niet wat KB is. Ik heb daar nog nooit van gehoord. Hoe kan ik me er nou schuldig aan maken?’ ‘KB is Krukkige Beeldspraak en de titel van uw blogpost van hedenochtend is een grove overschrijding van het NNBP’, bijt de agent mij nu nog strenger toe. ‘Het NNBP? Wat is dat nou weer?’ vraag ik hem. ‘Het Nieuw Nederlands Beeldspraak Peil. In het 465 pagina’s tellende manifest dat vorig jaar is verschenen worden de grenzen haarfijn uiteengezet aan de lezer. Uw ‘open deur waar je geen speld tussen krijgt’ is zowel een overtreding van artikel 5 lid 1 onder D als van artikel 23 lid 3 onder B. Als u de gewraakte kop onmiddellijk verwijdert zullen we deze grove misstap door de vingers zien en blijft een boete van 94 euro en 50 eurocent u bespaard. Een goede dag nog.’ De agent beent weg door de ochtendmist en laat een verbouwereerde blogger in vertwijfeling achter.

Barrie Horrelvoet (1)

‘Wil je een glas ijsthee? ’t Is wel Sparkling Peach, mijn lievelingssmaak. Perzik met bubbels; je moet ervan houden.’ Barrie Horrelvoet (28), de gewezen centrale verdediger van Almere City (voorheen (FC) Omniworld) heet me welkom vanuit een King Size-hangmat in zijn bescheiden achtertuin in de plaatselijke Muziekwijk. ‘Ik zag dit huis in de Contrabasstraat en was meteen verkocht.’ Horrelvoet, zelf een niet onverdienstelijk contrabassist en lid van het Almere City Jazz Trio (ACJT), droomde zich van kinds af aan een carrière in de muziek. Opgroeiend met de rijk gevulde platenkast van zijn vader werd hij betoverd door het werk van Charlie Mingus, Ray Brown en de in 2019 gestorven Nederjazzheld Ruud Jacobs. Laatstgenoemde zag hij met zijn vader talloze malen live spelen. Jacobs’ handtekening siert zelfs de achterkant van Horrelvoets eigen bas, een half-massieve driekwarts solid top van het prijzige Oost-Duitse merk Gewa. Leven voor en van de muziek was jarenlang het enige toekomstscenario dat ‘Professor Barriebas’ (koosnaampje van de trouwe City-aanhang) voor zich kon zien.

            Waar ging het mis? Nou ja, echt mis ging het natuurlijk niet. Het ACJT repeteert op regelmatige basis in een achterafkantoortje bij het stadion van City en mag eens in de zoveel tijd voor een kleinschalig publiek optreden. Jaarlijks terugkerend hoogtepunt: een ruim anderhalf uur durende set op het kleine podium van het Almeerse Jazz en en Blues Weekend. Maar rondkomen van de muziek, dat kan Horrelvoet niet. Wel van de voetballerij, een sport-/bedrijfstak waar hij een haat-liefdeverhouding mee heeft. ‘Ik houd van sport, van het uitoefenen ervan, de kick, het spelletje. Voor alle andere poespas eromheen ben je bij mij aan het verkeerde adres.’ Horrelvoet heeft een broertje dood aan al het gepraat en gefilosofeer over Koning Voetbal. Hij kijkt zelf zelden tot nooit wedstrijden of samenvattingen op tv. ‘Als de trainer ons wedstrijden van onszelf of andere teams laat analyseren vind ik dat al saai genoeg. Dan ga ik toch thuis niet voor mijn lol ook nog naar dat getikketak kijken?’ Horrelvoet is dan ook in alles een a-typische voetballer. Een hip kapsel, tatoeages, dure auto’s, aan ‘The Barster’ zijn ze allemaal niet besteed. ‘Ik ga al jarenlang om de drie maanden naar dezelfde Hizi Hair hier om de hoek. De dames daar weten precies hoe ik mijn haar het liefste draag. Simpel, efficiënt en effectief. Ik wil er weinig werk aan hebben, dus het moet makkelijk in model vallen zonder wax-troep, gel of weet ik wat voor zooi erin.’ En inderdaad,  Horrelvoets licht krullende peper en zoutcoupe zit al  jaren hetzelfde en is al vaker even voorspelbaar en constant genoemd als zijn verdedigende spel.

Wordt vervolgd

Gerrie Kraai for president

Ja sorry hoor, ben nog steeds aan de muzikantenquarantaine-filmpjes, en deze was te mooi om te laten liggen. Ik vind: als je met je 50+ geblondeerde haren, zonnebril op je harses, in een verwassen Stones-shirt voor je paard(enstal) gaat staan pompen op de mooiste kersenrode basgitaar die ik ooit heb gezien, dan mag je van mij de volgende (minister-)president worden van Nederland. Of de VS. Of van wélk land dan ook. Amen.

Nep

Ik had al zo’n vermoeden en dat vermoeden werd vanochtend door een oplettende stukjesschrijver op de achterpagina van de Volkskrant bevestigd: er zit (soms) neppubliek bij coronawedstrijden uit de verschillende hervatte voetbalcompetities. Ik zapte toevallig onlangs langs een verslag van zo’n wedstrijd en tot mijn verbazing hoorde én zag ik publiek. Dat kan niet waar zijn, dacht ik, en dat blijkt dus te kloppen: het ís niet waar. Om de kijker niet te deprimeren met de aanblik en oorverdovende stilte van een leeg stadion hebben tv-makers ervoor gekozen om beide hier en daar te vervangen door eerder opgenomen geluid en (listig gephotoshopt) publiek. Zíe je wel! Dacht ik het niet!

Maar even serieus. Zelf ben ik ook niet brandschoon op dat gebied. Hoeveel lessen heb ik de afgelopen tijd niet eenzaam en alleen zitten geven, op mijn tot werkkamer gebombardeerde overloop? En bij hoeveel van die lessen was daadwerkelijk mijn tot werkkamer gebombardeerde overloop te zien, inclusief armetierig wegkwijnende zebraplant (‘Waarom doét ie nou toch nergens goed in dit nieuwe huis??!’), gedateerd meisjeskamer-logeerbed (jaren ’80) en rommelhoek met gootsteentje en kraantje? Misschien drie keer, en meestal loste ik deze pijnlijke inkijk in mijn privéleven dan alsnog snel op door er een fake klaslokaal, fake zandstrand of fake Super Mario-landschap in te gooien. Nee, zolang we technologie gebruiken, zal de nepheid (ik lees: nèhfeit) voor een ieder in de 21ste eeuw binnen handbereik blijven, en zelfs de meest sceptische blogger gaat niet vrijuit.

Afbeelding: de bekende virtuele achtergrondjes die te gebruiken zijn bij beeldbellen

Jacq. Bel

Zit ik een tijdschrift over taal te lezen, kom ik er ineens achter dat er een hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde is die de welluidende naam Jacqueline Bel mag dragen. Zouden haar ouders fans zijn?

Kindermuziektip: Jeroen Schipper

Zouden ze hun inkomsten de afgelopen anderhalve maand ineens omhoog hebben zien schieten, alle makers van kindermuziek? Via Spotify-luisterbeurten, de iTunes-winkel of gewoon op afstand of in winkel gekochte ouderwetse cd’s? Het zou zo maar kunnen, net als het zomaar ineens gebeurde dat knutselgerei en trampolines niet aan te slepen waren. Je moet als ouders toch íets, met je ongedurige kroost.

Ook als je wel al een flinke verzameling goede kindermuziek hebt aangelegd is alles wat nieuw en verfrissend is welkom tijdens zo’n lockdown. Dankzij de zachte dwang van het algoritme werden we door Spotify op het idee gebracht om eens een keer naar Jeroen Schipper te luisteren. Vergeet Dirk Scheele, Jeroen is de koning van het originele, verfrissende kinderlied, waarmee hij melodieën die je niet meer uit je hoofd krijgt paart aan hier en daar een dwarse maatsoort en interessante tekstuele vondst. Blijkbaar zijn wij trouwens niet de eersten die dat vinden, want hij krijgt hier en daar al behoorlijk wat erkenning. Heb je kleine kinderen of kleine kleinkinderen? Doe er je voordeel mee!