Loebas

DSC02160

Het bordje naast de ingang is er een waar Signalering Onjuist Spatiegebruik zijn vingers bij zou aflikken. Op de heenweg had ik dankzij een opvallende gele Chocomelvlag al gezien dat hier, midden in een weids poldergebied, een etablissement gevestigd is, en nu, op de terugweg, besluit ik dat dit de plek moet worden waar ik mezelf beloon met een hapje en een drankje. De hond waar het bordje naar verwijst is waarschijnlijk een van de twee grote lichtbruine pas-maar-op exemplaren die ik zojuist op de oprijlaan heb gezien.

Normaal ben ik als de dood voor grote honden, maar gelukkig reed vlak voor mij een niet onaantrekkelijke dame die kennelijk ook besloten had haar fietstochtje te onderbreken voor een pauze op het zonnige, doch verder goeddeels lege terras. De honden hieven heel even hun kop om de vrouw een blik toe te werpen, maar namen daarna meteen weer hun lome luierhouding aan. Gelukkig, bij mijn passeren keken ze zelfs niet meer op of om.

De vrouw en ik stalden vrijwel gelijktijdig onze fietsen tegen het houten hek en er was een korte begroeting. Ook zij is vandaag zomers gekleed, maar waar ik een lange broek combineer met een zomers polootje, heeft zij juist een korte broek aan met daarboven een capuchontrui. Ze heeft zwartgeverfde haren en draagt een pony (een uitdrukking die je nooit letterlijk voor je moet zien, trouwens….ai, nu doe ik het toch!).

Als je het hier niet kent is het even wennen. De stad probeert, op een steenworp afstand van de ronkende ringweg, zijn bewoners de natuur in te lokken met van alles en nog wat. Vlakbij zie je een soort fietscrossbaan en een zogeheten basketbal-plak en het idee achter de door mij verkozen uitspanning – een soort uit de kluiten gewassen houten blokhut – is dat er voornamelijk mensen zouden moeten komen die gebruikmaken van de grote, hoekig aangelegde visvijvers achter het terras.

Ik ga naar binnen om iets te bestellen. De oudere man voor mij vertelt het meisje achter de balie dat alle twee de vorige keren dat hij en zijn vrouw hier waren er iets mis was met de koffie. Het is niet helemaal duidelijk waarom hij dit zegt. Als het een soort klagen achteraf is, is het nogal misplaatst, want waarom zou je als meervoudig ontevreden klant überhaupt terugkomen? Ondertussen is de niet onaantrekkelijke vrouw binnengekomen en drentelt onrustig achter mij door de ruimte. Ze gaat een keer naar het toilet en lijkt als ze terugkomt zo’n beetje ieder opvallend detail in zich op te nemen.

Als ik aan de beurt ben vraagt de serveerster wat ze voor ons kan betekenen en op het moment dat ik ‘wij horen niet bij elkaar, hoor’ zeg, wijzend naar de dame achter mij, besef ik meteen hoe onzeker zoiets klinkt op het moment dat je het zo snel, hard en overdreven uitspreekt. Ik bestel appeltaart met slagroom (had ik bij de oude meneer afgekeken) en een biologisch perensapje en begeef me naar het terras. Ik ga zo ver mogelijk naar achteren zitten, waar je het beste uitzicht hebt op visvijvers en vissers.

Net op het moment dat ik aan appeltaart en perensap wil beginnen gaat mijn telefoon. Ik zie dat het de directeur is. Na anderhalf jaar  heb ik nog steeds het gevoel dat ik iets verkeerd heb gedaan, op momenten dat hij belt. Nu valt dat gek genoeg mee. Ik probeer tijdens het gesprek zo relaxed mogelijk te klinken en merk dat dit misschien ook wel lukt omdat ik me daadwerkelijk relaxed voel.

Als ik heb opgehangen zie ik dat pony-dame net als ik helemaal achteraan op het terras is gaan zitten, maar wel een aantal tafels van mij verwijderd. Ze heeft ook appeltaart genomen, maar haar drankje is een cappuccino in een hoog glas; ongetwijfeld de reden dat het een heel telefoongesprek duurde voordat ze naar buiten kwam. Tussen het eten en drinken door beroert ze regelmatig haar telefoon. Ik besluit dat ik dat de rest van mijn verblijf hier even helemaal niet wil doen, om echt even goed te kunnen reflecteren op deze ochtend.

Als ik, al turend naar de vissers, al deze gedachten op een rijtje heb gezet, zie ik dat pony-mevrouw haar serviesgoed naar binnen heeft gebracht en het terras verlaat. ‘Dag!’, zegt ze. ‘Doeg!’, zeg ik terug. ‘Is er een verschil tussen dag en doeg?’, denk ik.

Hier nog even een foto van de ‘gevreesde’ loebas:

DSC02161