Een open deur waar je geen speld tussen krijgt

Zondagochtend, 07:00 uur. De deurbel gaat. Als ik opendoe staar ik recht in het strenge gezicht van een soort politieagent in een knalpaars uniform. ‘Bent u de eigenaar van de website De Laatste IJsschots?’, vraagt hij. ‘Dat ben ik inderdaad’, stamel ik beduusd. ‘Dan wil ik u namens de beeldspraakpolitie dringend verzoeken uw blogpost van hedenochtend zo spoedig mogelijk aan te passen. U maakt zich daarin namelijk schuldig aan een ernstige vorm van KB.’ ‘KB?’ Verdwaasd staar ik de paarse agent aan. ‘Ik weet niet wat KB is. Ik heb daar nog nooit van gehoord. Hoe kan ik me er nou schuldig aan maken?’ ‘KB is Krukkige Beeldspraak en de titel van uw blogpost van hedenochtend is een grove overschrijding van het NNBP’, bijt de agent mij nu nog strenger toe. ‘Het NNBP? Wat is dat nou weer?’ vraag ik hem. ‘Het Nieuw Nederlands Beeldspraak Peil. In het 465 pagina’s tellende manifest dat vorig jaar is verschenen worden de grenzen haarfijn uiteengezet aan de lezer. Uw ‘open deur waar je geen speld tussen krijgt’ is zowel een overtreding van artikel 5 lid 1 onder D als van artikel 23 lid 3 onder B. Als u de gewraakte kop onmiddellijk verwijdert zullen we deze grove misstap door de vingers zien en blijft een boete van 94 euro en 50 eurocent u bespaard. Een goede dag nog.’ De agent beent weg door de ochtendmist en laat een verbouwereerde blogger in vertwijfeling achter.

Barrie Horrelvoet (1)

‘Wil je een glas ijsthee? ’t Is wel Sparkling Peach, mijn lievelingssmaak. Perzik met bubbels; je moet ervan houden.’ Barrie Horrelvoet (28), de gewezen centrale verdediger van Almere City (voorheen (FC) Omniworld) heet me welkom vanuit een King Size-hangmat in zijn bescheiden achtertuin in de plaatselijke Muziekwijk. ‘Ik zag dit huis in de Contrabasstraat en was meteen verkocht.’ Horrelvoet, zelf een niet onverdienstelijk contrabassist en lid van het Almere City Jazz Trio (ACJT), droomde zich van kinds af aan een carrière in de muziek. Opgroeiend met de rijk gevulde platenkast van zijn vader werd hij betoverd door het werk van Charlie Mingus, Ray Brown en de in 2019 gestorven Nederjazzheld Ruud Jacobs. Laatstgenoemde zag hij met zijn vader talloze malen live spelen. Jacobs’ handtekening siert zelfs de achterkant van Horrelvoets eigen bas, een half-massieve driekwarts solid top van het prijzige Oost-Duitse merk Gewa. Leven voor en van de muziek was jarenlang het enige toekomstscenario dat ‘Professor Barriebas’ (koosnaampje van de trouwe City-aanhang) voor zich kon zien.

            Waar ging het mis? Nou ja, echt mis ging het natuurlijk niet. Het ACJT repeteert op regelmatige basis in een achterafkantoortje bij het stadion van City en mag eens in de zoveel tijd voor een kleinschalig publiek optreden. Jaarlijks terugkerend hoogtepunt: een ruim anderhalf uur durende set op het kleine podium van het Almeerse Jazz en en Blues Weekend. Maar rondkomen van de muziek, dat kan Horrelvoet niet. Wel van de voetballerij, een sport-/bedrijfstak waar hij een haat-liefdeverhouding mee heeft. ‘Ik houd van sport, van het uitoefenen ervan, de kick, het spelletje. Voor alle andere poespas eromheen ben je bij mij aan het verkeerde adres.’ Horrelvoet heeft een broertje dood aan al het gepraat en gefilosofeer over Koning Voetbal. Hij kijkt zelf zelden tot nooit wedstrijden of samenvattingen op tv. ‘Als de trainer ons wedstrijden van onszelf of andere teams laat analyseren vind ik dat al saai genoeg. Dan ga ik toch thuis niet voor mijn lol ook nog naar dat getikketak kijken?’ Horrelvoet is dan ook in alles een a-typische voetballer. Een hip kapsel, tatoeages, dure auto’s, aan ‘The Barster’ zijn ze allemaal niet besteed. ‘Ik ga al jarenlang om de drie maanden naar dezelfde Hizi Hair hier om de hoek. De dames daar weten precies hoe ik mijn haar het liefste draag. Simpel, efficiënt en effectief. Ik wil er weinig werk aan hebben, dus het moet makkelijk in model vallen zonder wax-troep, gel of weet ik wat voor zooi erin.’ En inderdaad,  Horrelvoets licht krullende peper en zoutcoupe zit al  jaren hetzelfde en is al vaker even voorspelbaar en constant genoemd als zijn verdedigende spel.

Wordt vervolgd

Geen ID

‘Ik wil graag mijn paspoort vernieuwen.’
‘Ik zie hier dat u nog een ID-kaart in uw bezit heeft die in 2016 verlopen is. Heeft u die meegenomen?’
‘Nee. Heb ik een ID-kaart? O jee, daar weet ik niks van.’
‘Ja, en verlopen of niet, hij moet ingeleverd worden.’
‘Ik zit even in mijn geheugen te graven. Ik heb dus in 2013 een paspoort aangevraagd omdat ik toen naar de VS reisde voor een bruiloft. Vóór die tijd was een Europese identiteitskaart voldoende, aangezien ik nooit buiten Europa kwam. In mijn herinnering heb ik destijds mijn ID-kaart ingeleverd, maar kennelijk dus niet. Is dat erg?’
‘Niet per se, maar als u hem kwijt bent of hij is ooit gestolen moet u daar een verklaring voor tekenen.’
‘Ok, waarom dan?’
‘Iemand zou er in theorie identiteitsfraude mee kunnen plegen.’
‘Maar mijn kaart is twee jaar geleden verlopen.’
‘Tsja, dat doet er in feite niet zoveel toe. Dit zijn de regels. U kunt wel even thuis gaan zoeken en dan houd ik vanmiddag een plekje voor u vrij. Mocht u de kaart niet gevonden hebben thuis, dan kunt u alsnog de verklaring voor vermissing tekenen.’
‘Prima, dan doe ik dat. Tot straks!’

[twee uur later]

‘Het mysterie is opgelost hoor! Mijn portemonnee is vier jaar geleden gestolen en blijkbaar zat destijds ook mijn ID-kaart daar in. Ik heb het aangifteformulier van destijds meegenomen inclusief een bericht van de politie dat ze de zaak niet hebben kunnen oplossen. Zo letterlijk staat het ook ongeveer in die brief: ‘sorry dat we uw zaak niet hebben kunnen oplossen’. Ik denk dus dat ik er daarna nooit meer bij heb stilgestaan dat mijn ID-kaart in die portemonnee zat.’
‘Prima, dan gaan we zorgen dat u een verklaring van vermissing tekent en dan kunt u gewoon uw nieuwe paspoort aanvragen. Zou u zo vriendelijk willen zijn de wijsvinger van uw linkerhand hier op de scanner te leggen? Dan nemen we even uw vingerafdrukken af.’
‘Akkoord.’

‘Meneer het lijkt erop dat het apparaat uw vingerafdruk niet kan scannen. Wat vreemd, daar hebben we doorgaans eigenlijk nooit last van.’
‘Oh help! Zie je nou wel, mijn ID-kaart is gejat en gebruikt voor vervalsing en mijn identiteit is gestolen en daardoor herkent het apparaat mijn vingerafdruk niet eens meer of iemand heeft stiekem in mijn slaap de huid van mijn wijsvingers getransplanteerd om die op de wijsvingers van mijn nep-ik te plakken en… en…’
‘…oh wacht, meneer, hij doet het al.’
‘Phew!’

NB: sorry, ik wilde eigenlijk een gedicht schrijven, misschien zelfs n.a.v. bovenstaande belevenis, maar het werd uiteindelijk een soort dialoog.

 

Verhaal

2brothers.jpg

Hij wilde een band beginnen, onze Vincent. ‘Vincent Verpauper en de tienlitergieters’, dat klonk toch in principe als een klok? Alleen de schrijfwijze van het woord ‘tienlitergieter’, daar twijfelde hij nog over. Als je het woord ‘tien’ los schreef van ‘litergieters’ was het net alsof zijn band per se uit tien andere bandleden moest bestaan. Dat leek hem toch wat al te gortig, want het idee van rock ’n roll was nu juist dat je maar drie elementen nodig had: gitaar, bas en drums. Dat de meeste bands ook nog een malloot hadden die zo nodig moest zingen, probeerde hij het liefst maar te vergeten. Vincents droom was het om snoeiharde instrumentale rock te spelen, die zo goed in elkaar zou zitten dat niemand dat geneuzel van een frontman/zanger zou missen. En trouwens, zelfs al zou je die zingende malloot in de gelederen hebben, dan nog zou je manieren moeten verzinnen om aan dat aantal tien te komen. Een extra gitaristje erbij, dat kan nog wel en ook iemand die iets op toetsen kan is nog wel handig, maar dan? Een blazerssectie? Te carnaval. Strijkers? Klassiek geneuzel. Percussie? Ga lekker lekker wereldmuziek luisteren in je plaatselijke fair trade-shop, maar val mij d’r niet mee lastig! Aldus de heer V. Verpauper uit Wuustwezel.

Enfin, die schrijfwijze. ‘Tien litergieters’ zou verwarring zaaien en hoewel hij ‘tienlitergieters’ er ook niet helemaal bevredigend uit vond zien, besloot hij toch dat dat het dan maar moest worden. Een getal toevoegen aan de naam, daar had hij ook nog wel aan gedacht, maar alleen de vage associatie al met namen als UB40, U2, U96, Blink 182, 22 Pisterpirkko (wie kent ze nog?), Level 42, Heaven 17, 2 Unlimited, 2 Brothers on the 4th Floor en ga zo maar door bezorgde hem lichte braakneigingen. Nee, 10-litergieters of iets dergelijks zou het ook niet worden.

Wanneer kreeg hij eigenlijk zijn eerste aandrang tot het formeren van een band, überhaupt? Na het zien van de film Ex Drummer, moest dat geweest zijn. En na het zien van de film begon hij met het lezen van Brusselmans en daar was hij eigenlijk nooit echt mee gestopt. Hij ging er vanuit dat hij de enige persoon ter wereld was die werkelijk ieder boek van de beroemde schrijver had gelezen. Ieder boek, behalve dat ene: Logica voor idioten uit 1997. En het lullige was: hij had werkelijk waar geen enkel idee waarom hij nu juist dat ene boek niet had gelezen. Het was er gewoonweg niet van gekomen.

Wordt (wie weet) vervolgd