Gedicht van de dag: Daan Zonderland – Letterlijk

Het gebruik van ‘letterlijk’ waar eigenlijk ‘figuurlijk’ wordt bedoeld is een van de grootste taalergernissen van deze tijd. Onlangs nog schreef Emma Curvers er een prachtige column over voor de heerlijke ergernissenrubriek achter in het Volkskrant Magazine. Ongelooflijk maar waar: de familie Kardashian blijkt een aandeel te hebben in het massaal verkeerd gebruiken van de twee genoemde termen. En die lui wonen in de Verenigde Staten! Afin, lees het stukje zelf maar eens.

Ik moest aan deze kwestie denken toen ik, bladerend door een boekje met verzamelde gedichten, stuitte op Letterlijk, geschreven door Daan Zonderland (pseudoniem van Daan van der Vat, 1909 – 1977). Zonder goed begrip van het verschil tussen ‘letterlijk’ en ‘figuurlijk’ (hier: ‘overdrachtelijk’) is dit gedicht voor door ontlezing getroffen burgers (niet alleen jongeren!) bijna niet meer te begrijpen. Dus ja, dat ik het hieronder nog maar eens afdruk zou je zelfs als idealistische daad kunnen zien.

Letterlijk

‘Geachte Heer, ik moet u danken
Voor het postpakket dat ik ontving.
Maar u vergeeft mij ongetwijfeld
Een zekere teleurstelling.

Toen ik de hand vroeg van uw dochter,
Die ik hartstochtelijk bemin,
Deed ik zulks niet in letterlijke,
Doch in overdrachtelijke zin.’

Dat ik me herinnerde

Dat ik me herinnerde hoe het was aan de Tralielaan
Dat ik me herinnerde hoe jij, een kind nog, de
trap
af
kwam
in je beertjespyjama, terwijl je een liedje zong.
Dat ik me herinnerde hoe de takken in het bos braken onder het gewicht van een
dik pak sneeuw.
Dat ik me de dode das langs de weg herinnerde
en dat ik de boswachter belde:
‘Dit is geen gezicht. Kun je hem weg laten halen?’

Dromen Robots over Elektrische Schapen?

Je zei dat je Philip K. Dick herlas
en ik dacht aan Carla Dik-Faber, die natuurlijk mijlenver afstaat van
het werk van de grootmeester,
dat terecht talloze malen verfilmd werd,
met Paul Verhoevens bewerking van
We Can Remember it For You Wholesale
als ultiem hoogtepunt;
zó goed, dat je haar zelfs een keer
op het Duitse net keek, de nasynchronisatie
voor lief nemend.

(De titel staat op je net- en trommelvlies gebrand:
‘DIE TOTALE ERRINNERUNG’)

Muziektip

Luister en kijk naar het prachtige Soms Ben Ik De Zon van het duo Blitskikker (Twan van Bragt en Woody Veneman).

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Je gaat bij rock en roll (over lijken)

Beste lezer,

Het is even geleden dat ik hier iets schreef. Mijn naam is Willem Boon. Liedjes schrijven is een van mijn hobby’s. Soms heb ik een tijdje even geen inspiratie om zelf liedjes te bedenken. Dan val ik terug op een andere hobby van me: liedjes vertalen. In de kerstvakantie heb ik me op een lied van The Rolling Stones gestort, namelijk It’s Only Rock ’n Roll (but I like it). In mijn vertaling is dat Je gaat bij rock en roll (over lijken) geworden.

Misschien dat dit je kan behagen, misschien ook niet, maar ik wil je hierbij alvast bedanken voor het luisteren.

Was getekend,

Willem Boon



Je gaat bij rock en roll (over lijken)
 
Als ik mijn pen in mijn hart kon steken,
Bloedend hier voor je op straat
Geeft het je plezier, boeit het je geen zier?
Denk je dan: ‘Die gast is vreemd!’
Is ie niet vreeeeeeemd?
 
Als ik je kon winnen door voor je te zingen
Een smartlap zo verfijnd
Was het dan genoeg voor je valse hart
Als ik was weggekwijnd
Was weggekwij-ij-ijnd
 
Ik zei: ‘Ik weet je gaat bij rock en roll over lijken
Ik weet je gaat bij rock en roll over lijken, lijken, ja je gaat
Oh, over lijken, over lijken, over lijken,
Ik zei: ‘Zie je niet deze gast is altijd eenzaam?’
 
Als ik een mes in mijn hart kon steken
Zelfmoord hier voor je op straat
Zou het dan genoeg zijn voor je hitsigheid?
Wist je met die dingen wel raad?
Wist je wel raa-aa-aad
 
Als ik heel diep in mijn hart zou zien
Gevoelens zou uiten in tekst
Geeft het je plezier, boeit het je geen zier?
Denk je dan: ‘Die gast is gek!’
Die gast is ge-èh-ek?
 
Ik zei: ‘Ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken
Ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken, lijken, ja je gaat
Over lijken, over lijken, over lijken
Ik zei: ‘Zie je niet deze gast is altijd eenzaam?’
 
Denk jij: ‘Ik ben de enige meid in de stad’?
Jij denkt: ‘Ik ben de enige vrouw hier in dit gat!’
 
Ik zei: ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken
Ik zei: ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken
Ik zei: ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken
Ik zei: ik weet: je gaat bij rock en roll over lijken
Over lijken, lijken, ja je gaat
Over lijken, over lijken, over lijken, over lijken
Over lijken, over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
(Je gaat bij rock en roll) over lijken (gaat bij rock en rol) over lijken
 
 
 
 

Herbemesting

Er bestaat een kans op herbemesting, zeggen de geleerden, maar
dat staat er niet, hij leest niet wat er staat, er staat
iets anders.

Ergens zweeft een analogie die
een digitale uitwerking verdient,
een gelijkenis tussen virusdeeltjes en mest.
Wie werkt hem uit?
Niet hij, niet nu, niet hier.

Maar wie, wanneer en waar dan wél?

‘Is it a crisis or a boring change?’

Sommige zinnen uit popliedjes zijn zo briljant dat ze je op ieder willekeurig moment in je leven zomaar te binnen kunnen schieten. Ik had dat de afgelopen twee weken af en toe met het (vraag)zinnetje ‘Is it a crisis or a boring change?‘. Het moet te maken hebben gehad met het feit dat het woord crisis via allerlei kanalen ongeveer 35000 keer per dag tot je komt. Pas bij de tiende keer besefte ik ineens van wie het afkomstig was. Het is bedacht door Stephen Malkmus, zanger/gitarist/songschrijver/frontman/poëet/icoon van de legendarische 90’s indie-rockband Pavement.

Flashback naar de 90’s. Mijn eerste grote liefde heeft het – na een filmavondje in mijn ouderlijk huis met allerlei vrienden (we keken The Mask, of Ace Ventura: Pet Detective, of allebei, in elk geval was het een film met Jim Carey in de hoofdrol) – net uitgemaakt en omdat ik niet kan slapen besluit ik maar een onlangs van een vriend geleende – maar nog niet beluisterde – cd in de cd-speler te doen. Het is Wowee Zowee derde studio-album van Pavement. De muziek vult mijn hoofd en hele lijf met troost, al weet ik niet precies waarom. Echt welgevormd klinkt ze namelijk niet. De zanger zingt onmiskenbaar vals, de gitaren fladderen alle kanten op en staan overduidelijk in allerlei alternatieve stemmingen gestemd, nummers hebben vaak geen couplet en refrein, geen kop en staart, behalve vierkwarstmaten komen er ook allerlei andere maatsoorten voor in voor (waarvan de 6/4 mijn nog het meeste als Pavement-achtig bijblijft) en – last but not least – de teksten zijn nu eens aards en alledaags en dan weer onbegrijpelijk metafysisch en dichterlijk. Kortom, dit moet wel de raarste band zijn die ik tot dan toe ontdekt heb in mijn nog prille leven.

Flashforward naar driekwart jaar later. Ik lig met een zware keelontsteking dagenlang in het bed van mijn ouders en zie de datum dat ik mijn inmiddels lievelingsband live in Paradiso in Amsterdam zou gaan zien, 4 april 1997, angstig naderbij komen. Als de dag daadwerkelijk aanbreekt heb ik nog steeds verhoging en lig ik nog steeds met die keelontsteking in dat bed. Tot mijn grote verdriet moet ik het concert missen. Schrale troost: mijn eerste grote liefde en ik zijn zo zoetjes aan weer bij elkaar gekomen en de dag van het concert komt ze me troosten aan het bed van mijn ouders, alle waarschuwingen over besmettelijkheid in de wind slaand.

Pas twee en een half jaar later zie ik de band alsnog live in 013 in Tilburg. Niet veel later gaat Pavement uit elkaar, maar gelukkig is er een fantastische reunietour in 2010 die de band ook weer naar Paradiso in Amsterdam brengt. Ik ben er bij en geniet met volle teugen van het optreden, af en toe terugdenkend aan het dertien jaar eerder gemiste optreden.

Anno 2020 is Stephen Malkmus actiever dan ooit. Na Pavement bracht hij zeven platen uit onder de naam ‘Stephen Malmus & the Jicks’ en 6 maart jongstleden verscheen Traditional Techniques, zijn tweede ‘echte’ soloplaat na het vorig jaar verschenen slaapkamer-experiment Groove Denied. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is heeft hij ook aangekondigd weer met Pavement te gaan optreden.

‘Is it a crisis or a boring change?’ Laten we voor het relativerende antwoord gaan: een saaie verandering. Crisis is een irritante grootse term. In saaie veranderingen daarentegen zit de sleur en alledaagsheid die ons leven kenmerkt en die ons uitdaagt om er waar mogelijk een artistieke en poëtische draai aan te geven.

Rest mij niks ander dan jullie naar de oorspronkelijke songtekst te verwijzen waar het zinnetje uit komt. En toch maar even het nummer en de clip. (Het nummer Gold Soundz stond trouwens niet op het eerder genoemde album Wowee Zowee, maar op zijn voorganger, Crooked Rain, Crooked Rain)

 

 

 

 

Malibu – Carnaval

Dames en heren, met gepaste trots presenteer ik u de nieuwe single van de onvolprezen Nederlandstalige cultband Malibu. Het plaatje, met de toepasselijke titel Carnaval, had niet op een beter moment kunnen komen. Niet alleen is Nederlandstalige muziek hotter dan hot (zie tekstje hieronder; bron: Onze Taal), ook schijnt het binnenkort carnaval te zijn.

Op dit nummer laat de band zich van zijn meest veelzijdige kant horen, want het gaat van lijzige, lome, grungy rock via atmosferische ambient naar onversneden old-school psychedelica. Zaterdagavond 22 februari wordt het plaatje feestelijk gepresenteerd in Goirle. Ongetwijfeld in het bijzijn van bier. Nu alvast veel luisterplezier met dit Nederpop-pareltje.

Afbeelding van Berend Jan Ike