Koningsdag LP-aanwinsten

DSC02244

Klik hieronder om te luisteren naar Het Westlands Mannenkoor olv Piet Struyk met het nummer Ecce quomodo moritur Justus.

 

DSC02243

Klik hieronder om te luisteren naar Familiekoor Slutter uit Etten (G) met het nummer Jachtpartij (bewerking: Yme Visser)

 

DSC02242

Klik hieronder om te luisteren naar Fanfare Luctor et Emergo uit Renesse met het nummer Oosterscheldemars

 

DSC02241

Klik hieronder om te luisteren naar Joseph Schmidt met het nummer Ik hou van Holland

 

Bauke Bakker

Ik heb er een nieuwe held bij. Hij heet Bauke Bakker. Gisteren kwam ik al zappend langs Tijd Voor Max (mocht je deze link aanklikken: het optreden begint op 47:40) en daar sloten ze de aflevering af met een optreden van zijn band, Her Majesty. Deze Crosby Stills, Nash & Young tribute-band trekt nu al twee jaar volle zalen en begint binnenkort aan een nieuwe tournee.

Het nummer dat de band speelde, Chicago geheten, kende ik nog niet. Volgens mij staat het niet op een van de twee (bekendste) eerste albums van CSNY. Een fijnere kennismaking met dit lied had ik niet kunnen wensen. Het bleek een mooie showcase voor de drummer – BB uit de titel boven dit stuk – te zijn, waarbij hij lekker op de voorgrond op de trommels mocht slaan en ook nog de lead-zang voor zijn rekening nam. Zingende drummers zijn in de popmuziek schaars, en goed zingende drummers nog schaarser. Bauke Bakker valt in de laatstgenoemde categorie.

Ik kom zelf altijd maar op een paar zingende drummers uit: Phil Collins (misschien wel de bekendste, drumde uiteraard op zijn solo-nummers, maar ook bij Genesis), Don Henley (The Eagles) en Levon Helm (van The Band, vaak ten onrechte over het hoofd gezien, want o zo subtiel in zijn spel). Ik zie er vast nog wel een aantal over het hoofd, maar het lijkt me leuk voor Bauke als hij gewoon eens als vierde aan een illuster drietal wordt toegevoegd in een lijstje.

O ja, ik heb meteen kaartjes gekocht voor een Her Majesty-optreden in de buurt!

Bauke in actie:
Bauke Bakker

Dotan

Ik wilde wat schrijven over Dotan. Als muzikant wilde ik wat schrijven over Dotan, maar dan niet kijkend door een al te persoonlijk gekleurde bril, want dan wordt het weer zo’n ik-ben-ook-muzikant-hoor verhaal, en voor mij is het ook maar een hobby.

Goed, Dotan dus. De beste man heeft gelogen, bedrogen, stiekeme dingen gedaan die niet door de beugel kunnen; akkoord, dat zou een reden kunnen zijn om hem te straffen, negeren, whatever. Maar als we het hebben over kunst – en popmuziek mag welbeschouwd any day kunst genoemd worden, wat mij betreft – dan is hij toch zeker niet de eerste die door roeien en ruiten gaat om succesvol te worden?

Op een of andere manier moet ik – sinds afgelopen zaterdag het stuk in de Volkskrant verscheen waarin zijn social media-manipulatie tot in de puntjes uit de doeken werd gedaan (hulde aan Mark Misérus en Robert van der Noordaa) – regelmatig aan Milli Vanilli denken. Voor de lezers die zich het EK van ’88 niet kunnen heugen: dat waren twee zangers die niet echt zongen. Ze waren weliswaar de gezichten van het merk Milli Vanilli, maar hun stemmen bleken niet de stemmen die te horen waren op hun grootste hits (o.a. Girl You Know It’s True, Blame It On The Rain en natuurlijk Girl I’m Gonna Miss You).

Nu zul je zeggen: wat is dan precies het verschil? Zowel Milli Vanilli als Dotan verschuilen zich achter anderen en bedriegen daarmee niet alleen hun fans, maar alles en iedereen die met popmuziek te maken heeft, toch? Nou, ik vind toch wel dat er een verschil is tussen enerzijds het toepassen van sluwe marketingtrucs om meer platen te verkopen (Dotan) en het anderzijds totaal niet verantwoordelijk zijn voor je artistieke core business, namelijk muziek (Milli Vanilli). Tot het moment waarop blijkt dat Dotan daar niet verantwoordelijk voor is denk ik dat we hem maar even met rust moeten laten om een nieuwe plaat in elkaar te zetten. Als hij echt zo perfectionistisch is als in het artikel staat zal het vast wel goed komen met die muziek en daarna komen dat succes en die Ziggo Dome vast vanzelf wel weer. Zet ‘m op, Do! Eh……Tan!

 

 

De Laatste IJsschots Podcast 3 (13 april 2018)

Yes, er staat weer een aflevering van De Laatste IJsschots Podcast online! De wie, de wat?!? De Laatste IJsschots Podcast! Je weet wel: dat eigenzinnige halfuurtje alternatieve muziek uit binnen- en buitenland dat de afgelopen keer wel 18 keer is aangeklikt en maar liefst 5 likes heeft gekregen van de WordPress-gemeenschap.

Fijn. Kunnen we nu weer gewoon in normale-mensentaal praten en over gaan tot wat er echt toe doet? Ik wil gewoon ff weten welke plaatjes er gedraaid zijn.

Goed. De playlist was als volgt:

  1. Jonathan Wilson – Loving You
  2. Green Cabin – Eastern Pink
  3. Amen Dunes – Blue Rose
  4. Standup ’69 – Communicate With Me (radio edit)
  5. Alela Diane – Émigré 

De Laatste IJsschots Podcast 2 (4 april 2018)

Vanaf vandaag kun je onbeperkt luisteren naar de tweede aflevering van de enige echte Laatste IJsschots Podcast.

Het is nog steeds wat het is (het lijkt me leuk om op termijn meer zelfgemaakte jingles, liedjes, gedichten, toneelstukjes etc. met jullie te delen, maar daar moet je maar net de tijd voor vinden), d.w.z. een hobbyist die wat bij elkaar gescharrelde, actuele hippe plaatjes aan elkaar lult, maar daar hoor ik tot nu toe niemand over klagen. Sterker nog, afgezien van mijn vrouw, die het stiekem aan mijn zwager heeft laten horen (grrrr!!), heb ik er überhaupt nog niemand over gehoord.

Moet je je als podcaster trouwens ook nog bij andere sites aansluiten, zoals Mixcloud  o.i.d., of is het wel even genoeg om het op WordPress te doen? Wie o wie heeft hier meer ervaring mee en kennis over en is bereid mij bij te scholen?

De playlist van de uitzending is als volgt:

  1. Light Vibes – Kiss it Goodnight
  2. No Age – Send Me
  3. Peer – You Can Count On Me To Let You Down (ontdekt via WordPress!)
  4. Sunflower Bean – Twentytwo
  5. Fake Billy & The False Prophets – Cocaine Supernova

Buizerds

Een paar dagen geleden waren ze er ineens weer, vlak boven onze woonwijk cirkelend: de buizerds. Aan het begin van de lente, als de lucht niet al te donker en bewolkt is, verleggen ze hun territorium en verlaten de bossen om hun geluk ook eens boven de huizen en de straten te beproeven. Geen idee of ze wel eens naar beneden duiken om een woonwijkmuisje o.i.d. te verschalken of een graai te doen in een of andere afvalbak, maar ze laten in elk geval eens in de zoveel tijd hun snavel zien. In het begin had ik niet door dat zij het waren die dat kenmerkende, een tikje meeuw-achtige, schelle zeur-krijsje lieten horen, maar nu valt het me al op als ik het vaag in de verte hoor.

Het leuke is dat ze ook vaak gezellig in groepsverband gaan jagen. Zo ook op de bewuste dag dat ik het onderstaande filmpje maakte. Een experiment, want de eerste video-post op mijn nog prille blog.

Het liedje dat ik eronder heb gezet is van Iron & Wine en heet – heel toepasselijk – Lovesong of the Buzzard.

Drummers

DSC01983 dit is hem

Hatsjikkidee, daar issie dan: de bonte specht! Het heeft even geduurd voordat hij het aandurfde om in onze tuin langs te komen, maar vanmiddag was het dan eindelijk zo ver. En dat terwijl het er hier in de omgeving echt van wemelt. Even voor de beeldvorming: aantal bonte spechten dat ik in de eerste 35 jaar van mijn leven zag: 2; aantal bonte spechten dat ik in de drie jaar heb gezien sinds ik in een bosrijke randgemeente woon: 637. Maar meestal zit ie dus in het bos. Blijkbaar heeft ie daar normaal zoveel te eten dat naar een tuin komen niet nodig is.

Maar eigenlijk wilde ik het over iets heel anders hebben, namelijk drummen. Spechten worden ook wel de drummers van het bos genoemd, uiteraard door hun gehamer, en wetenschappers gingen er altijd vanuit dat ze door de evolutie geen last hadden van dat eindeloze gebeuk op dat hout. Tot afgelopen februari ineens bekend werd dat wetenschappelijk is vastgesteld dat ze wel degelijk schade oplopen. Een beetje zoals voetballers die eindeloos tegen een bal koppen, zeg maar.

Hoe dan ook, de specht is de drummer van het bos en dat maakt hem zo cool, want drummers zijn cool. Hoe ik dat weet? Zoals de meeste drummers beleefde ik mijn coming-out na eindeloos getik met potloden en pennen op van alles en nog wat (ok, for your information: mijn witte bureaulamp was de hi-hat, de stang van mijn lundia-bureautje de bass-drum en het bureaublad de snare), ten einde het huiswerk maar zo lang mogelijk uit te stellen. Vre-se-lijk, die puberteit. En ik had al een gitaar-fetisch, dus dit kon er ook nog wel bij. En toen mocht ik het drumstel van mijn neefje lenen en in een lege studeerkamer zetten en woonden mama en ik alleen in een groot vrijstaand huis en kon ik eigenlijk zo veel en zo vaak als ik maar wilde rammen op dat ding. Zucht, die goede oude tijd. En daarna zit je dus een leven lang opgezadeld met een nerd-hobby (‘Hoeveel inch zijn jouw cymbals? Speel je met zo’n grote ride? Echt waar?’) die je eigenlijk nooit echt kunt beoefenen, want geen vrijstaand huis of mogelijkheden tot isoleren van een schuurtje in de achtertuin waar dat idioot grote ding toch al niet in paste. Grrr. Maar hé: in de oefenruimte en live is het feest en kan iedere drummer altijd zijn ei kwijt. Al was het maar voor een uurtje. Lang leve de spechten van de rock ’n roll!

mijn drumstel

En dit is dus mijn drumstel, eh…. kit, voor de kenners onder jullie.