Catcalls

Ergens in een van de eerste weken dat ik dit blog had, nu bijna een jaar geleden, schreef ik een stukje over stoepkrijt. Onschuldig, vanuit mijn eigen veilige gezins-ervaringen met ‘stoepkunst’.

Dat stoepkrijt voor veel meer dan alleen maar kinderplezier ingezet kan worden (of misschien zelfs voor iets wat er eerder tegengesteld aan is), weet ik dankzij een stuk uit de Humo over de Amsterdamse Ambrien Moeniralam, die het seksisme waar ze dagelijks on- en offline mee geconfronteerd is zo zat is, dat ze de meest ranzige toespelingen regelmatig ‘een tweede leven’ geeft, door ze in alle kleuren van de regenboog op de straten van haar stad te schrijven. Zo’n toespeling heet sinds enige tijd een ‘catcall’. Weer wat geleerd.

Een prachtig initiatief, en wat een mooie vondst van Humo-journalist Hanne van Tenderloo om in de titel van het stuk te schrijven dat Moeniralam alarm staat. Pure journalistieke poëzie!

stoepkrijtcatcalls

Vissarion

Vlak voor het slapen gaan toch nog maar even de Blendle-mail doorgenomen, en wat blijkt, gisteren is een of ander artikel met de titel ‘Jezus leeft….’ het vaakst gelezen van alle die dag gepubliceerde stukken. Ongelooflijk, tussen alle ellendige berichten over oorlog en rampspoed door scoort de naam Jezus in een artikel dus nog steeds als een tiet.

Ik heb het stuk toch maar even gescand en kwam de raarste dingen tegen. De betreffende Jezus woont in Siberië, noemt zich Vissarion (die naam alleen al!) , maar heet eigenlijk gewoon Sergei Torop, geboren in 1961 in de Sovjetunie. Ok, en dan gooi ik nu even twee van de meest trendy 2019 columnisten-zinnetjes erin die ik ken (Marc van Oostendorp, Paulien Cornelisse, Aaf Brandt Corstius, lezen jullie mee?).

  1. Ik verzin dit niet, hè.
  2. Het staat er écht!

Nog even een stukje quoten dan:

Vissarion zelf was zijn baan als verkeersagent net kwijtgeraakt voor hij begon te preken. Een carrière als schilder kwam niet van de grond.

Tja, Jezus’ vader was geloof ik ook gewoon timmerman, en was er niet ooit een Duitse dictator die zichzelf in zijn jonge jaren het liefst had gezien als een groot schilder? Dan kan zo’n man er ook nog wel bij. Het schijnt dat hij behoorlijk wat volgelingen naar een onherbergzame bergtop in een ijskoude Russische uithoek heeft gelokt en de foto’s bij het betreffende artikel doen inderdaad meer denken aan spookachtige Hollywood-horror dan aan een of andere knullige mini-sekte.

Hopelijk zijn we hem over een paar jaar vergeten en is fictie dan weer gewoon raarder dan werkelijkheid, in plaats van andersom.

30 clicks

Een nieuw – vast al vaker uitgevoerd – idee voor mijn blog: ga naar Wikipedia, click ‘blind’ dertig keer door en citeer een klein stukkie van de pagina waarop je uitkomt. Ok, hou je vast, daar gaan we!

______________________________________________________________________________________
De Smithsonian Institution is een Amerikaans onderwijs– en onderzoeksinstituut met bijbehorend museumcomplex. Het grootste deel van de faciliteiten is gevestigd in Washington D.C., met name aan de National Mall. Gezamenlijk bestaat de instelling uit negentien musea en zeven onderzoekscentra en beheert ze collecties met 142 miljoen voorwerpen. Het instituut en de musea worden gefinancierd en indirect beheerd door de Amerikaanse overheid.


Het “Kasteel” aan de National Mall dat als bestuursgebouw van het Smithsonian fungeert
_________________________________________________________________________________________

Ik heb het altijd een fantastische naam gevonden: Smithsonian. Het is een beetje alsof je een van de meest voorkomende Angelsaksische achternamen – Smith (Smid) – door een oppimpmachine schuift en er komt iets uit dat totaal science fiction-cool is. Een beetje Smid, een beetje supersonisch, kortom: Smithsonian. Maar ja, een beetje research leert al gauw dat de naam Smithsonian is afgeleid van Smithson, wat natuurlijk zoveel betekent als ‘zoon van Smid’. In Nederland kom je ons eigen equivalent daarvan (Smitse(n), of Smidse(n)) vooral tegen in namen van restaurants, en op het eerste gezicht niet zozeer in achternamen, hoewel de achternaam Smitse(n)/Smidse(n) vroeger wel degelijk gangbaar lijkt te zijn geweest.

Dat kasteel ziet er trouwens prettig traditioneel Europees uit, voor Amerikaanse begrippen.

Tot zover.

First Dates

De Nederlandse versie van het programma First Dates is weer begonnen. Het gat tussen de vorige reeks en de huidige werd door de omroep opgevuld met de Engelse versie. Ik keek daar een paar keer naar en mijn ogen uit (wat zijn Britten anders dan wij!) en zei tegen mijn vriendin: ‘Let maar op, hier ga je vanzelf ook naar kijken!’ Dat gebeurde heel lang niet en de afgelopen wee ineens wel en toen bleek dat er inmiddels alweer genoeg Nederlandse afleveringen klaar waren om die op de buis te vertonen.

Wat dit programma zo de moeite waard maakt? Een paar dingen:

1. Het zijn gewone mensen die deelnemen, geen BN’ers. Dat zijn we niet meer gewend, maar maakt het des te spannender om iets te voorspellen over het karakter van iemand en hoe diegene zal blijken te zijn in de loop van de date.

2. Het feit dat je kunt verspellen hoe een bepaalde date zal verlopen maakt het leuk om samen naar te kijken. Dat gaat ongeveer zo. Hij: ‘O jee, twee verlegen mensen die aan elkaar gekoppeld zijn, dan kan nooit goed gaan!’ Zij: ‘Ach jawel joh, dat is juist fijn, omdat ze zich dan geen zorgen hoeven maken over het feit dat ze verlegen zijn!’ Hij, nadat het is stukgelopen en de vrouwelijke deelnemer de mannelijke heeft afgewezen: ‘Ha! Zie je wel, ik zei het toch!’ Zij: ‘Ja, ja, je had gelijk…(zucht).’

3. Je kunt als kijker een soort karakterstudie maken van de deelnemers. Het zijn eigenlijk een soort kleine toneel-scenes, sketches, kleine dialoogjes zo je wilt. Als je aan taalliefhebber bent (Paulien Cornelisse kijkt ongetwijfeld) of scriptschrijver-met-voorliefde-voor-eigentijds-taalgebruik-in-dialogen (Kim van Kooten moet wel kijken) is dit programma eigenlijk een goudmijn.

Behalve de twee verlegen mensen waren er gisteren ook nog een hippe jong meisje en een hippe jonge jongen (lang blond haar, Brabantse tongval, werkte voor onze ogen eerst een shotje, toen twee biertjes en daarna een glas rode wijn weg) van ca 25, twee homoseksuele mannen van ca 50 en de onwaarschijnlijke combi van een knappe Arubaanse cosmetische dokteres en een eveneens knappe, doch ijdele piloot (beiden halverwege de dertig).

De zeepbel tussen de twintigers knapte veel sneller dan veerwacht, want de stoere zelfstandige meid bleek overgevoelig voor het bijdehante toontje van de blonde brabo (snel op haar teentjes geknapt, niet zo fraai op het scherm!), de twee mannen hadden een ontzettende klik, maar een van twee rookte en dat kon de ander uiteindelijk écht niet hebben en de Arubaanse cosmetisch dokteres tot slot leek na vijf minuten zo to-taal af te knappen op de ijdele piloot dat wij er op de bank toen al geen fiducie in hadden maar hé, laat dát nu juist de enige date van deze eerste nieuwe NL-aflevering zijn die uiteindelijk redelijk geslaagd blijkt! (in het afsluitende tekstje was te lezen dat ze inmiddels voor de tweede keer gaan afspreken).

Als je dit programma nog nooit gezien hebt, moet je echt een keer kijken. En het liefst daarna nog een keer en nog een keer, want dan weet je pas wat er zo goed aan is.

First Dates, vanaf maandag 22 oktober dagelijks om 19.25 uur te zien bij BNNVARA op NPO 3.

Toon

Vaste lezers van mijn blog weten dat ik geen Netflixer ben en het zelden tot nooit heb over series. Toch wil ik nu een lans breken voor een serie waar ik zeer van genoten heb. Het gaat om de Nederlandse cringe-comedy (zoek maar op wat deze term precies betekent) Toon, gemaakt voor abonnees van telecom-aanbieders die gelieerd zijn aan KPN (wij hebben thuis Telfort, maar kunnen het aanbod van KPN gewoon opvragen).

Toen er weer eens bijzonder weinig interessants tussen het ‘live’-aanbod zat zapte ik maar eens door de menu’s ‘terugkijken’ en ‘on demand’, toen ik bij laatstgenoemde menu ineens op de serie Toon stuitte. Na twee a drie afleveringen was ik verkocht. Helaas zijn er maar twee series van ieder acht afleveringen gemaakt (lengte per aflevering: 25 minuten), zodat je er met een beetje bingewatchen binnen no-time doorheen bent. Maar dan ben je wel 16×25 minuten aan inventief, gedurfd drama van Vaderlandsche bodem rijker.

Waar gaat Toon over? Over de sullige, sociaal onhandige circa-dertiger (gespeeld door Joep Vermolen, een film- en reclamecomponist (!) die voorafgaand aan zijn rol als Toon geen enkele acteerervaring had)  met nerdy hobby’s (gamen) en een nietszeggend freelance baantje als componist van reclamemuziekjes. Zijn leven lijkt zich in één grote impasse te bevinden tot in de eerste aflevering alles op z’n kop wordt gezet doordat zijn plotseling uit de VS teruggekeerde zus Elise een surprise-party organiseert voor Toon in diens eigen appartement. Dit feest lijkt voor Toon op weer een grote deceptie uit te draaien als hij – voor het blok gezet door zijn zus en de andere aanwezigen – met een gitaar en een microfoon gedwongen wordt om muzikaal en spontaan te doen (zijn zus heeft de hele avond over Toons muzikale kwaliteiten zitten opscheppen). Er ontstaat met hulp van wat anderen (onder andere ‘love interest’ Nina, gespeeld door Amy van Weerden) ineens een lied dat gefilmd wordt met een mobieltje en op Youtube belandt. Ineens is ‘Toon, de ster’ geboren en wordt de anti-held van het ene bizarre verhaal in het andere geslingerd, de kijker net zo verbaasd achterlatend als zijn personage zelf.

Wat er in de overige vijftien afleveringen allemaal gebeurt is te bizar en grappig om in een enkel blogje te beschrijven, en eigenlijk is het de bedoeling dat je meteen na het lezen van dit stukje meteen zelf gaat kijken. De gekke situatie is dat de serie namelijk door allerlei kenners de hemel is ingeprezen (terecht, m.i.!) en door verschillende landen is aangekocht om een eigen versie van te maken, maar dat KPN er inmiddels wel officieus de stekker uit heeft getrokken. Er zal dus nooit een derde serie van Toon gemaakt worden.

Wat blijkt? Behalve Toon heeft KPN nog een paar andere dure dramaseries gefinancierd om te kunnen concurreren met on-demand-tv-bedrijven als Netflix en Videoland, maar omdat de kijker zijn weg naar deze series nooit helemaal heeft weten te vinden lijkt het voor al deze producties einde experiment. In het geval van Toon vind ik dat zeer spijtig.

Desalniettemin geven de belangrijkste betrokkenen (de eerder genoemde Joep Vermolen, regisseur Beer ten Kate en schrijver Dirk van Pelt) her en der in interviews aan dat ze blijven samenwerken en ook weer op en duur een nieuwe serie willen maken. Laten we het hopen dat wederom mensen het aan zullen durven om in dit drietal te investeren, want wat mij betreft verdient Toon een cult-status en waardering van een groter publiek die ik nu niet of nauwelijks terugzie op internet.

ToonToon (Joep Vermolen) en Nina (Amy van Weerden) in de voorlaatste aflevering van de tweede en laatste serie van ‘Toon’.

De Slapende Leeuw

slapende leeuw

Ik zocht al een tijdje naar iets waar ik een blogje over kon tikken en toen zag ik zojuist het nieuws over dit kleine gedrochtje. Het is ’s werelds grootste zoetwaterparel en ze (volgens Van Dale mag ‘hij’ ook, maar dat persoonlijk voornaamwoord staat wel tussen haakjes, dus ik denk dat vrouwelijk verwijzen naar het woord ‘parel’ de voorkeur geniet) heet ‘De Slapende Leeuw’. Ze zou drie eeuwen geleden al opgedoken zijn.

Kijk, evenals bij die ridder waarover ik een tijdje terug schreef (nog steeds met stip het best gelezen stuk van mijn blog) moet ik bekennen dat ik het eigenlijk het leukst vind om niet meteen naar Wikipedia te surfen maar om eerst even rustig mijn eigen fantasie de vrije loop te laten. Mensen weten blijkbaar al drie eeuwen van het bestaan van dit ding en toch bereikt het ons vandaag pas echt massaal via alle punt-ennellen (Telegraaf.nl, AD.nl, Nu.nl) die ons land rijk is.

Het cliché-plaatje van een parel is volgens mij dat ie perfect rond is. Dat is dit ding sowieso niet. Een soort van wit is ze wel, dat moet ik haar nageven. Mensen hebben zich denk ik terecht afgevraagd waar dit wezen het meest aan doet denken en daar kwam toen niet alleen ‘leeuw’ uit, maar ook ‘slapende’. Dat vind ik nog niet eens zo gek gekozen. Een diertje in een liggende houding kan iedereen er denk ik nog best makkelijk in zien, maar dan wel een liggend egel-foetusje ofzo. En dan waarschijnlijk levenloos, want anders zat het nog wel in de baarmoeder. Niet per se iets om vrolijk van te worden.

Er is volgens mij een beroemd liedje over een slapende leeuw in een machtige jungle en ik zou het supergaaf vinden als nu ook ineens nog zou blijken dat dat nummer over mevrouw de mismaakte parel gaat. En dat je dan trots aan mensen op kantoor vertelt dat je daar achter bent gekomen en dat ze dan verbaasd reageren met: ‘Wist jij dat ECHT niet??? Serieus?? Onder welke groot uitgevallen mismaakte parel heb JIJ gelegen, zeg???’

Nou ja, ik had het over mijn fantasie en die slaat nu allemaal onbedoelde zijpaden in.

Ok, het betreft hier weer een kunstschat. Een mismaakte kunstschat weliswaar, maar toch, een kunstschat. Indiana Jones zou daar in een spannend avontuur naar op zoek kunnen gaan, maar daar is het ding toch wat te kluchtig voor. Wat mij wel leuk lijkt: dat de Van Rossems in hun programma in een of ander museum in Hiephoiderzijl ineens op dit ding stuiten en dat Cis dan een enorm verhaal afsteekt dat door Maarten constant onderbroken wordt. Maar in plaats van dat hij het object continu afkraakt breekt hij er juist een ontzettende lans voor, wat zijn broer Vincent dat weer niet snapt. Dat lijkt me een mooi eindpunt voor mijn eerste blogje sinds tijden. Weltrusten.