Wet Leg

Wat een goed idee: je bent twee jonge Britse vrouwen van het eiland Wight, je hebt een klik, je bent allebei prettig gestoord en hebt een perfect gevoel voor spitsvondige teksten, je denkt allebei dat je misschien wel een beetje gitaar kunt spelen en een beetje zingen en je begint samen een indiebandje, dat je de onwaarschijnlijke naam Nat Been (in de Nederlandse vertaling klinkt ie nóg onwaarschijnlijker) geeft. Je brengt een paar singles uit die het alternatieve muziekwereldje versteld doen staan en komt dan met een retegoed debuutalbum, dat in de beste ‘retegoeie-debuutalbum-traditie’ titelloos is.

Ik zag onlangs dat er nog kaarten waren voor een concert in Paradiso in november (!) Zonder te aarzelen aangeschaft, uiteraard.

Nou ja, genoeg geluld. Luister en kijk zelf maar even.

Hans Teeuwen – Stefano Keizers

Hij had het gewoon moeten doen, Hans Teeuwen. ‘Wat dan?’, hoor ik je vragen. Nou, zijn meest recente show Stefano Keizers noemen natuurlijk! ‘Oh, en waarom dan?’ Omdat Stefano Keizers zijn meest recente show Hans Teeuwen noemde. Waarschijnlijk uit pure liefde voor het absurdisme, aangezien er nergens in zijn voorstelling ook verder maar iets over Hans Teeuwen gezegd wordt, naar het schijnt. Geweldig!

Hans Teeuwen liet echter een enorme kans liggen. Hij verzuimde om, evenals Keizers, zijn eer te betuigen aan datzelfde absurdisme waaraan hij zoveel te danken heeft. Wat deed Teeuwen? Hij noemde zijn voorstelling Nou lekker dan. Jammer, temeer daar Keizers (echte naam Gover Meit) gisteren bekendmaakte dat hij afscheid neemt van de naam Stefano Keizers.

Nou ja, misschien dat Teeuwen vriend en vijand ooit nog eens verrast, door, ergens in 2033 – als iedereen Gover Meits oude alter ego al lang vergeten is – zijn nieuwste show alsnog de naam Stefano Keizers te geven. Ja, dat zou wat zijn!

Wat te doen met dit weer? (2)

Eigenlijk is dat vissen dus als hobby zo gek nog niet. Ga maar na: als alle andere hobby’s van betekenis ten zeerste worden afgeraden (Zelfs golfen krijgt morgen een 5! En dat is dan een sport waarbij je prima een paraplu kunt gebruiken om zo droog mogelijk te blijven. Behalve natuurlijk als je afslaat, maar ja, dan kun je toch mooi je tegenstander even die plu boven jouw hoofd laten houden?) wordt het visplezier/de succesrate bij het vissen beloond met het geweldige cijfer 9!

Je moet het natuurlijk wel verantwoord doen, dat vissen. Fair Trade. Duurzaam. Woke ook. Vooral woke. Voordat je je op een bepaalde vis gaat richten, moet je die vis eerst even netjes vragen of hij/zij/het zelf wel fair trade, duurzaam en woke is. Met wie gaat de vis in kwestie om? Wat is z’n stemgedrag? Is ie wel vegetariër, of is het een oude, CDA-stemmende brommerige snoek, die zweert bij z’n lappie vlees? Maar het allerbelangrijkste: wat doet de vis in kwestie om z’n uitstoot te verminderen? Als ie dat niet allang gedaan heeft, moet ie wel even beloven dat ie op termijn gaat stoppen met het verbruik van natuurlijke hulpbronnen. Hup: op zoek naar alternatieven. Misschien kunnen ze met z’n allen stuwdammetjes gaan aanleggen daar in die sloot, dragen ze meteen ook nog wat bij aan onze eigen verduurzaming.

Maker van ‘Russische South Park’ bekritiseert oorlog

De BBC publiceerde vandaag dit fascinerende interview met animator Oleg Kuvaev. Hij maakt al jaren de in Rusland zeer populaire tekenfilm Masyanya. Doordat al geruime tijd geleden naar Israel verkaste, heeft hij het aangedurfd om zich in de nieuwste aflevering van de – normaal gesproken puur amuserende – animatieserie voor één keer wel maatschappijkritisch uit te laten. Nadat de aflevering al meer dan drie miljoen keer bekeken was in Rusland werd hij daar (hoe verrassend!) offline gehaald. Bij ons is hij wel nog gewoon te zien op YouTube.

Wat vooral opvalt is hoe gevoelig en subtiel Kavaev zijn boodschap in de avonturen van zijn hoofdpersoon heeft weten te verpakken. Het verhaal in een notendop: de titelheldin (een minirok en naveltrui dragende twintiger uit Sint-Petersburg) komt erachter dat haar beste vriend voor hun Oekraïense vriend verborgen probeert te houden dat Rusland diens moederland is binnengevallen. Masyana vindt dit zo belachelijk dat ze uiteindelijk zelf bij Poetin langsgaat om hem eens even flink de waarheid te vertellen. Afijn, kijk zelf maar.

Bert-Jan

Zoon (6), starend naar een landkaartje in de krant: ‘Papa, hoe spreek je dit uit?’ Vader: ‘Berdyansk? Dat is een grappige plaatsnaam. Hij klinkt een beetje als de Nederlandse naam Bert-Jan.’ ‘Maar papa, oorlog ís helemaal niet grappig!’

De heggenmus

Iets zit me dwars. Of beter gezegd: iets wat er niet is, zit me dwars. Er bestaat dus géén enkel boek over de heggenmus. Niet in het Nederlands, niet in het Engels en hoogstwaarschijnlijk ook niet in een andere taal. Zo’n boek bestaat gewoon niet, nergens. Punt.

‘Maar waarom wil je zo graag een boek lezen over de heggenmus?’, hoor ik u vragen. Dat zit zo.

Ik vertelde op deze plek al eens dat het zo vreselijk jammer was dat we na onze verhuizing van de ene naar de andere kant van het dorp ineens zoveel minder vogelsoorten in onze tuin hadden. Bij het oude huis, aan de andere kant, kwam van alles op bezoek, in de bijna vijf jaar dat we er woonden: allerlei soorten mezen (niet alleen kool- en pimpelmezen, maar ook zwarte mezen, staartmezen, kuifmezen en glanskoppen), vuurgoudhaantjes, puttertjes, sijsjes, boomklevers, bonte spechten en zelfs een keer een sperwer. Waarschijnlijk vergeet ik nog een paar soorten. De verscheidenheid was – voor iemand die altijd in drukke steden had gewoond en van het bestaan van allerlei vogelsoorten niet eens afwist – gigantisch.

En toen kwam de verhuizing. In het begin dachten we nog dat we gewoon geduld moesten hebben, maar nee, na tweeënhalf jaar is het aanbod nog even schraal als toen we hier neerstreken. Toegegeven, er zijn waarschijnlijk plekken in Nederland waar mensen niet een gigantische huismussenfamilie als achterburen hebben, en misschien zouden sommige Nederlanders, als ze op bezoek komen bij ons, zich vergapen aan al die langsvliegende kool- en pimpelmeesjes, maar verder zijn het vooral kauwen, eksters en houtduiven die hier bivakkeren. Intrigerend op hun eigen manier, maar ook niet meer dan dat.

Toch is er één vogeltje dat me hier altijd weer blijft fascineren. Hij (zij??) houdt de eer van alle andere vogels hoog, mag je wel zeggen. Eerst had ik niet eens door wie hij was. Ik kende zijn soort al wel van ons oude huis, maar daar viel me altijd alleen maar op dat hij op de grond zat rond te scharrelen, terwijl de sterk op hem lijkende huismus (geen familie!) het zo vaak hogerop zocht. Maar op een dag, in de eerste lente die we hier meemaakten, hoorde ik ineens een vogeltje prachtig zingen, als enige in de hele buurt. Ik herkende zijn zang in eerste instantie niet. Raadselachtig was die, vond ik. Totdat ik hem wel in de smiezen kreeg (hij bleek het leuk te vinden om zijn lied vanaf het hoogste takje in de boom de hele wijk in te slingeren) en tot mijn verbazing ontdekte dat hij klein, onopvallend en grijs-bruinig was. Een mus. Toch? Maar dat is geen zangvogel! Foto maken van het beest. Vogelboekje erbij pakken. En wat bleek: het was een heggenmus! Fantastisch. Hij bleek te kunnen zingen, en nog mooi ook! En zoals voor de meeste écht goede muziek geldt: je kunt het niet vaak genoeg horen!

Inmiddels zijn we twee jaar en een hoop coronagedoe verder en kan ik me geen leven meer voorstellen zonder deze heggenmus. Een paar weken geleden hoorde ik hem nog niet en keek ik naar hem uit. Een tijdje later was het er ineens weer, dat prachtige lied, en mijn hart maakte een sprongetje. ‘Welkom terug!’ dacht ik.

Foto: Ed Mather (www.edmather.com)

En vanochtend dacht ik ineens: nu ga ik het doen. Ik ga een boek kopen over de heggenmus. Maar niks dus, nada. Helaas. Misschien moet ik het maar zelf gaan schrijven.

[PS Na lang zoeken blijkt één roman te zijn die The Hedge Sparrow (De heggenmus) heet. Het boek is geschreven door ene C.R. Allen (Charles Richards Allen), een Nieuw-Zeelander (Engelsman van geboorte) die behalve romans ook gedichten en toneelstukken heeft gepubliceerd. The Hedge Sparrow kwam uit in 1937 bij uitgeverij Reed uit Auckland. Er worden momenteel vijf exemplaren te koop aangeboden op de Engelse boekensite Abebooks. Volgens een biografietje zijn er twee romans waar Allen bekend om is gebleven, te weten A Poor Scholar: a tale of progress uit 1936 en het eerdergenoemde The Hedge Sparrow. Helaas lijkt laatstgenoemde boek niet over heggenmussen te gaan, want het enige wat ik erover te weten kom is het volgende: The Hedge Sparrow speelt zich af in de Nieuw-Zeelandse stad Dunedin in de tijd van de liberale regering van Richard John Seddon. De roman onderzoekt de ongelijkheden waar destijds sprake van was de Nieuw Zeelandse samenleving. Sorry, maar ik sla denk ik toch maar even over.]

Zo ziet het boek eruit:

[NB2 Er blijkt een fantastisch artikel over het seksleven van de heggenmus online te staan. Je vindt het hier. Het geschreven door Jeanet van Zoelen van de Vogelbescherming. Jeanet, zou je alsjeblieft een keer een heel boek willen schrijven over dit prachtige vogeltje? Alvast bedankt!]

Natuurdocu: The Velvet Queen

Het mooie van de natuurdocu The Velvet Queen is niet dat je als kijker bijna twee uur lang samen met twee mannen over de Tibetaanse hoogvlaktes struint voor een glimp van een belachelijk-goed-gecamoufleerde-en-daardoor-bijna-onvindbare reuzepoes. Nee, het mooie is dat er een vrouw in de film zit die nóg onzichtbaarder is dan die (overigens prachtige) sneeuwpanter: cameravrouw Marie Amiguet. Precies nul keer is ze te zien en te horen in de film. Zonder haar adembenemende beelden zou het filosofische geklets van de twee natuurgekkies (regisseur Vincent Munier en schrijver Sylvain Tesson) een stuk minder genietbaar zijn geweest. Toch een must-see dus, deze film.