Geen ID

‘Ik wil graag mijn paspoort vernieuwen.’
‘Ik zie hier dat u nog een ID-kaart in uw bezit heeft die in 2016 verlopen is. Heeft u die meegenomen?’
‘Nee. Heb ik een ID-kaart? O jee, daar weet ik niks van.’
‘Ja, en verlopen of niet, hij moet ingeleverd worden.’
‘Ik zit even in mijn geheugen te graven. Ik heb dus in 2013 een paspoort aangevraagd omdat ik toen naar de VS reisde voor een bruiloft. Vóór die tijd was een Europese identiteitskaart voldoende, aangezien ik nooit buiten Europa kwam. In mijn herinnering heb ik destijds mijn ID-kaart ingeleverd, maar kennelijk dus niet. Is dat erg?’
‘Niet per se, maar als u hem kwijt bent of hij is ooit gestolen moet u daar een verklaring voor tekenen.’
‘Ok, waarom dan?’
‘Iemand zou er in theorie identiteitsfraude mee kunnen plegen.’
‘Maar mijn kaart is twee jaar geleden verlopen.’
‘Tsja, dat doet er in feite niet zoveel toe. Dit zijn de regels. U kunt wel even thuis gaan zoeken en dan houd ik vanmiddag een plekje voor u vrij. Mocht u de kaart niet gevonden hebben thuis, dan kunt u alsnog de verklaring voor vermissing tekenen.’
‘Prima, dan doe ik dat. Tot straks!’

[twee uur later]

‘Het mysterie is opgelost hoor! Mijn portemonnee is vier jaar geleden gestolen en blijkbaar zat destijds ook mijn ID-kaart daar in. Ik heb het aangifteformulier van destijds meegenomen inclusief een bericht van de politie dat ze de zaak niet hebben kunnen oplossen. Zo letterlijk staat het ook ongeveer in die brief: ‘sorry dat we uw zaak niet hebben kunnen oplossen’. Ik denk dus dat ik er daarna nooit meer bij heb stilgestaan dat mijn ID-kaart in die portemonnee zat.’
‘Prima, dan gaan we zorgen dat u een verklaring van vermissing tekent en dan kunt u gewoon uw nieuwe paspoort aanvragen. Zou u zo vriendelijk willen zijn de wijsvinger van uw linkerhand hier op de scanner te leggen? Dan nemen we even uw vingerafdrukken af.’
‘Akkoord.’

‘Meneer het lijkt erop dat het apparaat uw vingerafdruk niet kan scannen. Wat vreemd, daar hebben we doorgaans eigenlijk nooit last van.’
‘Oh help! Zie je nou wel, mijn ID-kaart is gejat en gebruikt voor vervalsing en mijn identiteit is gestolen en daardoor herkent het apparaat mijn vingerafdruk niet eens meer of iemand heeft stiekem in mijn slaap de huid van mijn wijsvingers getransplanteerd om die op de wijsvingers van mijn nep-ik te plakken en… en…’
‘…oh wacht, meneer, hij doet het al.’
‘Phew!’

NB: sorry, ik wilde eigenlijk een gedicht schrijven, misschien zelfs n.a.v. bovenstaande belevenis, maar het werd uiteindelijk een soort dialoog.

 

Verhaal

2brothers.jpg

Hij wilde een band beginnen, onze Vincent. ‘Vincent Verpauper en de tienlitergieters’, dat klonk toch in principe als een klok? Alleen de schrijfwijze van het woord ‘tienlitergieter’, daar twijfelde hij nog over. Als je het woord ‘tien’ los schreef van ‘litergieters’ was het net alsof zijn band per se uit tien andere bandleden moest bestaan. Dat leek hem toch wat al te gortig, want het idee van rock ’n roll was nu juist dat je maar drie elementen nodig had: gitaar, bas en drums. Dat de meeste bands ook nog een malloot hadden die zo nodig moest zingen, probeerde hij het liefst maar te vergeten. Vincents droom was het om snoeiharde instrumentale rock te spelen, die zo goed in elkaar zou zitten dat niemand dat geneuzel van een frontman/zanger zou missen. En trouwens, zelfs al zou je die zingende malloot in de gelederen hebben, dan nog zou je manieren moeten verzinnen om aan dat aantal tien te komen. Een extra gitaristje erbij, dat kan nog wel en ook iemand die iets op toetsen kan is nog wel handig, maar dan? Een blazerssectie? Te carnaval. Strijkers? Klassiek geneuzel. Percussie? Ga lekker lekker wereldmuziek luisteren in je plaatselijke fair trade-shop, maar val mij d’r niet mee lastig! Aldus de heer V. Verpauper uit Wuustwezel.

Enfin, die schrijfwijze. ‘Tien litergieters’ zou verwarring zaaien en hoewel hij ‘tienlitergieters’ er ook niet helemaal bevredigend uit vond zien, besloot hij toch dat dat het dan maar moest worden. Een getal toevoegen aan de naam, daar had hij ook nog wel aan gedacht, maar alleen de vage associatie al met namen als UB40, U2, U96, Blink 182, 22 Pisterpirkko (wie kent ze nog?), Level 42, Heaven 17, 2 Unlimited, 2 Brothers on the 4th Floor en ga zo maar door bezorgde hem lichte braakneigingen. Nee, 10-litergieters of iets dergelijks zou het ook niet worden.

Wanneer kreeg hij eigenlijk zijn eerste aandrang tot het formeren van een band, überhaupt? Na het zien van de film Ex Drummer, moest dat geweest zijn. En na het zien van de film begon hij met het lezen van Brusselmans en daar was hij eigenlijk nooit echt mee gestopt. Hij ging er vanuit dat hij de enige persoon ter wereld was die werkelijk ieder boek van de beroemde schrijver had gelezen. Ieder boek, behalve dat ene: Logica voor idioten uit 1997. En het lullige was: hij had werkelijk waar geen enkel idee waarom hij nu juist dat ene boek niet had gelezen. Het was er gewoonweg niet van gekomen.

Wordt (wie weet) vervolgd