Deelder

Gisteren werd bekend dat Jules Deelder op 75e-jarige leeftijd is heengegaan. Als leerlingen een poëziewerkstuk moeten maken, komen ze altijd als eerste het gedicht Blues on Tuesday van het bekende Rotterdamse icoon tegen.

Blues on tuesday

Geen geld.
Geen vuur.
Geen speed.

Geen krant.
Geen wonder.
Geen weed.

Geen brood.
Geen tijd.
Geen weet.

Geen klote.
Geen donder.
Geen reet.

Ik moet me dan altijd weer in allerlei bochten wringen om uit te leggen dat weed en weet weliswaar niet op elkaar rijmen, maar dat dat het gedicht juist zo knap maakt.

Dankzij een in memoriam-stukje in de krant stuitte ik op de prachtige documentaire Poëzie in Carré, waarin de kijker o.a. kan zien hoe Jules Deelder op 21 maart 1966 zijn podiumdebuut maakte voor het grote publiek. De avond werd georganiseerd door Simon Vinkenoog, inmiddels ook al meer dan tien jaar niet meer onder ons. Hij sloot de avond in Carré af met een gedicht dat volgens mij anno 2019 nog steeds staat als een huis, maar dat ik nergens op internet in tekstvorm kan vinden. Afin, kijk zelf maar.

Fins bier: drink het, nu!

mosaic bier

Meisjes, jongens, komt dat proeven, komt dat proeven! Wat ik nu toch ben tegengekomen bij een niet nader te noemen Duitse grootgrutter: Fins bier. Lekker voor na een saunabezoekje, maar ook voor na het bridgen, keramisch koken, tango-dansen, de krant lezen, lijm snuiven etc. Ik ga er bijna van zingen:

Fins bier, Fins bier, Fins bier, een lekkere worst
De worst is voor de honger en het bier is voor de dorst!

Pleidooi voor middelmatigheid

Gisteren de hele dag met vakgenoten gekeken hoe we de resultaten voor de directeur omhoog kunnen krijgen. En dan hoor ik je vragen: in welke branche werk je dan? In het onderwijs! Als we niet bezig zijn met leerlingen laten excelleren, zijn we wel bezig om onszelf op te stoken om het alsmaar beter, beter, beter te doen.

Ooit, ik was geloof ik een jaar of 20, meldde ik plompverloren tijdens het grote kerstdiner in het ouderlijk huis dat ik er geen enkel probleem mee zou hebben om later middelmatig te zijn. Mijn schoonzus reageerde verbaasd, verbolgen bijna. Hoe kun je nou niet willen uitblinken in iets?

Mijn uitgesproken voornemen ebde langzaam weg, maar nu, na een half leven lang diploma’s, targets en promoties komt het me eigenlijk wel weer als de enige juiste levensweg voor: middelmatig zijn, gewoon zijn. Heerlijk!

levensweg

Taalverandering: HET internet

In weerwil van de wetmatigheid dat er bij taalverandering vooral dingen verdwijnen in plaats van dat er dingen bij komen, is bij het woord internet iets vreemds aan de hand. Vroeger (sic) hadden we het meestal over internet, niet voorafgegaan door het bepaalde lidwoord het. ‘Wat was je aan het doen, Bobby?’ ‘Ik zat op internet, mam!’ ‘Oh. Doe je voorzichtig, schatje?’ ‘Jahaaaa!’

Wanneer zijn we het ineens nodig gaan vinden om dat ene bepaalde lidwoord ervoor te plaatsen? En dan is het ook nog eens het lidwoord dat juist uit onze taal zou verdwijnen, volgens de mensen die er verstand van hebben.

Is het omdat we de Engelstalige wereld (‘How much time do we spend on the internet?’) zo graag nadoen? Of denken we dat het ouderwetse lidwoord meer recht doet aan de grootsheid van de online wereld en is het dus een kwestie van ontzag? Is het om afstand te creëren tussen onszelf en de digitale wereld dat we die wereld als mannelijk, noch vrouwelijk aanspreken, maar juist onzijdig?

Stuur je antwoord op een briefkaart naar KRO’s Taalkwesties, postbus 1234 AB in Hilversum en win een analoge sleutelhanger.