Leraar zijn

Ik weet het, ik heb er zelf ooit voor gekozen en was destijds volledig toerekeningsvatbaar.

Ik klaag zelden tot nooit over het lage salaris.

’s Avonds laat nog nakijken, lessen voorbereiden tot je een ons weegt: het hoort erbij en als je die dingen stom vindt, moet je wat anders gaan doen.

Oudergesprekken, rapporten schrijven, speeches bedenken voor diploma-uitreikingen, Engelstalige pop-hits uit de jaren ’70 voorzien van een eigentijds Nederlands jasje en in een snikhete lerarenkamer op een godvergeten laatste dag van het schooljaar met heel je ziel en zaligheid op een gitaar vertolken, slechts bijgestaan door een paar verpieterde collega’s die er net zo weinig zin in hebben als jij: er zijn veel en veel ergere dingen te bedenken die voor levensvervulling moeten doorgaan (glastuinbouwer zijn in Novosibirsk bijvoorbeeld).

Maar waarom, oh waarom voelt het alsof mijn lijf steevast twee weken voorafgaand aan de kerstvakantie met slechts een paar touwtjes aan elkaar hangt?